Miljardenslag om Noorse aardgasreserve

Aardgas wint snel aan populariteit. De vraag naar deze brandstof zal de komende jaren explosief stijgen als gevolg van strengere milieuregels. Noorwegen staat op het punt de produktie sterk uit te breiden. Het gevecht tussen de multinationals om winningsvergunningen is begonnen.

Nu aardgas in het sinds kort milieubewuste Europa op weg is de favoriete brandstof te worden, staat Noorwegen voor de beslissing de produktie van deze vroeger niet erg gewilde brandstof sterk uit te breiden. Het gaat hierbij om bedragen van vele miljarden dollars.

Voor sommige olieconcerns, zoals Exxon, zou dat goed nieuws moeten zijn. Exxon heeft ten slotte in 24 jaar vier miljard dollar in de Noorse olie- en gaswinning gestoken voordat het concern daarop in 1989 eindelijk voor het eerst winst wist te maken. Een hausse in Noors aardgas, ooit onverkoopbaar geacht, zou dus als een buitenkansje moeten worden beschouwd.

Maar Exxon is ontevreden, net als de Koninklijke-Shell Groep, Elf Aquitaine, Mobil en de meeste andere internationale oliemaatschappijen die hier actief zijn. Allemaal hebben ze lange-termijninvesteringen lopen in veelbelovende offshore-aardgasvelden en allemaal voelen ze zich misdeeld met de geringe rol die voor hen is weggelegd in de opkomende aardgasindustrie.

De Noorse regering, die een te snelle exploitatie wil voorkomen, heeft de grote multinationals die in de Noorse olie- en gasvelden werkzaam zijn, lange tijd strak aan de teugel gehouden en heeft zelf in elk veld ook een belang van ten minste vijftig procent aangehouden. De reden voor het strak houden van de teugels ligt voor een deel in het beleid, dat erop toeziet de positie van de binnenlandse oliemaatschappijen te versterken door ze openlijk een voorkeursbehandeling te geven bij het toekennen van winningsvergunningen. Een andere reden is dat Noorse politici vrezen voor oververhitting van de economie, die vervolgens in de diepvries terecht zou kunnen komen als de voorraden te snel uitgeput raken.

Er is grote opschudding ontstaan over de vraag welke maatschappijen toestemming krijgen hun aardgasreserves te ontginnen om nieuwe leveringscontracten te kunnen nakomen. Verwacht wordt dat het Noorse ministerie van aardolie vóór het eind van het jaar de uitbreiding van de capaciteit met 9,3 miljard kubieke meter aardgas zal goedkeuren, waardoor het produktiepotentieel van Noorwegen met een derde wordt vergroot. Voor de eigenaars van de uitverkoren velden betekent dat miljarden dollars winst. De ontginning van de andere velden zal waarschijnlijk tot het eind van de jaren negentig worden uitgesteld en hun huidige waarde zal daardoor met miljarden dollars dalen.

De multinationale oliereuzen maken zich daarom zorgen dat ze niet allemaal aan bod zullen komen bij het toekennen van de extra capaciteit. Volgens hen kunnen er met de juiste verkooptechnieken meer dan genoeg nieuwe aardgascontracten worden binnengesleept die zelfs een nog snellere ontginning zouden rechtvaardigen. Maar de controle over de verkoop van aardgas is door de politici geheel in handen gegeven van de drie Noorse oliemaatschappijen en de multinationals klagen dat zij als gevolg daarvan niet genoeg inspraak hebben in de marketing.

Er staat meer op het spel dan alleen winst uit olie en aardgas. Volgens de verwachtingen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs zal de vraag naar aardgas in Europa (inclusief Oost-Europa) vóór het eind van de jaren negentig met meer dan dertig procent toenemen tot 460 miljard kubieke meter per jaar, en in de tien jaar daarop met nog eens 25 procent stijgen. Deze explosieve groei is het gevolg van het veelvoud aan nieuwe, strenge milieuregels in Europa waardoor veel elektriciteitsbedrijven en andere industriële energieverbruikers gedwongen worden van vervuilende steenkool op schoon aardgas over te stappen.

