Israels lobby in VS in 't defensief; 'Israel is voor de Amerikanen een land geworden dat alleen maar om geld zeurt'

WASHINGTON, 9 OKT. “1991 is het jaar van de ommekeer in de Amerikaans-Israelische betrekkingen”, zegt een leidende persoonlijkheid binnen de invloedrijkste pro-Israelische pressiegroep op Capital Hill in Washington. “Er is sprake van een enorme erosie in de betrekkingen tussen beide landen. De vertrouwensband tussen Washington en Jeruzalem is gebroken. Voor de eerste maal zijn economische sancties tegen Israel een legitiem thema in de Amerikaanse politiek geworden. Met zo'n tegenwind uit Washington gaat Israel nogal aangeslagen en onzeker naar de aanstaande vredesconferentie. Dat is slecht en zorgwekkend.”

Vier jaar geleden voorspelde hij in zijn hoofdkwartier in Washington, dat als een Israelische ambassade is beveiligd, nog gouden tijden voor de pro-Israelische lobby in de Amerikaanse politiek. “Ik wil dat er over acht jaar een Amerikaanse minister van buitenlandse zaken is die de Amerikaans-Israelische betrekkingen niet meer op losse schroeven kan zetten”, zei hij toen nog vol zelfvertrouwen. “Die betrekkingen zijn niet langer gebaseerd op Amerikaans mededogen met Israel, maar wortelen in een onwrikbare strategische samenwerking. Het is een hechte belangengemeenschap met vergaande gevolgen voor de toekomst.”

Het einde van de Koude oorlog en het effect van de intifadah en de nederzettingenpolitiek op de Amerikaanse publieke opinie hebben deze droom grondig verstoord. Israel heeft de rol verloren van een "democratisch bolwerk' tegen de Sovjet-dreiging in het Midden-Oosten, een rol die tijdens het presidentschap van Ronald Reagan nog werd overgedramatiseerd. Bovendien worden de strategische banden tussen Israel en de Verenigde Staten ondermijnd door de Amerikaanse strategische belangen bij enkele van Israels Arabische vijanden - Syrië en Saoedi-Arabië - die tijdens de oorlog in het Golfgebied aan het licht zijn gekomen. Het in Jeruzalem zo lang gekoesterde idee van een Special relationship is in Washington volledig uit het politieke jargon verdwenen. “Israel is voor de Amerikanen een land geworden dat alleen maar om geld zeurt”, zegt Richard Cohen, een gerespecteerde commentator van de Washington Post.

Geplaagd door een aanhoudende economische depressie lopen de Amerikanen niet meer warm voor dollar-hulp aan Israel. Zeker niet als de populaire president George Bush zijn landgenoten uitlegt dat de joodse staat de Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten negeert.

Israels premier Yitzhak Shamir wordt in Washington zowel door joodse als niet-joodse persoonlijkheden in hoge mate voor deze “desastreuze stand van zaken” verantwoordelijk gehouden. Hij zou er verstandig aan hebben gedaan om het verzoek van Bush in te willigen om met de indiening van het verzoek voor een bankgarantie van 10 miljard dollar (voor de opvang van de joodse massa-emigratie uit de Sovjet-Unie) 120 dagen te wachten.

In maart had Shamir al zo'n Amerikaans verzoek om uitstel aanvaard. In september ging de van nature achterdochtige Shamir op het oorlogspad. Hij koos voor een confrontatie met president Bush in het Congres in de verwachting dat een zege de Amerikaanse diplomatie geen ruimte zou laten om Israel tijdens het vredesproces met economische middelen onder druk te zetten. Shamir bereikte het tegengestelde van wat hij beoogde. De pro-Israelische lobby werd verslagen door Bush, die zich rechtstreeks tot het Amerikaanse volk richtte.Het kwam zelfs niet tot een stemming in het Congres. De koppeling tussen de bankgarantie en de nederzettingenpolitiek werd in het geharrewar in Washington eerder dan Shamir had voorzien een politiek feit.

