Op de zon aangesloten

Indonesië heeft de afgelopen tijd kennis gemaakt met kleinschalige zonne-energie. Een zonnepaneel op het dak is genoeg voor het TV-journaal en een paar uur TL-licht.

Van Rangkas Bitoeng naar Cileles is de lucht zwanger van de koffiebloesemgeur. Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie uit Multatuli's Max Havelaar, zou zich hier postuum verheugen. Groeide er begin 1800 geen koffie in het arme Lebak - wat ”onvergeeflijk plichtverzuim omtrent Nederland' was - nu staat er volop arabica en robusta.

Begin 1991 hoorden mensen uit Lebaks onderdistrict Cileles (West Java) voor het eerst van tenaga surya, zonne-energie. Op een bijeenkomst werd hun over het wonder verteld, even later verschenen de eerste blauw-zilveren plaatjes op de rode pannen in negen desa's en toen pas konden ze 't geloven. De Koperasi Unit Desa (KUD) noteerde een gretige stroom geïnteresseerden en weldra installeerde PT R&S (joint venture van Renewable Energy Systems uit Eindhoven en het Indonesische constructiebedrijf WIKA) de rest van de 420 homesystems.

R&S introduceerde dit nieuwe concept - elk huisje een eigen zonnepaneel - als eerste in Indonesië. In Sukatani, een dorp 100 kilometer ten zuiden van Jakarta, werden 80 woningen op de zon aangesloten. De succesvolle huis-aan-huis aanpak trok al snel de aandacht van President Soeharto die het dorp eind '89 met een helikopterbezoekje vereerde. Pak Harto prees het schitterend blauwe silicium en beloofde steun in een apart project voor de aanschaf van 3000 huissystemen voor 2,5 miljard rupiah (momenteel zo'n 2,5 miljoen gulden). R&S installeerde inmiddels duizend van de 2000 systemen die het daarvoor mag leveren. BP Solar en de Japanse firma Kyocera verdelen de rest: ieder 500.

Proefproject ”Lebak' (niet te verwarren met het 'presidentiële' project) is het logische vervolg van ”Sukatani'. De provincie Noord-Holland en West-Java, de provinciale Elektriciteitsmaatschappij Noord-Holland en het Indonesische ministerie van handel legden er samen de rupiahs, ruim een half miljard, voor op tafel.

Andere firma's

Het succes van R&S met de huis-aan-huisaanpak trok ook de aandacht van andere firma's. BP Solar test het concept sinds juni '91 met 200 huiscentrales in Bodowoso en Mojokerto (beide Oost-Java) en op het eiland Sapudi. Het Japanse bedrijf Kyocera gooide het in de desa Kenteng over een andere boeg. Daar startten de Japanners in januari 1987 een proefproject met een grotere zonnecentrale. Het is een grasveld met panelen en een garage vol accu's en het maximale vermogen dat geleverd kan worden is 19 kiloWatt. Twee jaar geleden werd dit project door BPPT (het Indonesische instituut voor onderzoek en toepassing van technologie) al als mislukt beschouwd. De dorpsbewoners sloten dankbaar hun TV's en peertjes (in plaats van duurdere, maar energiezuinige TL's) aan op de zo vriendelijk en gratis ter beschikking gestelde stroom. De centrale raakte overbelast.

Het stroomgebruik is in Kenteng daarom nu maar ”individueel' gemaakt. De huizen zijn in groepjes via een zekering op de centrale aangesloten en voor gebruik moet voortaan worden betaald. ””Als we nog kleinere automatische zekeringen konden krijgen hadden we elk huis apart aangesloten'', vertelt Abubakar Lubis van BPPT die het project vanaf het begin begeleidde.

BP Solar beperkt zich met het huissysteem-concept tot Indonesië. Kyocera levert ook aan het Deutsche Gesellschaft für Technische Zuzammenarbeit (GTZ), een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking die proefprojecten met deze consumentenenergie uitvoert in diverse landen met een overvloed aan zon. Op de Filippijnen, waar sinds 1987 wordt geëxperimenteerd, staan inmiddels 400 huissystemen (ook van Siemens en Telefunken).

