Premier erkent fouten bij presentatie unievoorstel EG; "Verwerking van diplomatieke kanalen heeft niet goed gefunctioneerd'

DEN HAAG, 10 OKT. Na lang en hardvochtig aandringen van D66-fractieleider Van Mierlo gaf premier Lubbers gisteravond in de Tweede Kamer toe dat de regering een “inschattingsfout” heeft gemaakt bij de presentatie van haar voorstel voor een Europese Politieke Unie. Als hij verwacht had dat minister Van den Broek in Brussel met zoveel kritiek werd geconfronteerd als is gebeurd, “dan had ik gezegd: laten we nog eens navraag doen bij de staatssecretaris en zijn medewerkers hoe werkelijk de vork in de steel zit”.

Lubbers gaf ook toe - op aandringen van VVD-leider Bolkestein - dat de ambassadeur bij de Europese Gemeenschap, Nieman, van het begin af aan heeft gewaarschuwd dat Nederland het niet zou redden met zijn voorstel. Lubbers: “Hij heeft constant de lijn aangehouden ervoor te waarschuwen dat je een aanzienlijk risico liep dat een meerderheid van de lidstaten daar niet voor zou zijn.” De verwerking van de Nederlandse diplomatieke kanalen op politiek niveau heeft niet gefunctioneerd, zo werd geconstateerd.

Het gevolg is, aldus Lubbers, dat het zeer moeilijk zal worden nog veel van de Nederlandse ideeën onder te brengen in het uiteindelijk verdrag over de politieke unie, dat in december in Maastricht moet worden ondertekend. “Er is een neiging om het Europese Parlement en de Europese Commissie niet te veel aan betekenis te doen winnen”, constateerde Lubbers koeltjes. Zijn uitlating van afgelopen vrijdag, dat Nederland nu verder een defensieve houding zou innemen, betekent niet dat Nederland passief zal blijven. Ook als voorzitter van het verdere proces en ook op de topconferentie in Maastricht zal Nederland proberen nog emplooi voor zijn gedachten te vinden.

De krachtige afwijzing van het Nederlandse concept-verdrag voor de politieke unie hangt naar de opvatting van de minister-president samen met een “klimaatsverandering”. Naar zijn mening is er in alle lidstaten “een zekere lage mentaliteit aan het ontstaan in het licht van een slechte economische ontwikkeling en er de neiging is om alles zo min mogelijk en voorzichtig mogelijk te doen”. Voor de Nederlandse ideeën - meer democratie, ook voor het Europese Parlement, meer bevoegdheden voor de Europese Commissie, communautaire aanpak van het buitenlandse en veiligheidsbeleid - is dat een “ernstige tegenslag”.

Onder druk van dat nieuwe klimaat zal de regering zich in de nabije toekomst “bescheidener” moeten opstellen, ook met betrekking tot een duidelijke motie van de Tweede Kamer, waarin in krachtige taal om behartiging van deze Nederlandse belangen wordt gevraagd. “In voorkomende gevallen zal de regering, inspelend op de discussies, proberen nog zoveel mogelijk van deze motie uit te voeren”, aldus de premier.

Om twee redenen, aldus Lubbers, is er een bijzondere aanleiding om in Maastricht “een wat voorzichtiger stap” te maken. Ten eerste bestaat er een duidelijke spanning tussen enerzijds het verlangen naar een communautaire opstelling, waarbij ook op buitenlands politiek en defensieterrein met meerderheid van stemmen wordt beslist, en anderzijds “het herkenbare verlangen” van de lidstaten om juist op deze terreinen intergouvernementeel met elkaar bezig te zijn.

Het tweede punt is dat van de "subsidiariteit', het beginsel alleen datgene door "Europa' te laten behandelen wat daar het beste kan gebeuren. Op een aantal punten is dit beginsel, aldus Lubbers, nog niet voldoende uitgekristalliseerd. Ook daarom “moeten wij niet al te rouwig zijn met een wat bescheidener resultaat”.

De Tweede Kamer liet het daar bij. Vanmorgen bleek, dat er op het terrein van de Europese eenwording geen moties uit de fracties zouden komen bij het vervolg van de algemene politieke beschouwingen vandaag.