"Kamer moet minder praten en meer denken'

DEN HAAG, 9 OKT. De Tweede Kamer moet het aantal vergaderdagen terugbrengen. De fractievoorzitters van het CDA en de PvdA in de Tweede Kamer, Brinkman en Wöltgens, lanceerden dit idee gisteren tijdens de algemene beschouwingen.

Minder vergaderen zou de kamerleden meer tijd geven tot reflectie, studie en werkbezoeken, zo menen Wöltgens en Brinkman. Navraag bij fractieleden leert echter dat er binnen PvdA en CDA nog geen uitgewerkt plan bestaat. Volgens PvdA-kamerlid Stoffelen moet de opmerking van Wöltgens begrepen worden als "een verdere impuls' aan de commissie-Deetman. Die kamercommissie voor de staatsrechtelijk hervorming moet dus bepalen of de vergaderbeperking alleen gaat gelden voor de plenaire vergaderingen en de uitgebreide commissievergaderingen of ook voor de hoorzittingen en mondelinge overleggen.

“Het accent ligt wat ons betreft niet op uitbreiding of beperking van de vergadertijd, maar op de verdieping van de parlementaire democratie. Het moet gewoon beter gaan. We moeten beter luisteren naar de kiezers en minder vergaderen over details. En daarin past dit idee. Of we dan wel of niet om de week gaan vergaderen is minder van belang.”

Volgens Stoffelen staat het idee minder te vergaderen niet in verband met het rapport van de PvdA-commissie Van Kemenade. De commissie Van Kemenade stelde deze zomer voor binnen de PvdA-fractie een onderscheid aan te brengen tussen "gezichtsbepalende woordvoerders' en kamerleden die "in de luwte van het Haagse politieke bedrijf nieuw beleid ontwikkelen'.

In de CDA-fractie is vorig jaar een vergelijkbaar voorstel tot formele differentiatie tussen fractieleden besproken maar afgewezen. Net als de PvdA ziet het CDA het idee om minder dagen te vergaderen gewoon als een voorschot op en stimulering van de beraadslagingen van de commissie Deetman.

Een woordvoerder van D66, de partij die twee jaar geleden de aanzet gaf tot de commissie Deetman, noemde het voorstel van Brinkman en Wöltgens "een beetje raar'. Volgens D66 begin je "aan de verkeerde kant' door nu al te praten over minder vergaderdagen, terwijl kwesties als de verhouding tussen overheid en politiek, de relatie tussen kiezer en gekozene en de kerntaken van de overheid nog niet verder tot klaarheid zijn gebracht.