In het relatief rijke Columbia begon GTZ al in 1983. Ing. H. Höfling van GTZ schat het aantal huiscentrales in het Zuidamerikaanse land op 28 duizend. ””Zonnemodules en onderdelen van vier verschillende bedrijven zijn daar gewoon in de winkel op de hoek te koop. Voornaamste afnemers zijn boeren.'' Oorzaak van dit succes is vooral koopkracht; de Columbianen hebben meer geld te besteden dan hun Filippijnse tegenvoeters.

Geen meter stroomdraad

Cileles ligt 27 km vanaf Lebaks hoofdstad Rangkas Bitoeng: eerst 7 km hoofdstraat - hier houdt het elektriciteitsnet op - dan 15 km B-weg en daarna 5 km gaten. De komende tien jaar zal het staatselektriciteitsbedrijf PLN geen meter stroomdraad richting dunbevolkt Cileles trekken. 's Avonds is de slingerweg aardedonker, op oliepitjes en een sporadische kerosinelamp na. Tijdens de 20 kilometer telt de reiziger 343 oliepitjes en 28 kerosinelampen. Ook drie zwartwit-tv's, te herkennen aan de blauwe gloed van de transparante kunststof schermen die voor de beeldbuizen zijn geplaatst.

De zonnepanelen, als passpiegels zo groot, vallen nauwelijks op. In huis is direct onder het paneel op gezichtshoogte een accu aan de muur bevestigd. Daar hangt ook de controller, de elektronica die de accu tegen overbelasting beschermt en zonodig de twee TL's (ieder 6 Watt) en het stopcontact (12 Watt voor tv of radio) uitschakelt.

In Sukatani, waar het pionierswerk drieëneenhalf jaar geleden begon, kregen 80 woningen 2 modules van elk 40 Wattpiek (Wp, het maximale theoretische vermogen).

””Oorspronkelijk waren er zelfs vier modules per gezin gepland en twee minder leek een enorme concessie'', vertelt ing. Maurice Adema, technisch manager bij PT R&S. ””Maar het bleek dat zelfs twee modules ruim was. Vaak zaten de accu's al om 12 uur vol.'' Met die ervaring - en waarschijnlijk ook de prijs - in gedachten besloot men bij R&S dat het in Lebak wel met één module (intussen 45 Wp) zou lukken.

Een van de Lebakse modulegebruikers is de lurah, het dorpshoofd, zelf. Zijn vrouw, ibu Sukarsi, is zeer in haar nopjes met haar nieuw verworven verlichting. Een TL in de voorkamer en een in de overloop naar de keuken: ze geniet ervan. Maar de hoeveelheid energie valt tegen: een neon gaat tussen tien en elf al uit (de ander wordt daarna nog tot diep in de nacht gebruikt). De oude 20-Watt-tv is te energieverslindend, binnenkort komt er een nieuwe.

In een Indonesische toko zou een zonne-energiepakket zoals in Lebak een miljoen rupiah (1000 gulden) kosten. Lebakse PLTS-bezitters betalen daarvan driekwart (750.000 RP) gedurende 8 jaar terug: 30.000 vooraf en maandelijks 7500, plus 500 RP asuransi. Iedereen in Cileles kan uitrekenen dat dat goedkoper is dan een petromax, de kerosinelamp die in stad en land 's avonds de uitgestalde koopwaar belicht en in afgelegen gebieden de huizen. Hij slurpt een liter petroleum per avond op. Die kost in Cileles 300 rupiah, 75 meer dan in Jakarta, honderd kilometer verder. Maandelijks is dat dus 9000 RP. Prijzen stijgen met de afstand tot de distributiecentra en explosief waar de wegen slecht worden.

Maar in Cileles dooft het licht niet met petromaxen en PLTS. Ergens knort een dieselcentrale. De eigenaar van de lawaaigenerator loopt maandelijks langs de peertjes bij zijn afnemers, telt de opgedrukte wattage, vermenigvuldigt dat getal met 150 en brengt het resulterende bedrag in rupiahs in rekening. Zo is een peertje van veertig Watt goed voor 6000 rupiah.

PLTS, petromax en peren zijn echter niet te vergelijken. De meeste gezinnen hebben het geld niet eens voor deze afweging. Zij branden oliepitjes op een liter petroleum per week.