Pag.20:

Olie-industrie zet Noorwegen onder grote druk; 'De hausse bestaat misschien nog steeds meer in de fantasie'

Lange tijd werd verwacht dat de Sovjet-Unie een groot deel van de nieuwe energievraag voor haar rekening zou kunnen nemen, maar door de binnenlandse economische en politieke onrust is haar betrouwbaarheid als leverancier ondergraven. Bronnen in de olie- en gasindustrie zeggen dat de Sovjets hun potentiële klanten nu vertellen dat ze voor de komende jaren zijn uitverkocht. Op aardgas beluste klanten uit Duitsland, Frankrijk, België, Nederland en Groot-Brittannië kloppen nu dus bij Noorwegen aan. Een expert van het IEA schat dat Noorwegen aan deze landen tegen het jaar 2000 een kwart van de totaal benodigde hoeveelheid aardgas zou kunnen leveren, tegen ongeveer vijftien procent op dit moment.

De Noorse regering stelt zich zeer voorzichtig op tegenover pressie van de olie-industrie om de ontginning van gasvelden te versnellen. “Het is onze taak te doen wat goed is voor Noorwegen”, zegt Gunnar Gjerde, de hoogste aardgas-expert van het ministerie van aardolie. “We zijn niet echt geïnteresseerd in het gevecht om de winst tussen de maatschappijen - en ook niet of bepaalde beslissingen goed of slecht zijn voor bepaalde maatschappijen.”

Gjerde geeft toe dat de meer intensieve onderhandelingen met verscheidene klanten over grotere leveranties aangeven dat in de laatste maanden “de stemming op de aardgasmarkten sterk veranderd is”. Maar, waarschuwt hij: “We hebben nog niet veel nieuwe contracten gezien. De hausse bestaat misschien nog steeds meer in fantasie dan in werkelijkheid.”

Veel oliemaatschappijen vinden echter dat ze door die redenering in een vicieuze cirkel terechtkomen. “Voordat er nieuwe contracten getekend kunnen worden, moet iemand beslissen waar het aardgas vandaan gaat komen”, zegt Owe Prebe, directeur aardgasverkoop van de Noorse vestiging van Shell. Het kost meestal vier à vijf jaar om een aardgasveld klaar te maken voor exploitatie.

“Als Noorwegen het te veel binnen de familie wil houden”, voegt B.L. Boyd, vice-president van de Noorse vestiging van Exxon, hieraan toe, “zou het de eerste, aantrekkelijkste verkooptransacties op markten als Groot-Brittannië en Duitsland kunnen mislopen.”

De oliemultinationals voelen zich ook beledigd omdat ze van onderhandelingen met potentiële aardgasafnemers worden uitgesloten. Het staatsbedrijf Statoil heeft, samen met de Noorse maatschappijen Norsk Hydro en Saga Petroleum, de hoofdrol overgenomen die ooit door de veel machtiger multinationals werd gespeeld. Shell, en in mindere mate Exxon en Mobil, hebben vijf jaar geleden bij voorbeeld meegewerkt aan het tot stand komen van een 25-jarig contract van 64 miljard dollar voor de verkoop van aardgas uit het Noorse Troll-veld aan distributiebedrijven in Frankrijk, België, Duitsland en Nederland.

“Iedere oliemaatschappij die miljarden dollars in nieuwe velden heeft geïnvesteerd, moet kunnen meebeslissen over de commerciële kant”, vindt Owe Prebe van Shell. “Onze aandeelhouders zijn niet gelukkig met het bestaan van wat zij zien als een A-Team van Noorse ondernemingen en een B-Team van internationale maatschappijen.”

Het heeft de Noorse autoriteiten lange tijd verontrust dat veel multinationals die aandrongen op een grotere aardgasproduktie ook aandelen hebben in Europese gasdistributiebedrijven, en dus tegenstrijdige belangen zouden hebben. Maar Gunnar Gjerde, de eerdergenoemde hoge functionaris bij het ministerie van aardolie, erkent dat over niet al te lange tijd mogelijk verandering komt in het op dit moment exclusief Noorse marketingsysteem.

“Ik denk dat we de verkoop van gas soepeler kunnen laten verlopen als we de internationale maatschappijen erbij halen”, zegt hij. “Maar het grote probleem is dat de politiek iedere verandering moet goedkeuren. En het marketingmodel is nog steeds een technische kwestie die niet erg belangrijk is voor politici.”

