Tbs zonder straf

HET IS ALSOF de lijder aan een maagzweer eerst op een erwtensoepdieet wordt gezet alvorens men hem opereert.

Deze typering geven deskundigen van de combinatie van een gevangenisstraf met de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) die bij ernstige delicten nogal eens wordt opgelegd door de rechter. De veroordeelde is ten minste gedeeltelijk niet in orde, maar de straf gaat aan de behandeling vooraf. Dat lijkt uit behandelingsoogpunt niet erg praktisch en het doet bovendien vreemd aan iemand in de gevangenis te zetten die daar blijkens zijn (gedeeltelijke) ontoerekenbaarheid niet echt thuishoort.

De combinatie kan trouwens ook uitpakken als een dubbele straf vergeleken met de sanctie die in een vergelijkbaar geval aan een niet gestoorde delinquent ten deel valt. De wetgever heeft de keuzevrijheid van de rechter op dit punt bewust niet beperkt. Staatssecretaris Kosto (justitie) wil nu echter laten onderzoeken of de combinatie van straf en maatregel niet toch moet worden afgeschaft. Wat zou daar ook tegen zijn? Eigenlijk maar één ding: dat de beveiliging van de maatschappij in zeer ernstige gevallen niet door tbs alleen voldoende valt te waarborgen. Rechters hebben dat verscheidene keren expliciet verklaard.

DE BEVEILIGINGSNOODZAAK is inderdaad niet mis. Ongeveer negentig procent van alle tbs wordt opgelegd naar aanleiding van een ernstig geweldsmisdrijf, schrijft Kosto in de beleidsnota die hij vorige week publiceerde. In een aantal gevallen moet rekening worden gehouden met onbehandelbaarheid, hetzij omdat de betrokkene zich verzet, hetzij omdat de rapporterende psychiater weinig of geen mogelijkheden ziet. Een lange gevangenisstraf wordt dan al gauw gezien als een extra zekerheid.

Toch is die slechts schijn. Tijdens de gevangenisstraf kan iemand al worden overgeplaatst naar een tbs-inrichting. Hij valt dan gewoon onder de verlof- en proeftijdregelingen die bij behandeling horen. Uit de nota van Kosto blijkt trouwens dat het knelpunt de laatste jaren eerder is dat rechters besluiten tot niet-verlenging van een tbs tegen het advies van de behandelende inrichting in, dan dat deze zelf de deuren te vroeg open zet. Beter dan de nood-combinatie van straf en maatregel te handhaven is het dan ook de rechters nauwer te betrekken bij het verloop van de tbs.

BIJ VERSTERKING van het rechtsgehalte - en daardoor naar men hoopt: de effectiviteit - van de terbeschikkingstelling past niet de verruiming van de toepassing die Kosto wil doorvoeren. Hij wil dat tbs ook kan worden opgelegd aan verdachten die iedere medewerking aan psychiatrisch onderzoek weigeren. (Nu vormt dat een beletsel voor tbs. De verdachten lopen dan wel het risico dat de rechter de gevangenisstraf aan de veilige (lange) kant houdt. Dit illustreert dat tbs echt niet zo'n halfwas maatregel is als de buitenwacht wel eens lijkt te denken; want dan zouden de verdachten er niet zo bang voor zijn.)

Toch is langere straf te verkiezen boven het alternatief van Kosto. Gedwongen psychiatrische observatie vormt een te grove inbreuk op elementaire rechten van de mens. Tbs opleggen zonder behoorlijk deskundigenrapport is in strijd met de zorgvuldigheid die de rechterlijke macht betaamt. Zeker bij zo'n ingrijpende beslissing.