Minimalisme in dans Childs minder strak

Gezelschap: The Lucinda Childs Dance Company. Programma; Rhythm Plus. Choreografie: Lucinda Childs; muziek: György Ligeti, Luc Ferrari, uitvoering: Elisabeth Chojnacka (clavecimbel); Choreografie: Lucinda Childs; muziek: Philip Glass; film-décor: Soll LeWitt; kostuums: A. Christina Gianinni; Gezien: 8-10 De Singel, Antwerpen. Aldaar: t-m 12-10.

Zeer zelden is het werk van de choreografe Lucinda Childs (1940) in Nederland te zien. Voor het laatst trad zij hier op tijdens het Holland Festival in 1985. Twee jaar geleden zonden de kunstkanalen in Amsterdam en Groningen fragmenten uit van haar dansstukken. Deze keer zullen de bewonderaars van de Amerikaanse minimaliste naar Antwerpen moeten reizen om er, in twee verschillende programma's, het premièreballet Rhythm Plus (1991) en een aantal vroegere choreografieën te zien.

Lucinda Childs produceert tegenwoordig slechts mondjesmaat. Eén nieuw ballet per jaar haalt zij hooguit. Zij realiseerde in 1962 haar eerste voorstelling in de Judson Memorial Church, gelegen aan de rand van Greenwich Village, de artiestenwijk van New York. Destijds was zij nog niet bekeerd tot het rigide minimalisme. In amusante solo's balanceerde zij in een jurk van rekbare stof of trad zij op met een vergiet op het hoofd, een spons in de mond en een been in een vuilniszak gestoken. In die jaren gebruikte zij ook teksten bij haar bewegingsexperimenten.

De ommezwaai naar de minimale dans ontstond in het midden van de jaren zeventig, na kennismaking en samenwerking met de regisseur-beeldend kunstenaar Robert Wilson en de componist Philip Glass. De opera Einstein on the beach - die in 1992 in reprise gaat - maakte Lucinda Childs bekend in Europa. Sindsdien houdt zij zich uitsluitend bezig met het rangschikken van eenvoudige bewegingen in steeds herhalende patronen met subtiele verschuivingen.

Dit element is sterk aanwezig in haar choreografie Dance (1979), voor deze gelegenheid ingekort van 90 minuten tot 55, op muziek van Philip Glass. De oorspronkelijke, gerestaureerde film van Soll LeWitt, geprojecteerd op een gaasdoek dat de hele toneelopening vult, vermengt zich met de realiteit van nu op de dansvloer. In een eindeloos lijkende stroom van bewegingen wisselen de beelden elkaar af. De gefilmde dansers dansen in blokken naast elkaar of boven de hoofden van hun collega's op het toneel.

Die voeren soepel en met grote precisie, unisono een steeds terugkerende combinatie uit van een snelle looppas, draai en sprong. De paren en groepen bewegen daarbij in geometrische figuren als cirkel, lijn en vierkant. Tussen het eerste en derde deel voert Lucinda Childs zelf de solo Dance nr.4 uit. Het witte kostuum geeft haar armen extra lengte. Wellicht daardoor valt het op dat haar armvoering wat stokkerig is.

In het nieuwe werk Rhythm Plus wisselen twee delen voor het ensemble en een solo van Childs elkaar af. Het minimalisme is hierin minder knellend toegepast. De structuur is losser, meer ontspannen. Echte dansdelen worden onderbroken door statig schrijden. Het dansvocabulaire is nóg sterker geënt op de klassieke techniek. Je zou kunnen zeggen dat deze choreografie een mengvorm is van de stijl van Merce Cunningham, bij wie Childs heeft gestudeerd, en die van Mark Morris. Het eigen stempel ontbreekt echter niet.

In Rhythm Plus is ook meer contact tussen de dansers. Zij raken elkaar zelfs aan. Houden hun partner soms ondersteboven. Maar de echte verrassing is het optreden van de roodharige, Poolse claveciniste Elisabeth Chrojnacka die Hungarian Rock van György Ligeti en Luc Ferrari's Programma Commun pour clavecin et bande magnétique zo sprankelend vertolkt, dat je ademloos zit te luisteren.

    • Caroline Willems