De laatste jaren begint de Noorse overheid voorzichtig een wat snellere ontginning toe te staan. Verwacht wordt dat de investeringen, inclusief twee nieuwe pijpleidingen tussen Europa en de Noordzee, de eerstkomende jaren meer dan veertig miljard Noorse kronen (ongeveer zes miljard dollar) per jaar zullen bedragen en na 1995 weer zullen dalen. Dat bedrag is dus veel hoger dan het vroegere plafond van 25 miljard kronen per jaar.

De oliemaatschappijen en het ministerie van aardolie voorspellen nu dat de aardgasproduktie tegen het jaar 2005 tot minstens zestig miljard kubieke meter per jaar zal stijgen. Dat betekent een verdubbeling ten opzichte van het niveau van nu en een snellere groei dan verwacht. Noorwegen zou daarmee de grootste olie- en aardgasproducent van Europa worden en Groot-Brittannië, de huidige aanvoerder, van zijn plaats dringen. (Owe Prebe van Shell denkt dat als de beperkingen door de regering geschrapt worden en de verkoop van Noors aardgas op de vraag wordt gebaseerd, “wij per jaar tussen zeventig en negentig miljard kubieke meter kunnen leveren van het Noorse continentale plat”.)

De vraag is duidelijk aan het stijgen. In juli maakte het gasdistributiebedrijf Continental gebruik van een optie in het Troll-contract om de levering van aardgas met dertig procent, of drie miljard kubieke meter per jaar, te verhogen. National Power PLC, een Brits elektriciteitsvoorzieningsbedrijf dat kortgeleden is geprivatiseerd, heeft in april een contract van vijftien jaar getekend om vanaf het midden van de jaren negentig 2,2 miljard kubieke meter aardgas per jaar af te nemen. Intussen zijn naar verluidt de onderhandelingen met British Gas over de verkoop van mogelijk vijf miljard kubieke meter Noors aardgas per jaar in een vergevorderd stadium, en Statoil is in bespreking met een reeks andere Europese gegadigden.

Het is dus onder meer om aan dergelijke orders te kunnen voldoen dat het Noorse ministerie van aardolie, naar verwacht wordt, de uitbreiding van de jaarlijkse capaciteit met 9,3 miljard kubieke meter zal goedkeuren. Het ministerie zou simpelweg kunnen besluiten een deel van de ongebruikte capaciteit van het door Shell geëxploiteerde Troll-veld aan te boren. Maar Exxon en Saga zijn aan het manoeuvreren voor toestemming om door hun ontdekte velden te ontginnen, en Elf Aquitaine hoopt dat het zijn nieuwe vondsten in de buurt van het Frigg-veld op de daar bestaande infrastructuur mag aansluiten.

Exxon heeft zijn hoop gevestigd op het gigantische Sleipner-veld, waarin het een belang heeft van 30,4 procent. Het ontginningsplan voor het veld, dat al sinds 1984 klaar ligt, is herhaalde malen opgehouden door politieke touwtrekkerij. Een contract van 27 miljard pond met British Gas voor de afname van aardgas van het Sleipner-veld is in 1985 door de Britse regering geannuleerd. Het bezwaar was dat de import van zo'n grote hoeveelheid Noors aardgas de exploitatie-activiteiten in de eigen olie- en gassector zou drukken.

De ontginning van het oostelijk deel van het Sleipner-veld werd in 1986 goedgekeurd als onderdeel van het Troll-contract. De produktie moet in oktober 1993 beginnen. Exxon wil nu toestemming om de ontginning van het grotere, westelijke deel van het Sleipner-veld door te zetten. Oliedeskundigen zeggen dat Sleipner-west altijd de grootste kanshebber is geweest om een flink aandeel in de extra capaciteit, die binnenkort zal worden toegewezen, in de wacht te slepen. De produktie in Sleipner-West zou al in 1997 kunnen beginnen.

Exxon heeft steeds gehoopt de overheidsinstanties te kunnen overtuigen met het argument dat Sleipner-West aangesloten kan worden op het transportnet en de behandelingsinstallaties die op het aangrenzende Sleipner-Oostveld in aanbouw zijn. Door bestaande pijpleidingen, verwerkingsplatforms, enz. te gebruiken, zou de investering in Sleipner-West aanmerkelijk kunnen worden verminderd. Dat zou meer winst opleveren voor de eigenaars, waarvan de Noorse regering zelf de grootste is.

