Aristide kan niet meer rekenen op onverdeelde internationale steun

LIMA, 10 OKT. Ruim een week nadat hij er in de vroege ochtend van de eerste oktober in het Venezolaanse presidentiële vliegtuig was aangekomen, na met het geweer in de rug zijn land te zijn uitgestuurd, is Haïti's afgezette president Jean Bertrand Aristide weer terug in Caracas. In Haïti is inmiddels het oudste lid van het Hooggerechtshof, Joseph Nerette, beëdigd als interim-president.

Anders dan een week geleden kan de ex-priester, die op 7 februari het eerste democratisch gekozen staatshoofd van zijn land werd, niet langer rekenen op de onverdeelde steun van de internationale gemeenschap. In de Verenigde Staten met name lijkt een deel van de klachten die de militaire coupplegers tegen Aristide hebben geventileerd, op vruchtbare bodem te zijn gevallen. Begin deze week herhaalden officiële Amerikaanse woordvoerders in weliswaar genuanceerde bewoordingen de beweringen als zou de Haïtiaanse president in de acht maanden van zijn bewind de mensenrechten hebben veronachtzaamd, en dus impliciet de staatsgreep over zichzelf hebben afgeroepen. Witte Huis-woordvoerder Marlin Fitzwater weigerde zelfs onomstotelijk te verklaren dat de Amerikanen met de gewenste terugkeer van de democratie in Haïti dus ook de terugkeer van Aristide in het presidentiële paleis bedoelen.

Deze wending werd maandag verder versterkt door de gebeurtenissen op de luchthaven van Port-au-Prince. Daar was, omringd door zijn lijfwachten, de Amerikaanse ambassadeur in Haïti, Alvin Adams, aanwezig om de binnenkomende delegatie van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) te verwelkomen en een groep van vier prominente Haïtianen uitgeleide te doen. Deze laatste groep stond op het punt om een vliegtuig naar Caracas te nemen, waar het gezelschap een ontmoeting met Aristide zou hebben. Het gesprek zou moeten gaan over de voorwaarden waaronder Aristide naar Haïti zou kunnen terugkeren.

Onder de prominente Haïtianen bevonden zich de burgemeester van Port-au-Prince, tevens medestander van Aristide, de korte tijd later door militairen gearresteerde Evans Paul, en Aristides tegenstander tijdens de verkiezingen van december vorig jaar, Marc Bazin. De conservatieve Bazin, een oud-functionaris van de Wereldbank, is sinds de val van dictator Jean-Claude Duvalier in februari 1986 de "kandidaat van Washington'. Welingelichte kringen in Haïti weten te melden dat ambassadeur Adams begin dit jaar tevergeefs Bazin als premier bij Aristide heeft opgedrongen.

Volgens het vermoedelijke scenario heeft de militaire junta onder leiding van brigade-generaal Raoul Sedras inmiddels ingestemd met de terugkeer van Aristide, bij gelijktijdige vervanging van premier René Préval door Bazin. Na de aldus door de Amerikanen gewenste installatie van een "waakhond en rem' op Aristide, zou het ontdooien van de bevroren Haïtiaanse tegoeden in de VS en het herstel van de ontwikkelingshulp in gang worden gezet.

Maar de jonge soldaten en onderofficieren die in de chaos van de afgelopen dagen volledig het zicht zijn kwijtgeraakt op de gebeurtenissen en buiten de onderhandelingen met de OAS stonden, hebben met hun acties bij het parlement (de gedwongen keuze van het parlement voor een interim-president) en het vliegveld het scenario voorshands in de war geschopt.

De rol van de manschappen van het Haïtiaanse leger bij de staatsgreep is moeilijk te doorgronden. Toen Aristide op 7 februari zijn opzwepende inaugurele rede hield, raakten ook gaandeweg de aanvankelijk strak voor zich uit kijkende soldaten in de ban van zijn woorden. Halverwege de toespraak schreeuwden en klapten zij net als de andere aanwezigen het nieuwe staatshoofd toe en voegden zij zich bij de spreekkoren die voortdurend op verzoek van de president zijn retorische vragen beantwoordden.

Als een tropische regenbui was Aristide immers over Haïti gespoeld. Aristide vormde de belichaming van het democratiseringsfeest dat Haïti tussen de verkiezingen vorig jaar december en de inauguratie in februari in zijn greep had. De 38-jarige tengere, bebrilde en begaafde Aristide werd gevormd als priester in de orde van de Salesianen, die met hun onderwijsprojecten de ruggegraat vormen van deze verarmde en verscheurde samenleving van voormalige negerslaven in het franstalige deel van het Carabisch gebied. Door zijn werk onder de allerarmsten in de uitgestrekte "bidonvilles' van de hoofdstad Port-au-Prince kwam de door Belgische en Nederlandse missionarissen opgeleide priester onder de invloed van de bevrijdingstheologie in het progressieve deel van de roomskatholieke kerk.

De keuze van solidariteit met de kansarmen in de samenleving betekende volgens deze leer een vrijwel onvermijdelijke keuze tegen de heersende klasse en tegen het kapitalisme. Dat leverde Aristide bij zijn pastorale en in toenemende mate politieke werk veel vijanden op in de Haïtiaanse elite en het leger.

De wassende aanhang voor de kleine charismatische priester werd dan ook in toenemende mate een probleem voor de heersende macht in Haïti. De "Ti Legliz' (kleine kerk) van St. Jean Bosco werd een centrum van verzet tegen onderdrukking, uitbuiting en vervolging. Verscheidene malen ontsnapte Aristide ternauwernood aan moordaanslagen. De kerk van St. Jean Bosco werd tijdens een aanval door de gevreesde Tonton Macoutes in brand gestoken.

Maar het verzet tegen de politieke activiteiten van Aristide kwam niet alleen van leger en elite in Haïti. Ook de kerk, in de personen van de pauselijke nuntius in Port-au-Prince, de aartsbisschop en de leiding van de Salesianer orde, hadden bezwaren tegen het bewustwordingswerk van "Titid', zoals Aristide liefkozend door zijn aanhangers wordt genoemd. Tot zijn diepe spijt moest de radicale priester de orde van de Salesianen verlaten.

Na zijn inauguratie in februari en met het wegebben van het enthousiasme over de democratisering, begon de moeizame klim omhoog voor het staatshoofd Aristide. Ondanks de duidelijke en noodzakelijke steun van de Verenigde Staten en Frankrijk voor de opbouw van het democratische Haïti, bleken de ellendige sociaal-economische omtandigheden van het land nog altijd een voedingsbodem voor verzet.

Door zich in zijn preken en - in mindere mate - tijdens zijn verkiezingscampagne af te keren van de elite en het leger had Aristide vijanden voor het leven gemaakt. Zijn "autocratische' gedrag na zijn installatie, versterkte het onlustgevoel in die kringen.

    • Reinoud Roscam Abbing