Fiscus gokt goed

Het kan knap lastig zijn een sluitende juridische formulering te vinden voor zaken die eigenlijk glashelder zijn. Zo is het voor het rechtsgevoel zonneklaar wat een kansspel is. Maar dat is in een rechtsstaat niet genoeg. Er is ondubbelzinnige wetstekst nodig, liefst bestand tegen pogingen om door de mazen van de wet heen te kruipen.

Het begrip "kansspel' geeft een voorbeeld van een juridische worsteling die al de hele eeuw heeft geduurd. De definitie van een kansspel is in de eerste plaats belangrijk voor het strafrecht.

De laatste jaren is de aanpak van illegale casino's geïntensiveerd vanwege, zoals Justitie dat noemt, "vaak criminele omstandigheden waarmee de uitoefening van het spel gepaard gaat'. Dat belet de fiscus overigens niet van die illegale speelholen gewoon belasting te heffen. De redenering daarbij is dat het erg onrechtvaardig zou zijn de legale casino's wel te belasten en de illegale varianten niet.

De Nederlandse opvatting dat geld niet stinkt, ook niet naar heroïne, breekt ons in Europees verband overigens lelijk op. Het Europese Hof in Straatsburg heeft het de Nederlandse fiscus onmogelijk gemaakt door te gaan met BTW heffen over drugstransacties.

Voor wat de illegale gokhuizen betreft, dreigt zo'n inmenging niet, want die profiteren in onze wetgeving van een BTW-vrijstelling. Daar staat tegenover dat ze wel kansspelbelasting moeten betalen. Daarbij gaat het om eenderde van het netto prijzengeld. De belastingmoraal in criminele milieus is evenwel ronduit slecht en de exploitanten van de gokhuizen komen dus gegarandeerd met de fiscus in aanvaring over de ontdoken kansspelbelasting. Voordat de inspecteur wat kan bereiken, moet hij bewijzen dat spelletjes als Golden Ten (roulette) en Naturel 21 (eenentwintigen ofwel Black Jack) onder de definitie van kansspelen vallen. Zonder kansspel geen kansspelbelasting.

In de vorige eeuw had de wetgever zich niet zo druk gemaakt over een nauwkeurige omschrijving van wat toen nog een "hazardspel' heette. Dat zorgde in 1902 voor problemen toen de Hoge Raad tot de conclusie kwam dat een spelletje waarin je het resultaat kunt sturen, per definitie geen hazardspel is. Ook niet als de individuele spelers in de praktijk elke vaardigheid missen om daadwerkelijk de uitkomst van het spel in de hand te nemen.

Met die definitie van 1902 zette de Hoge Raad de deur open voor roulette-achtige spelletjes waarbij de speler zelf het balletje in het spel brengt en zo de uiteindelijke uitkomst theoretisch zelf in de hand heeft. De wetgever reageerde alert. Dat was ook wel nodig want juist in die dagen was de pier in Scheveningen open gegaan en daar speelde men zo'n roulette-achtig spelletje onder de naam "Jeu de poule'.

Er kwam binnen een jaar een wetsvoorstel dat als criterium voor het hazardspel gaf dat "in het algemeen de kans op winst van het toeval afhangt' De behendigheid van de speler was onbelangrijk. Dat bracht in de Tweede Kamer kopstukken als Goeman Borgesius en De Savornin Lohman in beweging ter bescherming van de herbergiers die een middagje dominoën organiseerden.

De voorgestelde bepaling kwam niettemin in 1904 in de wet. Om al het slechts maar op een hoop te gooien, kreeg zij een plaats in de wet ter beteugeling van algemene dronkenschap.

Het wetsartikel had geen ongestoord leven. De omschrijving moest herhaaldelijk worden gewijzigd en kreeg in 1964 haar huidige inhoud. Daarbij is het beslissend dat de deelnemers "geen overwegende invloed kunnen uitoefenen' op de uitkomst van het spel. Kort daarna besliste de Hoge Raad dat het bepalend is "welke resultaten de grote meerderheid van de spelers in de praktijk met het spel behaalt'.

De politie kreeg daarmee een zware bewijslast. Zij moest de feitelijke speelresultaten vaststellen van de grote meerderheid van de spelers en daarvoor was het nodig avondenlang de gang van zaken in de Golden Ten-clubs te volgen. Daar had de politie de mankracht niet voor. Daarom werd in 1985 de Leidse hoogleraar in de zintuigfysiologie W.A. Wagenaar te hulp geroepen. Die ontwikkelde een groot aantal wetenschappelijke criteria om ook zonder langdurige observatie te voorspellen hoe het de grote meerderheid van de spelers vergaat. Toch vergde een gerechtelijke actie tegen een illegaal speelhol voor een politieman nog twee maanden onafgebroken werk.

Een belastinginspecteur volgde in 1988 een simpeler weg, hij hanteerde alleen het rapport van Wagenaar bij de aanpak van een Golden Ten-casino dat toen al ruim een jaar actief was. De zaken in het casino gingen goed. Aan netto-prijzengeld was al meer dan een miljoen gulden uitgekeerd. De inspecteur wilde daar zijn derde deel van hebben en de Haagse belastingrechter gaf hem gelijk.

Het illegale casino zocht het hogerop en riep de hulp in van de Hoge Raad. Zij maakte aan het hoger beroep maar één zinnetje vuil; de Haagse belastingrechter had er naast gezeten. Zo'n bijna botte benadering kon de betrokken advocaat, mr. Hartman, zijn goede naam bij de Hoge Raad kosten. De latere verontschuldiging van Hartman is tekenend voor het scherp van de snede waarop het goksyndicaat opereerde. Drie kwartier voor het vervallen van de twee-maandstermijn voor het aantekenen van hoger beroep, had Hartman een telefoontje gekregen met de vraag hoeveel tijd er nog over was om in beroep te gaan. In die korte tijd lukte het hem nog net dat ene zinnetje te op papier te krijgen en naar het gerechtsgebouw te racen.

Dat alles heeft overigens niet mogen baten. De Hoge Raad had er enkele weken geleden maar weinig woorden voor nodig om het vonnis van de Haagse belastingrechter goed te keuren, zelfs al was niet bewezen hoe het feitelijk was vergaan met de grote meerderheid van de spelers. Ten dele hadden de gokbazen zichzelf de strop omgelegd. In een poging duidelijk te maken hoe ver men het bij Golden Ten met behendigheid kan schoppen, stelden zij dat er wel degelijk behendige spelers zijn die dan ook meteen geen enkele gokzaal in Nederland meer in mogen. Maar dat bevestigt juist dat het bedrijfspolitiek is om Golden Ten als een puur gokspelletje te exploiteren. De fiscus had in deze procedure in elk geval goed gegokt en zo een kwart miljoen gulden aan prijzengeld in de wacht gesleept.

    • Aertjan Grotenhuis