IMF tast in het duister over omvang steun aan Sovjets

BANGKOK, 10 OKT. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) tast nog volkomen in het duister over hoeveel geld de Sovjet-Unie nodig heeft om een markteconomie op poten te zetten. Zo goed als hem volstrekt onduidelijk is wanneer het land volwaardig lid kan worden van het IMF.

Dat zei Michel Camdessus, managing director van het IMF, vanmorgen op een persconferentie in Bangkok. De Thaise hoofdstad is deze en komende week het toneel van de jaarvergaderingen van IMF en Wereldbank

Volgens Camdessus, die pas is benoemd voor een tweede vijfjarige periode, hangt alles af van de snelheid waarmee de autoriteiten in de Sovjet-Unie betrouwbare gegevens kunnen verschaffen over de staat van hun economie. Bovendien moet eerst helderheid bestaan over de constitutionele verhoudingen binnen het reusachtige land.

Sinds de studie van het IMF naar de economische toestand in de Sovjet-Unie van eind vorig jaar, is al weer een hoop veranderd. Camdessus: “Ik heb bijvoorbeeld geen idee met hoeveel hun reserves aan harde valuta zijn verminderd, ik weet alleen dat ze niet zijn toegenomen. We moeten verder weten hoe groot hun bruto nationaal produkt is, hoe hun financiële situatie is. Er is al veel werk verzet, maar we moeten meer weten.”

Tijdens zijn bezoek afgelopen weekeinde in Moskou, waar hij en president Gorbatsjov de overeenkomst voor een geassocieerd lidmaatschap tekenden, was hem gevraagd waarom de Sovjet-Unie geen Marshall-hulp van het Westen kon krijgen. Hij antwoordde zijn Sovjet-gehoor dat de Amerikaanse Marshallhulp voor Europa van vlak na de oorlog niet alleen inhield dat de VS geld gaven, maar ook dat ze van Europa eisten dat het orde op zaken stelde in eigen huis.

Camdessus noemde de scherpe terugval van de produktie in Oost-Europa niet onverwacht, in weerwil van de betrekkelijk gunstige voorspelling van het IMF een half jaar geleden. Hij roemde de resultaten die in Oost-Europa tot nu toe zijn bereikt. Zo heeft bijvoorbeeld Tsjechoslowakije zijn prijzen geliberaliseerd zonder dat dit tot inflatie heeft geleid. De prijzen zijn er vrijwel stabiel, aldus Camdessus.

Het grootste probleem voor de wereldeconomie noemde hij het dreigende gebrek aan besparingen. Duitsland, Oost-Europa, de ontwikkelingslanden in Afrika en nu ook de Sovjet-Unie, iedereen heeft geld nodig en als er niet genoeg wordt gespaard “zal de markt het probleem oplossen en gaat de rente omhoog”, zo waarschuwde hij.

Het IMF heeft berekend dat voorOost-Europa, de Duitse eenheid, wederopbouw in het Midden-Oosten en de Sovjet-Unie in 1991 100 miljard dollar nodig is. Als op de landbouwsubsidies in de wereld wordt bezuinigd kan dat gemakkelijk een dergelijke besparing opleveren. En als alle landen in de wereld niet meer dan 5,5 procent van hun bnp zouden uitgeven voor hun defensie (“en dat is per land een hoog bedrag”), zou de wereld in een keer 150 miljard dollar besparen, aldus Camdessus.

Voor de coördinatie van de bilaterale en multilaterale hulp aan de Sovjet-Unie, voor de informele contacten en de dialoog met de financiële autoriteiten van het land, is namens het IMF de oud-gouverneur van de centrale bank van België, Jean Godeau, aangewezen.

    • Paul Friese