"Er wordt niet naar de burgers geluisterd'; Sociale vernieuwing in Maastricht verloopt stroef

MAASTRICHT, 9 OKT. Na een jaar onderhandelen heeft de bewonersvereniging van de Maastrichtse wijk Mariaberg de vergunning binnen om een schuilhut te bouwen voor een groep jongeren die iedere avond bijeenkomt in het Bataviaplantsoen.

Aanvankelijk wees de gemeente het voorstel af omdat de bouwkosten, vijftienduizend gulden, te hoog waren. Een van de bestuursleden, J. van der Heijden, rekende daarom uit hoeveel de hut zou kosten als hij samen met de toekomstige gebruikers de bouw op zich zou nemen. En in plaats van nieuw hout kon ook sloophout worden gebruikt. Zo kwam Van der Heijden uit op een bedrag van vijftienhonderd gulden plus een post onvoorzien van vijfhonderd gulden. Toen kon het voorstel wel worden goedgekeurd.

Hierop volgde een discussie over de kleuren die de hut moest krijgen. Mariaberg is een dorpje in de stad met lage witte huisjes en veel groen. Dus vroeg Van der Heijden of hij het rood en blauw, dat de gemeente wilde, kon vervangen door groen. Dat kon, maar nu het eerste deel van het bedrag is overgemaakt, is het blauw weer teruggekeerd in de voorwaarden die de gemeente stelt. “Nu kan ik verdomme nóg niet beginnen”, moppert Van der Heijden. “Ik mag nog van geluk spreken dat ik iedereen ken bij de gemeente, omdat ik er mijn leven lang heb gewerkt. Als dat niet zo was, zou het nog een paar jaar geduurd hebben eer die hut er stond.”

Ook bij zijn vorige project, de aanleg van een basketbalveldje in de buurt, verliepen de contacten met de gemeentelijke instanties zo moeizaam, dat Van der Heijden overweegt er de brui aan te geven: “Ik had al een brief geschreven om me terug te trekken uit het buurtwerk, maar toen kwamen ze vragen of ik asjeblief wilde blijven, anders deed niemand meer iets. Nu maak ik die hut af en dan zien we wel verder. Eerst vraagt de gemeente om zelfwerkzaamheid, maar je moet toch begrijpen dat niemand meer iets doet als je het de mensen zo moeilijk maakt.”

R. Doedel, coördinator van de projectgroep sociale vernieuwing in Maastricht, geeft grif toe dat nog veel zand uit het ambtelijke raderwerk moet worden geschept voordat de initiatieven van burgers adequaat kunnen worden behandeld. Tot nu toe is er veel meer tijd gestoken in het opbouwen van de organisatie dan in het verwezenlijken van resultaten: “We moeten de mentaliteit van de ambtenaren veranderen. Van de loketmedewerker tot aan de plantsoenendienst moeten ze er rekening mee leren houden dat de mensen afhaken als zij van de ene instantie naar de andere worden gestuurd. Een voorstel moet integraal worden aangepakt door één contactpersoon die een vraag opneemt en uiterlijk binnen twee dagen een antwoord geeft waar je iets aan hebt.” En dan valt het in Maastricht nog mee, zegt zij. “Wij hebben het ambtelijk apparaat verdeeld in vijf diensten. In andere steden zijn er soms wel dertig of veertig.”

De vijf diensten zijn vertegenwoordigd in de projectgroep sociale vernieuwing, die projecten beoordeelt en het geld beheert. Het gaat om 2,5 miljoen gulden per jaar, waarvan een miljoen door de gemeente en anderhalf miljoen door het Rijk wordt betaald. In Maastricht is gekozen voor de bestrijding van langdurige werkloosheid, slechte woonomstandigheden, vereenzaming, kleine criminaliteit en maatschappelijke onverschilligheid. “We hebben erop gelet dat er geen nieuwe overlegstructuur komt en dat is tot nu toe ook niet gebeurd”, zegt projectcoördinator Doedel. “Alle projecten zijn afkomstig van taakgroepen waarin mensen uit het veld worden opgenomen die de praktijk kennen.”

Maar de belanghebbende burgers moeten nóg eerder worden ingeschakeld, vindt de coördinator van de buurtplatforms in Maastricht-Oost, G. Devens. “Het wordt helemaal niks met die sociale vernieuwing als er geen burgers in de projectgroep worden opgenomen. Nu wordt er nog steeds niet naar burgers geluisterd.” Om te illustreren wat er op die manier kan misgaan, put hij uit eigen ervaringen: “We hebben hier een speeltuin, die er slecht bijlag. We hebben eerst geld gekregen om die op te knappen en vervolgens werd een beheerder aangesteld om de zaak in de gaten te houden. Die man komt uit de banenpool, die ook in het kader van de sociale vernieuwing is opgezet om langdurig werklozen weer aan het werk te krijgen. Die man wil alleen tijdens kantooruren werken. Als de school uitgaat, gaat hij naar huis en ook in de weekends blijft de zaak op slot, omdat hij dan niet werkt. Dat komt ervan als je buurtwerk koppelt aan sociale vernieuwing.”

De wethouder van sociale zaken, J. Hoen, ziet andere oorzaken waarom de sociale vernieuwing stroef loopt: “De regelgeving van de overheid wordt eerder versterkt dan losgelaten. Dat werkt vertragend.” Als voorbeeld noemt hij de bemoeienissen met de "banenpool' voor langdurig werklozen: “Men is overdreven bang voor het verdringingseffect. Wij hadden de woningbouwverenigingen bereid gevonden huismeesters aan te stellen, maar dat kon niet omdat het ministerie vindt dat een woningbouwvereniging tot de marktsector behoort. Op die manier krijg je de banenpool nooit vol. Je moet naar de geest van de sociale vernieuwing kunnen handelen. In de marktsector zijn genoeg banen te bedenken waarmee je niemand van zijn plaats verdringt.”

Maar in plaats van gunstige voorwaarden te scheppen voor de sociale vernieuwing vergroot het kabinet de achterstand van de laagste inkomens, rekent Hoen voor: “Of je nu de huurverhoging, de tarieven van het openbaar vervoer of het schoolgeld neemt, de lage inkomens kunnen de lastenverzwaring nauwelijks verwerken. Wat wij er met sociale vernieuwing aan de ene kant proberen aan te plakken, wordt er aan de andere kant weer afgehaald.”

    • Jacques Herraets