Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

EPU: drie discussies tegelijk

Een weekje Europese integratie: minister Van den Broek moet na een informeel samenzijn toezien hoe zijn collega's Genscher en Dumas ervandoor gaan met zijn auto en zijn voorzitterschap. Frankrijk en Italië eisen herziening van de mededingingsregels nadat de Europese Commissie een Frans-Italiaans consortium verbiedt het Canadese bedrijf De Havilland te kopen. Europarlementariërs verzetten zich tevergeefs tegen de uitbreiding van het aantal Duitse collega's en Duitsland zelf klaagt over ondervertegenwoordiging van de Duitse taal in de EG.

Ook zonder Nederland als voorzitter zouden de onderhandelingen over de Europese Politieke Unie, die volgens afspraak begin december op de topconferentie in de Limburgse hoofdstad moeten worden afgerond, moeizaam verlopen. Want bij het debat over uitbreiding van de bestaande economische integratie met politieke samenwerking lopen - al sinds een jaar of dertig - op z'n minst drie discussies door elkaar heen en wisselen de coalities per onderwerp.

"Atlantici versus Europeanen'. Moet de Europese Gemeenschap streven naar een eigen veiligheidsbeleid los van de Verenigde Staten? Met name Groot-Brittannië, Nederland en Portugal vinden van niet. Nauwe samenwerking met het sterkste land van de wereld vormt nu eenmaal de beste garantie voor de veiligheid, redeneren zij. Het voorkomt bovendien dat Frankrijk en Duitsland in Europa te veel verantwoordelijkheid krijgen.

Frankrijk zou juist graag wat meer verantwoordelijkheid op zich nemen en is vóór een Europees veiligheidsbeleid. Duitsland hechtte erg aan de VS toen het nog met de rug tegen de muur stond, maar wil in de toekomst misschien een rol spelen die bij zijn nieuwe omvang en positie past. Minister Genscher tekende vorige week met de Amerikanen een verklaring over een nieuwe NAVO-rol in Oost-Europa, maar komt morgen met de Fransen in Parijs bijeen om de defensieparagraaf van het EPU-verdrag op te stellen. De vraag is overigens hoelang de Amerikanen zelf nog "Atlantisch' zijn en in Europa blijven, nu het Rode gevaar is verbleekt.

"Intergouvernementeel versus communuatair'. Moeten de lidstaten van de Europese Gemeenschap met elkaar samenwerken of reële macht overdragen aan instellingen die vervolgens het belang van het geheel behartigen? Een deel van de beslissingsbevoegdheid op economisch terrein is al overgedragen aan de EG, waar de ministers van de lidstaten gezamelijk - en volgens het boekje vaak bij meerderheid van stemmen - beslissen op voorstel van de Europese Commissie en na raadpleging van het Europese Parlement.

Met name Italië, België, Nederland en vooralsnog ook Duitsland zeggen steeds meer bevoegdheden aan de EG te willen geven, uiteindelijk zelfs die betreffende het buitenlands- en veiligheidsbeleid. Tegelijkertijd moet wel de besluitvorming worden verbeterd en gedemocratiseerd. Zo zou een federatie onstaan, vergelijkbaar met de Verenigde Staten of de Bondsrepubliek.

Vooral Groot-Brittannië maar ook Frankrijk en Denemarken achtten het ondenkbaar dat op essentiële beleidsterreinen bovennationale instellingen bij meerderheid besluiten nemen die voor de lidstaten bindend zijn. Bij het afschaffen van de onderlinge handelsbelemmeringen staan zij communautaire besluitvorming nog wel toe, omdat het ontegenzeggelijk economisch voordelen biedt. Bij de oprichting van een Economische en Monetaire Unie wil Frankrijk ook nog een eind gaan omdat dat zeggenschap over de D-mark oplevert. Maar macht is in Londen en Parijs niet iets dat je vrijwillig uit handen geeft, zeker niet als het gaat om veiligheid of buitenlands beleid. Ook het idee om de bevoegdheid op deze terreinen niet af te dragen maar te delen met de EG, zoals dat in het Nederlandse EPU-ontwerp was neergelegd, vinden Major en Mitterrand onaanvaardbaar.

"Verbreding versus verdieping'. Kan de Europese Gemeenschap al nieuwe leden toelaten of moet eerst de bestaande integratie en samenwerking worden verbeterd? Menig federalist hamert er nog op dat "we Engeland nooit hadden moeten toelaten'. Zweden en Oostenrijk kregen te horen dat zij moeten wachten tot de op handen zijnde wijziging van de EG-verdragen is doorgevoerd (op de oprichting van EPU en EMU dus). Maar met het lonken naar Brussel van Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije is de discussie opnieuw opgelaaid. Hoe meer landen meepraten, hoe moeilijker het beslissen wordt, betogen de voorstanders van verdieping. De EG kan de grootste uitdaging sinds zijn oprichting niet uit de weg gaan en de federalistische ideeën van Monnet en Adenauer zijn met het vallen van de Muur toch al passé, betoogt daarentegen het kamp der verbreding. De scheidslijnen lopen hier ongeveer hetzelfde als bij het punt "intergouvernementeel versus communautair', al is het alleen maar om pragmatische redenen, maar ze lopen ook dwars door de verschillende lidstaten heen.

De Nederlandse voorzitter leek met zijn ontwerp-verdrag voor een communautair "Atlantisch' Europa even voor eenheid te zorgen door bijna alle anderen tegen zich in het harnas te jagen. Maar negen weken voor Maastricht vormen de EG-landen eerder een onontwarbare kluwen dan een anti-Haags blok.