“Shamir was blind en doof voor de politieke realiteit in Washington. Hij geloofde in de mythe van de macht van onze lobby”, zegt de invloedrijke lobbyïst zonder zich er rekenschap van te geven dat hij zelf een hoofdrol heeft gespeeld bij het ontstaan van deze mythe. “De magie van AIPAC (American-Israel Public Action Committee) is gebroken”, merkt een Westerse diplomaat in de Amerikaanse hoofdstad op. “Maar er is in de Verenigde Straten nog heel veel sympathie voor Israel.”

Robert Hunter van het Centrum voor Strategische en Internationale Studies en de hoofdassistent van een vooraanstaand Congreslid delen deze opvatting van de diplomaat. Volgens hen is er voor AIPAC geen reden tot paniek. De lobby beschikt in het Congres volgens het staflid nog over voldoende politiek krediet om “heel sterk” voor Israels belangen te kunnen opkomen.

Kenmerkend voor de glibberige politieke sfeer rond de Israel-problematiek is dat daar na de zege van Bush op Shamir in de lobby zelf aan wordt getwijfeld. Niet alleen de bankgarantie staat op de tocht, Israel zou het volgens de lobby ook wat betreft de jaarlijkse militaire en economische steun van drie miljard dollar volgend jaar wel eens moeilijk kunnen krijgen in het Congres.

In de lobby wordt Shamir deze dagen verantwoordelijk gesteld voor deze stand van zaken. “Shamir heeft er geen benul van dat hij de Verenigde Staten tart; hij denkt dat het andersom is. Het is hoog tijd dat hij een einde maakt aan zijn confrontatiepolitiek van de Verenigde Staten”, zegt een leidende persoonlijkheid in de lobby.

Een paar uur voordat hij eind vorige week naar Jeruzalem vloog zei Stuart Eisenstat, adviseur voor binnenlandse zaken en joodse kwesties onder president Jimmy Carter, dat Shamir blunderde toen hij besloot het Congres uit te spelen tegen president Bush over de bankgarantie. “De lobby heeft geen schijn van kans tegen welke president dan ook die zijn politiek als een nationaal Amerikaans belang verdedigt”, zei hij. “Dat is een basisgegeven in de Amerikaanse politiek waartegen Shamir heeft gezondigd.” Eisenstat en anderen schrijven het uitglijden van Shamir over de Amerikaanse politiek toe aan diens koppige weigering naar de raad van anderen te luisteren. “Ik heb vaak geprobeerd hem tot andere gedachten te brengen, helaas zonder succes”, verzuchtte Eisenstat, voordat hij het weer een keer in Jeruzalem ging proberen.

Dat AIPAC in het defensief is, valt af te lezen op het gezicht van Albert Mokhiber, de president van ADC (American Arab Anti-Discrimination Committee), de belangrijkste pro-Arabische pressiegroep in Washington. “Ik ben blij dat de Amerikaanse regering eindelijk over de nederzettingenpolitiek een positie heeft ingenomen die de wil van het Amerikaanse volk vertegenwoordigt. Dat president Bush bovendien heeft aangetoond dat het Amerikaanse volk tegen de Israelische nederzettingenpolitiek is, is ook een keuze voor een Palestijnse staat.”

Maar hij wil niet te hoog van de toren blazen. AIPAC heeft zijns inziens wel een veer gelaten, maar is nog lang niet gebroken. De voor de Arabisch-Palestijnse zaak gunstige opiniepeilingen van de laatste weken zeggen hem nog niet zoveel. “Het Amerikaanse volk heeft een kort geheugen. De situatie kan nog gemakkelijk omslaan”, zegt Mokhiber.

Het is echter duidelijk geworden dat de publieke opinie in de Verenigde Staten ten aanzien van het vredesproces in het Midden-Oosten op het Congres vooruitloopt. Volgens een opiniepeiling van vorige week is 40 procent van de Amerikanen van oordeel dat de omstreden bankgarantie moet worden opgehouden totdat Israel de nederzettingenpolitiek in de bezette gebieden stopt. 34 procent is onvoorwaardelijk tegen het geven van de bankgarantie. Wat zullen Bush en minister van buitenlandse zaken James Baker met deze politieke ruimte tussen het Congres en het volk in het vredesproces doen? Daarom is de strijd om de gunst van de Amerikaanse publieke opinie voor Israel nu van essentieel belang. De pro-Israelische lobby hoopt dat Shamir dit alsnog zal begrijpen.

    • Salomon Bouman