In het naburige Prabu Gantungan leidt Jonnj ons rond. Volgens hem kan maar 35 procent van zijn dorpsgenoten PLTS betalen. Het kleinbehuisde gezin Juhanda draaide er elke rupiah voor om. Met het paneel dat behalve licht ook stroom geeft voor hun 14-inch-, 12-Watt-tv tonen ze zich ingenomen. Van 6 tot 9 werken beide TL's, daarna gaat er een uit voor het nieuwsbericht. Omstreeks 12 uur gaan de Juhanda's slapen.

Vrijwel iedereen prijst de nieuwe verlichting - en licht, daar draait het om, zo wordt keer op keer benadrukt. Nuttig; minder verspillend dan olie; geweldig; geeft meer licht: het zijn woorden die veelvuldig vallen. Geen gesjouw meer met accu's, minder olie en geen kinderen meer die bij het aansteken van een petromax in de hens vliegen. ””Er staan hier alweer tweehonderd mensen op de wachtlijst voor een PLTS,'' zegt Haji Muamed Jatinegara, dorpshoofd van Prabu Gantungan, en hoofd KUD Cileles.

Kritiek

Maar de mensen aarzelen ook niet om kritiek te spuien op de aanschaf waarvoor ze de komende 8 jaar een groot deel van hun inkomen kwijt zijn. Pak Suhandi is bang voor brand, omdat zijn systeem bij onweer geluid maakt. Een maand geleden meldde hij dat bij de KUD - die int het geld en zorgt voor onderhoud - maar er kwam nog geen reactie.

Een weduwe die in Prabu Gantungan naast de markt woont is boos, zeer boos. Ze lanceert haar klachten voordat er ook maar een groet is gewisseld. Haar TL's vallen vaak al na enkele uren uit. Lastig, want ze moet twee dagen per week om drie uur 's nachts het bed uit om de hapjes te maken die ze op de maandag- en woensdagmarkt verkoopt. Dat is trouwens ook de reden waarom ze zich een PLTS kan veroorloven. Is de bezoeker niet van R&S? Of hij dan zo vriendelijk zou willen zijn de boodschap door te geven, want zelf ging ze de afgelopen maand al tienmaal tevergeefs naar de KUD.

Volgens Jonnj zou 25 procent nog niet tevreden zijn over hun huiscentrale. Van technische mankementen lijkt echter nergens sprake. Gebruikers zijn blijkbaar nog niet gewend hun dagelijkse energievoorraad goed te verdelen.

Zorgwekkend

Een kwart niet tevreden? Dat vindt dr. Rachmat Mylyadi, groepsleider Fotovoltaïsche Energie van BPPT zorgwekkend. Dat mag hoogstens 1 procent zijn'', zegt hij op de veertiende verdieping van de BPPT-kolos in Jakarta. Zijn groep verleent technische hulp en houdt bij alle zonneprojecten een stevige vinger aan de pols. ””Zeker in de desa's moeten we voorzichtig zijn'', wil Mulyadi graag nog eens, voor de zoveelste keer benadrukken. De dorpsbewoners moeten begrijpen hoe ze er gemak van kunnen hebben en hoe ze het systeem moeten behandelen zodat ze er lang gebruik van kunnen maken. Ik schrijf altijd: zorg voor goede training en bijstand. Zelf kunnen we er niet dagelijks bij zijn. We leren de mensen van de KUD om ernaar te kijken, daarvoor worden ze betaald, als ze dat niet doen sta ik machteloos.''

En de 500 rupiah ”asuransi' dan? Dat maakt Pak Rachmat nog bezorgder, want daarvan is hem niets bekend. Blijkbaar steken de KUD-employés per maand zo'n 200.000 rupiah extra in hun zak; een aardigheidje van ruim tweemaal het gemiddelde Indonesische inkomen.

