Derde hoorzitting over afvalstort in Coupépolder; "Bewoners werden genegeerd'

ALPHEN AAN DEN RIJN, 9 OKT. De provincie Zuid-Holland heeft de omwonenden van de sterk verontreinigde Coupépolder in Alphen aan den Rijn “niet serieus genomen”, nadat op 17 maart 1988 de eerste publikaties verschenen over de illegale stort van duizenden vaten chemisch afval op de plaatselijke vuilstort eind jaren zeventig. Dat zei gisteravond voorzitter ir. R.A. Zurk van het bewonerscomité, op de derde hoorzitting van de gemeentelijke onderzoekscommissie onder leiding van drs. M.B. Engwirda.

“De provincie had zijn eigen plan getrokken en liet zich weinig gelegen liggen aan de belangen van de bewoners”, aldus Zurk. Hij leidde dat af uit het feit dat notulen van vergaderingen tussen vertegenwoordigers van het comité en de provincie te laat werden verstuurd, uitnodigingen op het laatste moment werden gewijzigd en afspraken niet werden nagekomen. De Zuidhollandse milieugedeputeerde Van der Vlist had het bewonerscomité meegedeeld dat er op dat moment vuilstorten waren die “veel vuiler zijn” dan de Coupépolder, zei Zurk tegen de commissie-Engwirda. Hij noemde de uitspraken van Van der Vlist “niet erg bemoedigend voor de bewoners”.

Sinds een jaar zijn de onderlinge verhoudingen sterk verbeterd. “Er wordt nu slagvaardiger gereageerd. Men is er kennelijk achter gekomen dat het toch erger was dan was aangenomen”, zei Zurk. Het bewonerscomité, dat werd opgericht drie dagen na de eerste berichten in de pers, op 20 maart 1988, voorzag zichzelf de afgelopen jaren van informatie over de ontwikkelingen in de Coupépolder. “De gemeente Alphen heeft zich enigszins passief opgesteld. Het comité gaf de voorlichting die de gemeente en de provincie eigenlijk hadden moeten geven.” Op brieven aan de gemeente, waarin om informatie over de vervuiling en de gevolgen voor de volksgezondheid werd gevraagd is, voor zover Zurk zich kon herinneren, nooit antwoord gekomen. Hij erkende dat het comité nooit sterk heeft aangedrongen bij het gemeentebestuur.

De gemeente heeft de bewoners wel 10.000 gulden gegeven waarmee het comité vergaderruimte kan huren en een onafhankelijk onderzoeksbureau kan uitnodigen voor een contra-expertise op het vervuilde terrein van de Coupépolder.

Volgens het comité begint na jaren van praten langzaam zichtbaar te worden dat er wordt gewerkt aan het terugdringen van de verontreiniging op de stortplaats. De bovenkant van de stort is inmiddels afgedekt met een ondoordringbare laag, zodat regenwater niet meer kan doordringen. Voor de bewoners is vooral van belang dat er “volledige duidelijkheid” komt over de resultaten van het onderzoek naar mogelijke luchtverontreiniging boven de stortplaats, aldus Zurk. Hoewel de gevolgen van de verontreiniging van het diepe grondwater de gezondheid van de bewoners niet direct bedreigt wil het comité ook hiervan volledige opheldering. “Het is voor ons een principiële zaak. Het gaat ook om de toekomst van het milieu.”

    • Rob Schoof