Een en ander

Vol kleine ergernissen zit het leven, en als we ons daar almaar mee zouden bezighouden werd het leven één grote ergernis. Daarom wuiven we ze liever weg, om ons in plaats daarvan te storten op zulke enorme, serieuze ergernissen als de cultuur en de tijdgeest. En op de verachtelijkheid - niet te vergeten - van iedereen die een kop groter is dan ons.

Toch vinden we het grappig af en toe over andermans kleine ergernissen te horen. Over huiselijke tegenvallers. Over bureaucratische tegenwerkingen. Over persoonlijke tegenzin.

Over de erwten onder onze matras, vooral als we die de proporties laten aannemen van molenstenen om onze nek.

Daarom een paar van mijn kleine ergernissen.

Ik erger me aan advertenties die, om de snelheid en moderniteit van een biermerk, een colbertje of een scheercrème te benadrukken, gebruik maken van het imago van snelheid en moderniteit van de computer. Dan staat er zo'n ding strak en gestroomlijnd te blikkeren op een tafel van Italiaans ontwerp - maar nergens, zelfs niet als ze de computer met zijn achterkant naar je hebben toegekeerd, zie je één snoer. Alles is opgeruimd en netjes. Zelf heb ik de grootste moeite een computer zó neer te zetten dat je er niet over struikelt, zoveel draden steken eruit. Dikke draden, dunne draden, dubbelstekkers en adapters die je nodig hebt om snel en modern met zo'n ding te werken.

Ik erger me aan de gemakzucht waarmee, als het over de Tweede Wereldoorlog gaat, de woorden goed en fout worden gebruikt. Iedereen die een beetje minder-goed was, of op een haar na goed, was volkomen fout. Ook al sloeg iemand zijn vrouw, terroriseerde hij zijn hond, verkrachtte hij de dochter van zijn buurman, hij was - mits hij niet één keer knipoogde naar een Duitser die toevallig voor zijn woning de straat overstak - goed. "Fout' is, in dit verband, een woordje waarmee een scribent met één pennestreek een hele reputatie verdacht maakt. "Hoe fout was Vestdijk?' las ik onlangs als krantekop. Het maakt verder lezen overbodig - door en door fout, natuurlijk. Geen nuancering in het artikel kan die formulering nog ongedaan maken. In elk land waar men respectvol met zijn cultuur omspringt, zou zo'n kop - op zijn ergst - iets als "De totalitaire flirt van Vestdijk' hebben geluid, maar in Nederland is het veelgeprezen fatsoen, de relativeringsdrang en alle tolerantie ineens zoek als het om goed en fout in de oorlog gaat.

Ik erger me aan de verpakkingsindustrie die, onder het mom van hygiëne en gemak, de consument dagelijks met pesterijen en ongemakken confronteert. Niet dat ik terug zou willen naar de puntzak en de kogelfles, maar de man die ooit bedacht om kaas in partjes te verpakken in zilverpapier met een rood draadje - u kent die miniatuur-kaasdriehoekjes wel, die men in shabby hotels bij het ontbijt geserveerd krijgt - verdient te branden in de hel. Het is me nog nooit gelukt één zo'n driehoekje met succes open te maken. Het rode draadje gaat elke kant uit, behalve de gewenste. Men houdt met kaas gevulde hoekjes over, tientallen flinters zilverpapier en stinkende vingers. Alka Seltzer zat ooit in zo'n handige, langwerpige fles, onaangekondigd moesten de tabletten in zogenoemde doordrukstrips, met als gevolg dat men niet in staat was nog één tablet rond en gaaf uit de verpakking te peuteren. Sindsdien heb ik geen Alka Seltzer meer in huis.

Mijn laatste kleine ergernis is, maar dat had u al verwacht, mijn ergernis over het gezanik over kleine ergernissen. Maar ik beloof u, dit was de laatste keer. Voortaan zal ik het weer uitsluitend hebben over zulke historische, kosmische, schokkende ergernissen als de Partij van de Arbeid, de WAO-perikelen, de wielklem, de flapdrol en de tijdgeest.

    • Gerrit Komrij