AANSTEKELIJKE NEDERLANDSTALIGE FILMMUSICAL VAN PAUL RUVEN; Nieuwe schoenen veranderen je leven

De tranen van Maria Machita. Regie: Paul Ruven. Met: Ellen ten Damme, Jacques Herb, Ali Cifteci. Post Reykjavik. Regie: Nicole van Kilsdonk. Met: Marc Hazewinkel, Gwen Eckhaus. Amsterdam, The Movies en Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

Ik zou zo ontzettend graag willen zingen

Met een stem die de mensen van binnen raakt

Het begint gewoon te worden dat tijdens de Nederlandse Filmdagen meerdere eindexamenprodukties van de Filmacademie nominaties in de wacht slepen. De driedubbele bekroning van Paul Ruvens De tranen van Maria Machita (Prijs van de Stad Utrecht, Tuschinski Award voor de beste examenfilm en Gouden Kalf voor de beste korte film) wijst op bijzondere kwaliteiten. De geheel gezongen ode aan het Nederlandse lied en aan de bijbehorende sentimentaliteit is zelfs een klein wonder: een in alle opzichten originele, baanbrekende en sprankelende Nederlandse film, die je bovendien telkens opnieuw wilt zien omdat er zo veel aanstekelijk plezier aan te beleven valt.

Slechts de korte speelduur van veertig minuten kan de film afhouden van een glanzende carrière in binnen- en buitenlandse bioscopen, om nog maar te zwijgen van de hitpotentie van de twaalf originele, door Frank Affolter gecomponeerde en door een groot aantal vooraanstaande tekstschrijvers van woorden voorziene liedjes.

De film begint met een nachtmerrie: grote soldatenlaarzen stampen met veel echo en dreigen een kuikentje te vermorzelen. Net voordat de schoen neerkomt, zwiept Maria Machita (de verrukkelijk laconieke, ook voor een Gouden Kalf genomineerde Ellen ten Damme) rechtop in haar bed en begint het muzikale festijn: aan de lopende band in een kippenslachterij plukt Maria dood pluimvee en zingt dat ze zo graag zangeres zou zijn: “Iedere dag- begin ik- met een lach op m'n gezicht.” De mond van de kijker valt open van verbazing bij zo veel brutaliteit binnen een minuut. Ook al ben je voorbereid op een Nederlandse versie van Les parapluies de Cherbourg, het blijft een merkwaardige ervaring, dat morsige decor, met vrouwen in schorten die al snel bij het volgende refrein invallen. En dan komt de chef, met Hitlersnor binnen en zingt met basstem: “Ik krijg net een klacht van de distributie- Dat het hier te langzaam gaat.”

Een deel van de ontroering die deze eerste minuten van de film nu al drie keer bij me opriepen, ligt mogelijk in het feit dat er Hollands gezongen wordt. Hoe veel Nederlandse regisseurs hebben niet ooit geklaagd dat ze zo graag eens een nederlandstalige filmmusical zouden maken, maar dat daarvoor talent, temperament en belangstelling ontbreken? En dan komt zo'n snotjongen van de Filmacademie ineens bewijzen dat het gewoon kan: vijf in fel gekleurd tule en kant gehulde schoenenverkoopsters die tegen hun mannelijke clientèle kwelen: “Nieuwe schoenen veranderen je leven, tralalala.”

Gene Kelly en Jacques Demy, om maar twee buitenlandse voorbeelden te noemen, hadden ons al geleerd dat er poëzie en gratie te vinden valt in het banale. Ruven balanceert bovendien virtuoos op het slappe koord van de wansmaak. Niet alleen kiest hij voor de versmade Nederlandse taal, maar ook voor het idioom van de smartlap. In korte tijd verliest Maria Machita haar baan, haar vader (Jacques Herb, bekend geworden door de hit Manuela) aan een vliegtuigongeluk, haar moeder aan een hartaanval, haar Turkse minnaar aan zijn thuisland, haar nieuwe, op haar vader lijkende minnaar aan zelfverbranding en haar teruggekeerde minnaar aan haar eigen moordenaarshand. Daartussendoor moet ze de verzorging van haar broertjes en zusjes ter hand nemen en de nodige andere vernederingen ondergaan. Wie met zo'n scenario (mede geschreven door dat andere, recent van de Filmacademie gekomen grote talent, Mike van Diem) niet alleen de lachers op zijn hand weet te krijgen, maar ook af en toe weet te emotioneren, mag nu al een meester genoemd worden.

Ruven, die tijdens zijn opleiding al twee lange low-budget-speelfilms regisseerde (Max & Laura & Henk & Willie en How to Survive a Broken Heart), beproeft in elk nieuw project een ander genre, maar er zijn ook al constanten aan te wijzen. Stilistisch worden zijn films gekenmerkt door abrupte montage-overgangen en strakke, dwingende camerabewegingen. Zo zakt de camera recht naar beneden in een crematorium, richting oven. Dan gaat de brandende kist open, zit de kletsnatte overledene rechtop en roeit zich zingend over "Woelige baren' een weg naar de uitgang, begeleid door een handvol dansende engeltjes.

Je moet bijna tot Lubitsch teruggaan om een filmer te bedenken die zo goed in staat is om met behulp van zwarte humor het ondraaglijke licht te maken en ondanks alle kolder de pijn intact te laten. Toch is dat precies het inhoudelijke kenmerk dat Maria Machita gemeen heeft met Ruvens volgende, tijdens de Filmdagen getoonde korte film, Sahara Sandwich, een film noir-pastiche die eveneens hartgrondig naar Freud knipoogt.

Hoe Ruven het voor elkaar krijgt om de produktionele moeilijkheden bij het maken van een musical op een miniem budget onzichtbaar te houden, is weer een ander raadsel. Alleen bij de finale, met 43 dansende monniken om een spiritueel herboren Maria heen, zie je aan de stijve uitvoering van het Busby Berkeley-achtige ballet even de huisvlijt af.

Ruven kan een heel groot regisseur worden, mits hij zich niet te snel laat verleiden tot een promotie van wonderkind tot filmmaker met een normaal budget. Hij zou niet de eerste filmer zijn die onder zulke omstandigheden zijn inventiviteit verliest.

Voorlopig is het enige probleem nog wat voor film je naast De tranen van Maria Machita moet vertonen om tot een avondvullend programma te komen. De bizarre komedie van misverstanden Post Reykjavik van Nicole van Kilsdonk, waarin Marc Hazewinkel zijn buurvrouw vermomd als IJslander per brief het hof maakt, is onder de eindexamenfilms van dit jaar geen slechte keuze. Maar het zou misschien beter geweest zijn om na de pauze De tranen van Maria Machita gewoon voor de tweede keer te draaien, zodat het publiek dan hardop mee kan zingen.