Hondeweer op de A13; Het CROW-systeem kan gegevens over weer, rijgedrag en wegconditie combineren. Met voorspellingen en waarschuwingen als resultaat.

Radiootje aan, verwarming op de benen gericht en de ruitenwissers in de tweede stand. In de cabines van autorijdend Nederland kan het erg behaaglijk zijn als het buiten regent. De ongevalscijfers zijn niet zo gezellig. Dertig procent van alle ongelukken gebeuren op een nat wegdek, maar het wegdek is maar 12% van de tijd nat. Conclusie: op een natte weg is de kans op een ongeluk 2,5 keer zo groot als op een droge. Slecht zicht en een slecht wegcontact zijn de belangrijkste boosdoeners. Gevaarlijk is ook mist, vooral op een drukke weg. In Nederland eist de mist elk jaar 50 verkeersdoden. Verder is wind waarschijnlijk een belangrijke (maar meestal onderschatte) oorzaak van verkeersongelukken, vooral zijwind natuurlijk.

Alles bij elkaar gebeuren tussen de 25 en 35% van alle verkeersongelukken bij slecht weer. Wegbeheerders weten dat en doen er wel wat aan. Zo hier en daar staat een bord waarop staat dat de weg glad is als het regent, of dat mist een weertype is waarbij het oppassen geblazen is. Dat bord staat er dag in dag uit en de automobilst ziet het na een tijdje niet meer.

Beter werkt waarschijnlijk een systeem zoals dat nu in Breda wordt geïnstalleerd, waarbij waarschuwingsborden oplichten als er verderop mist wordt geconstateerd. Voorwaarde is wel dat het systeem er niet te vaak naast zit; als de automobilist na een waarschuwing toch niet in de mist belandt zal de afschrikwekkende werking gauw verloren gaan.

Maar het kan veel mooier, bedachten de technici die zich in het EG-project CROW hebben verenigd. Als CROW (Conditions of ROad and Weather monitoring, op zijn beurt weer een onderdeel van het DRIVE-programma, ook een ingenieuze afkorting) klaar is, hebben we een systeem voor wegbewaking waarin weinig aan het toeval wordt overgelaten. Coördinator van het project is het Instituut voor Wegtransportmiddelen TNO en dr. ir. J. Pauwelussen van dat instituut is de projectleider. Afgelopen woensdag toonden Pauwelussen, ir. H. van Es van het Fysisch en Elektronisch Laboratorium TNO en nog enkele van hun binen- en buitenlandse partners in dit project een werkend prototype van het systeem. Over drie jaar zal CROW bij wijze van proef op twee plekken in Wales en een plek in Nederland worden geïnstalleerd.

Het hart van het geheel is een computer, CCC genoemd (naar CROW Control Center). Het bijzondere van de CCC is dat hij signalen van allerlei sensors kan verwerken. Temperatuur, wind, zicht en neerslag kan hij aan, maar ook allerlei andere gegevens: weersvooruitzichten, verkeersintensiteit en gegevens over de weg zelf. De computer combineert al deze gegevens met elkaar en met een aantal ingebouwde regels over veiligheidsmarges en gegeneraliseerd rijgedrag, en komt uiteindelijk met een aantal waarschuwingen. Die gelden slechts voor een gedeelte van de weg, maar zijn daar heel goed op toegesneden. Hoe de waarschuwingen worden aangeboden is nog open. Het prototype van CROW werkt met een aantal waarschuwingsborden die op portalen boven het wegdek worden gemonteerd, maar het is goed denkbaar dat de automobilist van de toekomst in zijn cabine door lampjes of pieptoontjes wordt opgeschrikt.

Het voordeel van de gecombineerde verwerking van allerlei gegevens is volgens Pauwelussen dat daarmee zeer nauwkeurige aanbevelingen en waarschuwingen kunnen worden opgesteld. ""Als de automobilisten ergens makkelijk 70 kunnen rijden, maar je geeft ze voor alle zekerheid een adviessnelheid van 50, dan verliest zo'n systeem snel aan geloofwaardigheid. Omdat in ons systeem ook gegevens worden meegewogen over de te verwachten en de reële verkeersintensiteit en bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met bepaalde extra riskante plekken op de route kunnen we reële waarschuwingen en adviezen geven.''

Sensoren

Een van de doelen van het CROW- project was de ontwikkeling van nieuwe sensoren. De Duitse onderzoeksinstelling Technisch Zentrum Nord toonde tijdens een demonstratie een sensor voor detectie van ijs en water op de weg met infrarood licht en radargolven. Het infrarode licht wordt vanaf een vijf meter hoog portaal in drie verschillende golflengten op de weg gestraald. Een detector neemt waar wat daarvan weer wordt gereflecteerd. De drie golflengten zijn zo gekozen dat de aanwezigheid van ijs en water zich verraden door een plotseling veranderende reflectie.

Tegelijk met het infrarode licht worden door een antenne radargolven verzonden. De terugkaatsing van deze golven (in het 2,4 Ghz gebied) is een maat voor de hoeveelheid water op het wegdek. De reflectie neemt toe als er meer water op het wegdek ligt en zo kunnen stapjes van 0,1 mm worden geregistreerd.

Een "sensor' van heel andere aard is het instrumentarium dat het KNMI heeft ontwikkeld voor het voorspellen van het weer. De gegevens van weerstations, maar ook satellietwaarnemingen kunnen zo de automobilist ten goede komen. Een nieuwigheid werd gedemonstreerd door drs. D. Blaauboer van het KNMI: een gecomputeriseerde mistvoorspeller. Dit programma (een voorbeeld van een "kennissysteem') berekent aan de hand van een groot aantal gegevens - zoals de hoogte ter plaatse, de temperatuur, de luchtvochtigheid, etcetera - de kans op mist voor een bepaalde plek. Blaauboer liet zijn mistvoorspeller nog eens uitrekenen wat de kans op mist was op 6 november van het vorig jaar, om negen uur 's ochtends in de buurt van Breda. Nadat alle gegevens waren ingetikt bepaalde de computer die kans op 97%. Niet gek. Het was 100%, zoals we nu weten.

Tekening: In het CROW-systeem verschaffen verschillende sensoren informatie over wegdek en weergesteldheid. Het wegdek wordt met infrarood licht en radargolven verkend. Ook is het mogelijk een service-auto met een mobiele laser-verkenner te laten rijden. De auto geeft zijn informatie dan draadloos door aan het netwerk.

De mistsensor werkt volgens het diffractieprincipe. Een flitslamp wordt van twee kanten bekeken. Bij helder weer ziet de opnemer die dwars op de lichtbundel staat vrijwel niets; hij kijkt in een zwart gat. Zodra er mist komt wordt het licht verstrooid en neemt de opnemer licht waar. De opnemer die recht tegenover de lamp staat geeft een referentie-signaal. Dat maakt periodiek ijken overbodig.