Maar vorige maand is bij de constructiewerkzaamheden een ongeluk gebeurd waardoor Exxons hoop wel eens de bodem ingeslagen zou kunnen worden. Tijdens een precisie-operatie is de betonnen basis van het produktieplatform van Sleipner-oost, dat 1,3 miljard kronen kostte, in stukken gebroken en naar de bodem van een fjord gezonken, waar het op tweehonderd meter diepte voor eeuwig buiten bereik ligt.

Volgens de experts is de start van de produktie door het ongeval mogelijk met zes maanden tot een jaar vertraagd. Bovendien is het ministerie van aardolie een nieuw onderzoek begonnen naar de consequenties van de ontginning van het Sleipner-gebied, waardoor beslissingen over wie wat toegewezen krijgt waarschijnlijk nog langer worden opgehouden.

Intussen is Saga, handig gebruikmakend van de politiek, een agressieve campagne begonnen om van het Midgard-veld de voornaamste bron van aardgas voor Groot-Brittannië te maken. Het veld ligt in het zogenaamde Haltenbanken-gebied, een tot nu toe onontwikkelde streek in het midden van Noorwegen, honderden kilometers ten noorden van de bestaande installaties in de Noordzee.

De meeste experts betwijfelen of de ontginning van het Midgard-veld economisch haalbaar is. Ze wijzen erop dat er voor een miljard dollar een pijpleiding van 650 kilometer aangelegd moet worden om Midgard op het bestaande transportnet in het zuiden aan te sluiten. Maar Saga houdt vol dat het veld rendabel zou zijn als het ten minste acht miljard kubieke meter aardgas per jaar mag produceren, en wijst erop dat de onderhandelingen met British Gas voor de nodige leverantie-orders zouden zorgen.

Een andere factor die in het voordeel van Saga zou kunnen werken is dat het politiek gunstig kan zijn om het Haltenbanken-gebied tot ontwikkeling te brengen. Saga heeft toestemming gevraagd om met de werkzaamheden in het Midgard-veld te beginnen, en dat zou honderden nieuwe banen betekenen voor de noodlijdende streek.

Exxon erkent dat er weinig in te brengen valt tegen de politieke aantrekkingskracht van dergelijke vooruitzichten, maar Boyd zegt dat hij hoopt dat de Noorse autoriteiten zich uiteindelijk laten leiden door commerciële logica. Volgens hem moet de strekking van de beslissing “impliciet rechtvaardig zijn, ook al bestaan daar geen vaste regels voor”.

“We hebben enorme investeringen gedaan”, vervolgt hij. “We kunnen dus niet zomaar kwaad weglopen.” Het totaal van Exxons aandeel in Noorse olie en aardgas bedraagt ongeveer 1,5 miljard vaten, of ruwweg tien procent van hun mondiale reserves. Anderen hebben in Noorwegen ook veel op het spel staan. Voor Elf Aquitaine vertegenwoordigen haar Noorse reserves meer dan twintig procent van haar totale bezit in de wereld. Experts schatten dat Noorwegen vijftien procent bezit van de wereldreserves aan olie en aardgas buiten het voormalige communistische blok.

Zolang Noorse functionarissen niet willen zeggen welke factoren een rol spelen in hun aanbevelingen aan het parlement, dat uiteindelijk de beslissing over de produktietoewijzing neemt, stellen sommige buitenlandse maatschappijen zich cynisch op. Mobil heeft besloten zijn activiteiten in Noorwegen tot de produktie van olie te beperken, omdat “er hier voor de multinationale maatschappijen veel te veel problemen met aardgas zijn”, zegt Steven Comstock, directeur van de Noorse vestiging van het bedrijf.

Volgens hem komt dat doordat de Noorse maatschappijen het monopolie op de verkoop hebben en de potentiële winst door de strakke regeringscontrole beperkt blijft in vergelijking met investeringsmogelijkheden elders. “Het blijft afwachten of je erop gaat verdienen”, zegt Comstock.

©The Wall Street Journal