Delftse waterfiets met draagvleugel maar zonder flappen

Studenten van de TU Delft hebben een draagvleugelwaterfiets geconstrueerd waaraan bijzonder is dat er geen hoogteroeren aan de draagvleugels zijn bevestigd. Ze zijn dus "flaploos'.

Bij draagvleugelboten, altijd vaartuigen die snel kunnen varen, zit de vleugel onder het wateroppervlak. Als ze snelheid maken komt de romp uit het water en "vliegt' de boot gedragen door vleugels, die hun lift niet in de lucht, maar in het water krijgen. Sturen gaat meestal door de combinatie van staartroer en hoogteroeren (de "flappen'). Bij de nieuwe waterfiets komt de romp 15 centimeter uit het water als er wordt gevlogen. Voor het sturen zijn de waterfietsters aangewezen op het staartroer en op hun eigen subtiele gewichtsverplaatsingen - ongeveer zoals gewoon fietsen gaat.

Het ontwerp is beschreven in een rapport bestemd voor scheepswerf De Schelde, de sponsor van het onderzoek. De werf gaat onderzoeken of het principe van de ongestuurde vleugel ook commercieel kan worden toegepast, bijvoorbeeld in kustwachtvaartuigen (Delft Integraal no. 4 1991)

De draagvleugelfiets is een initiatief van studenten scheepbouw van de TU Delft. Door de jaarlijkse waterfietsregatta, een competitie tussen waterfietsbouwers raakte een groep geïnteresseerd in steeds snellere waterfietsen. In 1988 zagen ze op de Regatta in Hamburg een Zweedse draagvleugelfiets, mét flappen. De bestuurbare hoogteroeren onder water zijn kwetsbaar, vereisen veel onderdelen en een gebrevetteerde piloot als bestuurder.

De vorm van de dunne draagvleugels, de hoek waaronder hij staat en de plaats onder de romp werden met de computer berekend. Het ontwerp werd vervolgens getest in de sleeptanks van het Maritiem Research Instituut (MARIN) in Wageningen.

De fiets staat model voor een motorboot met een waterverplaatsing van 275 ton die met een vermogen van 58 kW een snelheid van 92 km-uur moet kunnen halen.

Ondanks veel tegenslag werkte de flaploze waterfiets deze zomer naar behoren. Op de Ragatta in Gdansk werd de eerste prijs niet gewonnen, maar qua snelheid eindigde de "Flying Colours' wel op een (gedeelde) eerste plaats. De bestuurbaarheid laat echter nog te wensen over.