Vijf miljoen voor drie universiteiten; Ritzen geeft extra beurs voor technische studies

ROTTERDAM, 8 OKT. De technische universiteiten krijgen van minister Ritzen (onderwijs) samen drie jaar lang vijf miljoen gulden extra om de bezuinigingen op de studiefinanciering gedeeltelijk te compenseren.

De drie universiteiten in Delft, Eindhoven en Enschede kunnen met dat geld maximaal zes maanden een basisbeurs verstrekken aan studenten die langer dan vijf jaar over hun studie doen of die hun propaedeuse niet in één jaar halen.

Dit blijkt uit de tekst van het convenant waarover minister, technische universiteiten en de centrale werkgeversorganisatie (RCO) het eens zijn geworden en dat binnenkort zal worden ondertekend.

Enkele weken geleden kondigde Ritzen aan dat hij de technische universiteiten geld wilde geven om ze de bezuinigingen op de studiefinanciering deels ongedaan te laten maken. Daarmee wil hij studenten stimuleren een technische studie te kiezen. De maatregel geldt maar voor een beperkt aantal technische studierichtingen, namelijk die waarvan de drie partijen verwachten dat er tekorten op de arbeidsmarkt zullen ontstaan.

Volgens het convenant vormen de studenten die al in september met hun studie zijn begonnen de eerste groep die over vijf jaar langer aanspraak kan maken op een basisbeurs. Ten minste, zo luidt de voorwaarde, als dan verwacht kan worden dat zij betrekkelijk snel zullen afstuderen. Hetzelfde geldt voor de studenten die komend studiejaar gaan studeren. Het is niet uitgesloten dat universiteiten bij de derde en laatste lichting (1993-1994) het geld ook kunnen gebruiken voor studenten die dan langer dan 18 maanden over hun propaedeuse doen en dan hun basisbeurs zouden verliezen.

De minister wilde al komend studiejaar de maatregel invoeren dat studenten die langer dan een jaar over hun propaedeuse doen hun basisbeurs verliezen tot zij voor hun eerste jaar zijn geslaagd. (met een overgangsmaatregel waarbij de huidige twee jaar dat een student met beurs over de propaedeuse mag doen stapsgewijs wordt beperkt tot een jaar). Die termijn wordt imiddels door ingewijden vrijwel uitgesloten geacht, onder andere doordat in september de studieregistratie door de universiteiten niet betrouwbaar genoeg is.

In Delft zijn studenten bouwkunde, industrieel ontwerpen, metaalkunde, scheepsbouw en wijsbegeerte uitgesloten van de regeling die de minister met de technische universitreiten heeft getroffen. In Eindhoven geldt dat ook voor bouwkunde en daarnaast voor wijsbegeerte, techniek en maatschappij, informatietechniek en bedrijfskunde. Studenten die in Enschede bedrijfskunde, bestuurskunde, onderwijskunde en wijsbegeerte studeren komen evenmin in aanmerking voor de extra beurs.

Ritzen komt voorlopig niet tegemoet aan de wens van de drie universiteiten om de cursusduur in de eerste fase tot vijf jaar te verlengen. De argumentatie daarvoor vindt hij onvoldoende. Hij zal op korte termijn een adviescommissie installeren die de zwaarte en inhoud van de ingenieursopleiding moet gaan vergelijken met die in het buitenland. De minister zegt toe dat er voor 1 januari 1994 een concept-beleidsnotitie over dit onderwerp zal worden gepubliceerd.