Een schaamlap voor protectionisme

TWAALF VRACHTWAGENS met Oosteuropees rundvlees mochten onlangs de grenzen van het Fort Europa niet overschrijden. De import van 500 ton vlees uit Polen werd tegengehouden omdat dit de Franse boeren onwelgevallig was. Zo verhinderde Frankrijk, met stilzwijgende steun van andere EG-landen, dat de Europese Gemeenschap de grenzen openstelt voor goederen uit de voormalige communistische landen van Midden-Europa.

Deze landen verkeren in grote economische problemen. De onderlinge handel tussen de lidstaten van de voormalige Comecon, het Oosteuropese handelsblok dat toegesneden was op de behoeften van de Sovjet-Unie, is ingestort. Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije moeten de koers van hun handelsstroom zo snel mogelijk verleggen van Oost naar West. In West-Europa bevinden zich de kapitaalkrachtige afzetmarkten waar de deviezen moeten worden verdiend die nodig zijn om de economische hervormingen tot een succes te maken.

De kwaliteit van Oosteuropese produkten laat vooralsnog veel te wensen over en het assortiment sluit slecht aan bij smaak en eisen van de Westuropese consumenten. Daarom zal de export noodgedwongen bestaan uit basisgoederen, zoals textiel, staal en agrarische produkten. En juist die produkten houdt de EG het liefst buiten haar grenzen ter bescherming van de gesubsidieerde landbouw, textiel en staalindustrie in de Gemeenschap zelf.

OP INITIATIEF van Frankrijk - en met actief meedenken van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa die via zijn president Attali een directe verbinding met het Elysée in Parijs onderhoudt - heeft de EG besloten tot een gebaar om de Oosteuropese handel te ondersteunen. Het is een driehoeksarrangement geworden, met de EG als geldschieter aan de Sovjet-Unie, die met dit geld landbouwprodukten uit Oost-Europa moet kopen. Het lijkt een vondst: de Sovjet-Unie lenigt deze winter zijn voedselproblemen, terwijl de Oosteuropese boeren hun produkten kunnen exporteren.

Maar zoals vaker bij driehoeksverhoudingen is de schijn fraaier dan de werkelijkheid. Want de communistische handelspatronen die Oost-Europa zo graag wil verbreken, worden hierdoor met EG-hulp hersteld. De EG subsidieert de dumping van Oosteuropese landbouwprodukten op de Sovjet-markt, zodat de ontwikkeling van een particuliere boerenstand in de Sovjet-Unie verhinderd wordt. En bovenal: de EG voorkomt op deze manier dat de Oosteuropese landbouwoverschotten op de markt van de Gemeenschap worden afgezet.

NEDERLAND HEEFT zich terecht met kracht verzet tegen deze vermomming van eigenbelang in de vorm van liefdadigheid. Maar helaas tonen de overige EG-landen, met Frankrijk voorop, geen enkele bereidheid om de handel te liberaliseren. Een Nederlandse betrokkene noemde de EG-hulp een "schaamlap voor protectionisme'. De prijs van deze kortzichtigheid zal zijn dat straks geen Oosteuropees rundvlees, maar werkzoekende Oosteuropese boeren bij de EG-grens moeten worden tegengehouden.