Antwoord op Kamervragen; Kosto wist van mishandeling in jeugdtehuis

DEN HAAG, 9 OKT. Staatssecretaris Kosto van Justitie was eind vorig jaar al op de hoogte van incidentele mishandelingen in het jeugdtehuis De Dreef in Wapenveld.

Pas door een uitzending van AVRO's Televizier op 2 september werd Kosto duidelijk in welke omvang de excessen plaatshadden. Dat blijkt uit antwoorden van de staatsecretaris op kamervragen naar aanleiding van het TV-programma.

Volgens Kosto was het algemeen bekend dat De Dreef, een tehuis voor moeilijk opvoedbare jongeren met ernstige problemen, “een directe, confronterende en volhardende behandelmethodiek” hanteerde. Nadat hem duidelijk was geworden dat daarbij enkele malen de grenzen van het toelaatbare waren overschreden, heeft de staatssecretaris in februari van dit jaar via een brief het stichtingsbestuur van De Dreef blijk gegeven van zijn afkeuring. Ambtenaren van Justitie hebben in gesprekken met de directie van het Wapenveldse tehuis aangedrongen op heroriëntering op de behandelmethodiek.

Medio dit jaar begon in de inrichting een proces dat moet leiden tot verandering van cultuur en structuur van de organisatie. Dit wordt begeleid door een externe gedragsdeskundige en een door Justitie beschikbaar gestelde organisatie-deskundige. Pas na de in de TV-uitzending naar voren gekomen beschuldigingen van ex-bewoners en personeelsleden liet Kosto een justitieel onderzoek instellen.

Het Tweede-Kamerlid A. Doelman-Pel (CDA) vraagt zich af waarom niet eerder de ernst van de misstanden in De Dreef juist is ingeschat. “Had justitie na het bekend worden van incidenten in De Dreef niet met wat meer voortvarendheid te werk moeten gaan”, constateert ook PvdA-woordvoerster M. Vliegenthart. Volgens haar is de in het tehuis gehanteerde forse behandelmethodiek discutabel “omdat de grenzen van het toelaatbare moeilijk zijn vast te stellen.” P. Lankhorst (Groen Links) vindt dat de zes personeelsleden van De Dreef, die in de TV-uitzending vertelden over mishandelingen en naar aanleiding daarvan op non-actief werden gesteld door de directie van het tehuis weer zo snel mogelijk moeten kunnen gaan werken. “Het antwoord van de staatssecretaris bevestigt de ernst van de situatie in De Dreef.” Doelman-Pel vindt dat eerst duidelijk moet worden of de personeelsleden “de moeite hebben genomen om de misstanden intern op te lossen. Als blijkt dat ze naar buiten traden, omdat ze daar geen gehoor kregen, moeten ze inderdaad weer aan het werk.”