In tegenstelling tot Mulyadi reageert drs. Rob de Lange, manager van PT R&S wat sceptisch. ””Vijfhonderd rupiah klinkt me niet onredelijk'', grijnst hij. De Lange kan zich best voorstellen dat de KUD met de 100.000 rupiah die ze per maand voor het werk krijgt niet rondkomt. Ook de twee zonnepanelen die op het ouderlijk huis van een van de lurahs voorkomen blijken in strijd met nadrukkelijk ”R&S-regels' van één module per huis. De desa's hebben duidelijk ook hun eigen wetten. Of De Lange zich met deze zaken bemoeit? Hierin toont hij zich meer Droogstoppel dan Havelaar: ””Je kunt daar beter 100 procent buiten blijven.''

De Lange kondigt aan dat zijn hele staf naar Lebak zal gaan. De aarzelende KUD-employés krijgen een nieuwe scholingsronde en met ieder huishouden apart wordt doorgepraat hoe ze het systeem de afgelopen maanden gebruikten. De Lange optimistisch: ””Ook in Sukatani lukt het. Het zijn boeren, gewend zich aan het weer aan te passen.''

Maar de gezinnen in Lebak moeten het met de helft van het vermogen doen. Ook in Kebon Sari (presidentiële-hulpproject), de desa op Oost-Java waar 200 gezinnen gebruik maken van één module, waar een liter stookolie 400 rupiah kost en waar de weg zo slecht was dat de chauffeur van het minibusje weigerde verder te rijden, ook daar klinken dezelfde geluiden. Na drie tot vier uur wordt de eerste TL al automatisch uitgeschakeld; men had er meer van verwacht. Het zal R&S dan ook aanzienlijk meer moeite gaan kosten de 400 Lebakse gezinnen en de 2000 van het presidentiële project met 1-modulesystemen wegwijs te maken naar de zon. Bij de 80 gezinnen in Sukatani, die 2 modules kregen, was het gemakkelijker.

R&S lijkt na het succesvolle Sukatani-project zelf aan een proeve van bekwaamheid toe te zijn: forse capaciteitsuitbreiding op een markt waarbij elke klant persoonlijk aandacht nodig heeft. Of ze die kunnen geven zal pas echt over vijf tot acht jaar duidelijk zijn.

””Mensen laten zich niet graag vertellen dat ze het licht uit moeten doen'', zegt Jonathan Hall, business development manager van BP Solar in Jakarta. Hall voelt zich bovendien niet lekker met de relatief goedkope systemen: ””Ik zou graag een schitterende toekomst in verlichting met zonnecellen willen schetsen, maar we moeten voorzichtig zijn in onze haast om systemen te bouwen voor een prijs waarbij de kwaliteit twijfelachtig wordt'', waarschuwt hij. De 200 huissystemen van BP Solar op Oost-Java en Sapudi zijn er ””om de markt te leren kennen''. Volgens Hall is er echter een wereld van kwaliteitsverschil tussen die goedkope apparatuur (550 dollar per stuk) en de ”robuustere' systemen (2500 tot 2600 dollar per stuk met 2 tot 3 panelen) die de firma aan het World Wildlife Fund for Nature in Noord-Sumatra leverde. Hall: ””Het is voor ons straks interessant om die twee te vergelijken.''

In tegenstelling tot BP Solar waagt Telefunken System Technik zich niet eens op de huissystemenmarkt. ””Niet voor duizend gulden per systeem'', verduidelijkt dr. Karl Fassbinder van de Duitse firma. ””Wij zijn niet van plan terug te gaan naar dat lage kwaliteitspeil.'' Telefunken levert in Indonesië vooral zonnecellen op de telecommunicatie-markt. Tien jaar geleden kreeg het toenmalige AEG een slecht imago in Indonesië doordat het veel problemen had met zonnepanelen voor waterpompen. ””Nu verkopen we alleen topkwaliteit. Het is moeilijk mensen te overtuigen daarvoor ook te betalen.'' Het is voor Fassbinder duidelijk wat voor lot R&S te wachten staat: ””Zij krijgen problemen, zoals wij eerder. Maar de Indonesiërs houden van goedkoop.''

Dat zonnemodules van R&S niet goed zouden zijn bestrijdt De Lange. Volgens hem is de techniek zover voortgestreden dat zonnepanelen van alle fabrikanten het zonder meer 20 jaar uithouden. ””De zonne-industrie moet zich in feite opsplitsen in Hema's en Bijenkorven, beide kunnen kwaliteit leveren.''

    • Rene Raaijmakers