Rapport: CDA Zeeland moet schoon schip maken

MIDDELBURG, 10 OKT. De Zeeuwse oud-gedeputeerde J.A. de Boe moet zich terugtrekken uit de CDA-fractie van Provinciale Staten. Dit is één van de conclusies van een onafhankelijke commissie die een onderzoek heeft ingesteld naar ernstige problemen binnen de Zeeuwse CDA-afdeling.

De commissie werd dit voorjaar door het landelijk partijbestuur ingesteld met oud-minister C.P. van Dijk als voorzitter. Ze kreeg tot taak de Zeeuwse partij-afdeling die "totaal verziekt' was, en ten onder dreigde te gaan aan "interne twisten' te saneren. De conclusies werden gisterenmiddag gepresenteerd. Behalve oud-gedeputeerde De Boe, die na de laatste Statenverkiezingen als gewoon lid terugkeerde, wordt ook gezinspeeld op het vertrek van drie andere leden van de CDA-fractie. Hun namen worden in het rapport niet genoemd, maar het is bekend dat het gaat om de Statenleden G.J.A.M. Adan, G. Christiaanse en L. Coppoolse. In "indringende, persoonlijke' gesprekken krijgen zij de kans hun gedrag te verbeteren. Lukt hen dat niet, dan worden ook zij verzocht op te stappen. Andere gedeputeerden binnen de partij, R.C.E. Barbé en J.B. Ventevogel, waren al afgetreden, dus worden formeel verder buiten beschouwing gelaten.

Volgens de commissie kende de CDA-fractie de laatste negen jaar "een cultuur van groepsvorming rond personen', "bittere antagonismen' en een onverzoenlijkheid die tot op de dag van vandaag moeilijk valt te doorbreken. De problemen zouden in 1982 zijn begonnen tussen de gedeputeerde Barbé en Ventevogel. Barbé wordt omschreven als een man met een "sterk dominerende persoonlijkheid' die weinig tegenspraak dulde, en Ventevogel als iemand die er moeite mee had in zijn collega's schaduw te moeten staan. In 1987 komt het toenmalige Statenlid De Boe in beeld, die via "manipulaties' van Barbé plotseling tot fractievoorzitter wordt benoemd. Twee jaar later, tijdens de stoelendans rondom de opvolging van Barbé, breidt het conflict zich verder uit. Opnieuw rolt De Boe als winnaar uit de bus, een man waarvan de onderzoekers overigens constateren dat "er weinig in zijn vooropleiding en ervaring was dat hem kwalificeerde voor de zware post'. Bij de kandidaatstelling van 1990 voor de Statenverkiezingen mengden zich ook de regio-afdelingen in de strijd, en als dan in november 1990, vlak voor de Statenverkiezingen, de belastingaffaire uitlekt, is de chaos compleet: het blijkt dat een aantal gedeputeerden belasting-naheffingen op hun inkomen uit de provinciekas hebben betaald, zonder dat daarvoor toestemming werd gevraagd aan de Staten. Gedeputeerde De Boe heeft geen deel aan de affaire, maar onttrekt zich, aldus de commissie, aan zijn verantwoordelijkheden jegens zijn collega's.

Betrokkenen hebben nog niet gereageerd op het rapport. Het provinciebestuur en de Statenfractie beraden zich op een reactie.