"Politie pleegt soms fraude bij opmaken van verbaal'

DEN HAAG, 10 OKT. Politieagenten nemen soms opzettelijk onware gegevens op in een proces verbaal. Ook komt het voor dat processen-verbaal worden opgemaakt die niet per se onwaar zijn, maar die niet op het scherp van de snede verwoorden wat wel of niet heeft plaatsgehad. Dat stelt H. Dirksen, hoofd algemene dienst en plaatsvervangend districtscommandant van de rijkspolitie in Zeeland in het maandblad voor berechting en reclassering "Proces'.

Dirksen was tot voor kort directeur van het Opleidingscentrum Politieschool in Heerlen. Al tijdens de politie-opleiding blijkt dat studenten "het bereiken van hun doel soms hoger stellen dan ethische aspecten of de bedoeling van de ambtseed'. “Alleen het resultaat telt. Niet zozeer hoe men tot dat resultaat is gekomen. Conclusies, op volstrekt subjectieve gronden genomen leiden soms tot het opmaken van een proces verbaal,” aldus Dirksen.

Het niet altijd serieus nemen van die ambtseed verergert wanneer agenten in een korps komen, waar een "dekkingscultuur' heerst. In evidente gevallen van onjuist opgemaakte processen-verbaal worden zaken geseponeerd op grond van "gebrek aan bewijs'. Dirksen meent echter dat in gevallen van het "elastisch omgaan met de ambtseed' een onderzoek door de Rijksrecherche zou moeten worden ingesteld en bij gebleken schending zou ontslag moeten volgen.

Binnen politie-korpsen zou meer aandacht aan de eed moeten worden besteed, stelt Dirksen. Het tegendeel is echter het geval. Om toetreding bij een korps meer "body' te geven wordt daar soms nog eens de ambteed afgenomen, bij wijze van programma-vulling. Er zijn ambtenaren, die zonder ooit bij de politie weg te zijn geweest wel vijf keer de eed hebben afgelegd. “Daardoor krijgt de ambtseed soms het karakter van een klucht,” aldus Dirksen.