Ontsnapping met Superbeer

Beertje Sebastiaan: geheime opdracht. Regie: Frank Fehmers. Met de stemmen van o.m. Olaf Wijnants, Margriet van Lidt, Frits Lambrechts, Hein Boele. In 14 theaters. Lancelot en de draak (Dragon and slippers). Regie: Tibor Harnadi. Amsterdam, Filmhuis Rialto.

Het belang van de geanimeerde film mag niet onderschat worden: vaak markeert hij de eerste kennismaking van een kind met de bioscoop en het genot van een speelfilm. Als het even mee zit, wordt zo'n eerste film zelfs een van de meest kostbare herinneringen. Wie beefde voor de heks van Sneeuwwitje zal daar graag en tot in lengte van zijn dagen over vertellen. Wie dikke tranen huilde toen de moeder van Bambi dood ging, zal zijn leven lang terugkeren naar de bioscoop om die ingrijpende ervaring terug te vinden.

Maar je zal toch voor het eerst mee mogen naar de film en dan terechtkomen in een theater waar je Beertje Sebastiaan: geheime opdracht voorgeschoteld krijgt. Een vroege vorm van cinefilie zal de film niet wekken. De gang naar bioscoop wordt er niks bijzonders van, want wat daar te zien is lijkt precies op een middelmatig televisiefilmpje, alleen een beetje groter. In grove streken vertelt Frank Fehmers (ontwerper van de mierzoete televisieserie over de Barbappa-wezens) een smakeloos verhaal over een beertje dat haar moeder ontrukt aan de ketenen van een kwaadaardige showdirecteur, met hulp van een Superbeer uit de ruimte. Fehmers pocht dat er vijf jaar aan deze film is getekend door honderden tekenaars. Als er zoveel inspanning aan werd gespendeerd, is het onbegrijpelijk waarom de figuren zulke uitdrukkingsloze smoelen meekregen en zulke houterige motoriek. Alles moest overduidelijk op een koopje. De personages zijn rudimentaire, voor kinderen niet te plaatsen typen (de directeur heeft een Hitlersnorretje, voor zijn onbetrouwbare componist is het gezicht van Albert Einstein geparodieerd, en moeder en dochter beer hebben niet meer karakter dan "spreekt' uit lange dameswimpers). Deugen de figuren niet dan spreken ze Nederlands met een zwaar buitenlands accent, zijn ze lief dan schallen ze op enthousiaste reclametoon. De decors zijn slaapverwekkend saai van ontwerp en onverantwoord statisch - er kan geen extra detail of beweginkje af, want dat zou meer mankracht heben gevergd en dus meer geld hebben gekost. En het sentiment, cruciaal kenmerk dat dierbare tekenfilms zo onvergetelijk kan maken, is hier niet mooi. Het is niet eens verrukkelijk vals, het is volledig misplaatst.

Het Amsterdamse Filmhuis Rialto presenteert ter gelegenheid van de herfstvakantie ook een speelfilmlange tekenfilm: Lancelot en de draak, van de Hongaar Tibor Harnadi. Animatie uit Oost-Europa heeft een goede naam, maar blijkbaar heeft men ook daar besloten dat het achterhaald is om graag een publiek te willen betoveren. In een van begin tot eind met Beertje Sebastiaan vergelijkbare, liefdeloos-armoedige stijl reduceert Harnadi de klassieke liefdesgeschiedenis tussen Lancelot, Ridder van de Ronde Tafel, en koningin Guinevere, de vrouw van Koning Arthur, tot de uiterste banaliteit. Rock-muziek begeleidt onverstaanbare liedjes, komiek bedoelde anachronismen kleuren de lelijke dialogen: "Lekker stuk', voegt Lancelot Guinevere toe. Zij heeft het, op haar beurt en verre van lip-synchroon, over "dumpen'. Je kijkt naar het in slordige halen neergezette, in de verte aan Brigitte Bardot herinnerende type en je weet dat het nooit meer goed kan komen.

Gelukkig. Assepoester uit de studio's van Walt Disney is deze week door het hele land te zien, in 50 theaters. Niet Disney's allerbeste film, maar een klassiek meesterwerk van onmetelijke status vergeleken bij de rommel waar Fehmers en Harnadi geld mee willen verdienen.