Oorlog Joegoslavië drijft 350.000 mensen op de vlucht

GENEVE, 9 OKT. Sinds het begin van de burgeroorlog hebben naar schatting 350.000 Joegoslaven huis en haard verlaten en hun heil elders gezocht. Het overgrote deel van hen - 240.000 totaal - bleef binnen de landsgrenzen en trok tijdelijk in bij vrienden of verwanten in naburige steden of dorpen.

Volgens cijfers van het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) telt Kroatië 80.000 ontheemden, Servië 60.000, Vojvodina 45.000 en Bosnië 38.000.

Van alle buurlanden verwerkt Hongarije de grootste stroom: 25.000 Joegoslaven staan in dat land bij het Rode Kruis geregistreerd. Het aantal Joegoslaven dat wel in Hongarije een veilig heenkomen heeft gezocht maar tot dusver geen beroep doet op de hulporganisaties is mogelijk nog eens 25.000. Oostenrijk komt van de buurlanden op een tweede plaats met zes- tot achtduizend officieel geregistreerde Joegoslavische asielzoekers. Ook hier is het totale aantal hoger, omdat de Joegoslaven die al dan niet met een toeristenvisum tijdelijk hun land verlaten niet zijn meegeteld.

Veel hogere aantallen Joegoslavische asielzoekers worden geregistreerd in omringende landen zoals Zwitserland, Italië en Duitsland. Die landen vangen sinds de gewelduitbarsting enkele tienduizenden Joegoslaven extra op. Deze toestroom komt bovenop het de afgelopen jaren gebruikelijke maandelijkse aantal van enkele duizenden Joegoslaven die in die landen asiel zoeken.

Duitsland spant de kroon met bijna 38.000 Joegoslavische asielzoekers in de eerste negen maanden van dit jaar. Vergeleken met 1990 is dat een verdubbeling. Stephan Töloken, woordvoerder van het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) in Bonn, schrijft deze toename niet alleen toe aan de burgeroorlog in Joegoslavië: “Sinds de hereniging is het totale aantal asielzoekers in Duitsland dramatisch gestegen. Joegoslaven vormen de hoofdmoot, naast Roemenen en Turken”.

Medewerkers van het ICRC en het UNHCR in Genève spreken met nadruk niet van Joegoslavische vluchtelingen, maar van ontheemden. “De term vluchteling in internationaal-juridische zin is op hen niet van toepassing. Van het grote totaal is een betrekkelijk gering aantal asielzoeker”, zegt Shannon Boyd van het UNHCR in Genève, “de meesten keren na de gewelddadigheden naar huis terug. Ze wachten voorlopig elders de gebeurtenissen af.”

Nederland heeft gisteren in de Excom, het uitvoerend comité van het UNHCR, namens de EG “ernstige bezorgdheid” uitgesproken over “een mogelijke massale toestroom (van Joegoslaven, red.) in de toekomst”. De Hoge Commissaris, de Japanse mevrouw Sadako Ogata, wordt verzocht “extra waakzaam” te zijn. Van haar worden vooralsnog geen speciale maatregelen verwacht, aangezien tot dusver de volksverhuizing zich voornamelijk binnen Joegoslavië zelf afspeelt. Hier ligt een taak voor het ICRC en voor de Liga van Rode Kruisverenigingen. Deze hulporganisaties zijn verantwoordelijk voor de opvang. Zij hebben op tal van plaatsen in Joegoslavië hulpposten ingericht.

    • Willem Offenberg