Jaya Ganguly moest kiezen: trouwen of schilderen

Jaya Ganguly is een Indiase vrouw van midden dertig, en ze is voor de tweede keer in haar leven in het Westen. Uit Calcutta reisde ze naar Nederland voor de tentoonstelling in het Arnhems Gemeentemuseum van negen Indiase hedendaagse kunstenaars uit de collectie van Eegje Schoo. Jaya Ganguly, één van de negen exposanten, lijkt als kunstenares in India een fabelachtig leven te leiden. De werkelijkheid is anders.

Het is een honingzoet en rimpelloos verhaal van een Indiase vrouw die altijd gewoon deed wat ze wilde: kunst maken. Lief glimlachend, met een schouderdoek elegant over de prachtige sari gevouwen, geeft Jaya Ganguly toe dat dit misschien niet helemaal het gewone patroon is; maar problemen met haar familie waren er nauwelijks. Alleen tijdens haar studie op de academie had ze korte tijd een baantje, net zoals de andere studenten. Trouwen, zegt ze dromerig, doet ze nog wel een keer, wanneer weet ze nog niet. En wat de beeldende kunst betreft: Het is alles rozengeur en maneschijn in India; galeries genoeg, verzamelaars in overvloed.

Na een uur praten constateert de tolk, een landgenote van Jaya, in vloeiend Amsterdams-Nederlands, dat we hier duidelijk te maken hebben met een vrouw uit een Indiase familie die zo rijk en onafhankelijk is dat ze een van haar dochters deze buitengewone vrijheid kan toestaan. Jaya Ganguly kijkt tevreden en zonder verwondering uit over de Amsterdamse grachten.

In werkelijkheid ziet haar leven er volstrekt anders uit. Jaya Ganguly heeft meer dan vijftien jaar harde gevechten met haar familie en omgeving achter de rug. Van haar vader moest ze kiezen tussen schilderen of trouwen. Hij hoopte dat ze een punt zou zetten achter die onzin-activiteiten die zijn familie zo'n slechte naam bezorgden. Dat gebeurde niet, ze koos voor het schilderen, met alle consequenties van dien. Want binnen haar eigen kaste kan Ganguly zonder bruidsschat en ouderlijke toestemming niet trouwen. Eigenlijk is ze op de Indiase huwelijksmarkt nu al bejaard. Een veertigjarige vrouw hoort grootmoeder te zijn.

Als dochter uit een familie van arme Brahmanen, de meest conservatieve en traditionele hindoe-kaste, heeft Jaya Ganguly met ijzeren wilskracht stapje voor stapje moeten veroveren wat ze nu heeft: een eigen huis met atelier op het platteland ten zuiden van Calcutta, en zo veel succes dat ze misschien haar baantje als lerares tekenen op een middelbare school kan opgeven. Formeel woont ze nog bij haar familie, die langzamerhand begrijpt dat ze bijzonder is en haar nu met rust laat, maar een vriend of minnaar is nog steeds strikt verboden.

Stemmingen

Dat is de werkelijke Jaya Ganguly van de prachtige tekeningen en gouaches die nu in Arnhem en in de nieuwe Amsterdamse Lotus Gallery van Eegje Schoo te zien zijn. Direct, spontaan op papier gezette ervaringen, stemmingen en dagelijkse situaties met die primitieve kracht waarmee ze ook haar leven inrichtte; gespeend van alle invloeden in stijl of vorm uit de traditionele Indiase kunst of uit de geaccepteerde moderne Indiase stijlen. Zonder tussenkomst van een gecultiveerd vormprincipe of een vooropgezet idee, verbeeldt ze een verinnerlijkt leven met rudimentaire vormen van mensen, landschappen en beesten. Het enige dat telt, is de emotionele lading.

“Oh, ze heeft het toch gedaan!”, roept Eegje Schoo, voormalig ambassadeur in India, als ik vertel over Ganguly's "zorgeloze' levensverhaal. Schoo verzamelt het werk van deze kunstenares al jaren en ze heeft inmiddels een hechte vriendschap met haar opgebouwd. “Ik heb nog zo gezegd dat ze hier geen fabels moet vertellen. Maar Jaya wil haar werk verkopen, want haar echte redding is economische onafhankelijkheid. En voor haar is het rijke Nederland hetzelfde als de wereld van rijke industriëlen uit Bombay van haar eigen kaste die moderne kunst verzamelen”.

Om de positie van zelfstandig kunstenaar te veroveren, een voor vrouwen maatschappelijk gezien onacceptabele onafhankelijkheid, modelleert Jaya Ganguly dus haar levensverhaal naar de strenge normen van de rijke Brahmanen. In die kringen horen vrouwen altijd verlegen te glimlachen en naar hun knieën te kijken. Ze worden heel jong uitgehuwelijkt en ze mogen niet werken, want dat is niet chique.

In de Indiase samenleving wordt alle gedrag bepaald door de sociale codes van honderden verschillende kasten. Het complexe sociale leven en gedrag moet volstrekt los gezien worden van wat iemand innerlijk, geestelijk bezighoudt. Daarom is het voor Jaya Ganguly heel gewoon dat ze in India haar tekeningen nooit exposeert, want ze zijn te beledigend direct. Ze exposeert daar alleen olieverf-schilderijen: modderig doorwerkte, versluierde, vriendelijke taferelen van vage mensen in landschappen met bloemen en beesten. Het zijn schaduwen van haar felle en krachtige werken op papier.

Het enige wat Ganguly, behalve haar overlevingstactiek en haar werk, van de echte Ganguly mee naar Nederland lijkt te hebben genomen, is de bewondering voor de godin Kali, waar ze enthousiast over verhaalt, en voor Vincent van Gogh. Kali is de Grote Godin, de al-moeder, de vrouwelijke kracht ooit ontsproten tijdens een bloedige veldslag om de destructieve mannelijke kracht te overwinnen. Ze verschijnt in vele gedaanten. De meest indrukwekkende is die van een zwart, wreed, demonisch, heksachtig wezen met een rode tong; maar soms is ze ook beeldschoon, blank, lieftallig vrouwelijk.

Ganguly groeide op in de omgeving van de Kalighat Tempel in Calcutta: een mierennest van bedelaars, tempelbezoekers van over heel India en kleine handel. De vele prostituées in de omgeving van de tempel waren vaak een inspirerend onderwerp: vooral de "to hell with you'-houding van deze "verstotenen' fascineert haar. Herinneringen van al deze dingen zijn terug te vinden in haar werk: Kali, de prostituées, gevoelsmatige beelden van situaties uit haar directe omgeving, maar ook de vele extreme sociale maskers van de Indiase samenleving.

Hoewel Ganguly nog maar enkele uren geleden op Schiphol landde, is ze toch al in het Van Goghmuseum geweest. In Van Gogh bewondert ze de kracht om ondanks zoveel lijden zo produktief te zijn. Van Gogh, Gauguin, Dali, verder gaat haar kennis van moderne kunst niet. Maar in de musea van Stockholm en Parijs, waar ze ter gelegenheid van een tentoonstelling van Indiase kunst zelf exposeerde, zag ze wél Westerse, eigentijdse beeldende kunst die ze onmiddellijk herkende. Of het tekeningen van Joseph Beuys waren of bijvoorbeeld van Rosemarie Trockel, aan wie haar werk soms doet denken, weet ze niet meer. De namen is ze vergeten. Maar haar conclusie was dat op verschillende plekken ter wereld in dezelfde tijd hetzelfde type kunstenaar geboren wordt.

Pas aan het eind van het gesprek, bij één van de laatste vragen laat ze dat rare glimlachende masker vallen. Wat wil ze in Nederland nog meer dan zien dan het werk van Van Gogh? "De Alpen', zegt ze met een stralend gezicht.

Negen hedendaagse kunstenaars uit India, Gemeentemuseum Arnhem, tot en met 16 november. In dezelfde periode is werk van deze kunstenaars te zien in Lotus Gallery, Weteringstraat 34, Amsterdam (woensdag t-m zaterdag van 13.00 tot 18.00 uur).

    • Riki Simons