Rechter: Kamer onvolledig ingelicht over energiecentrale

ROTTERDAM, 8 OKT. Minister dr J.E. Andriessen (economische zaken) en zijn voorganger, het huidige VVD-Kamerlid dr R.W. de Korte, hebben de Tweede Kamer onvolledige informatie verschaft over de bouw van een nieuwe elektriciteitscentrale op de Maasvlakte bij Rotterdam.

Dit stelt rechter mr. A.F.M. Brenninkmeijer, lid van de Centrale Raad van Beroep in Utrecht, morgen in het Nederlands Juristen Blad (NJB), waarin hij - op persoonlijke titel - het feilen van het openbaar bestuur aan de kaak stelt. Brenninkmeijer stuitte bij een onderzoek naar de besluitvorming over de Maasvlakte-centrale op “het verdoezelen van feiten”, die “in de ogen van de kiezer vast het daglicht niet kunnen verdragen”.

Met de bouw van de nieuwe centrale is zo'n twee miljard gulden gemoeid. Minister Andriessen wil dat op de Maasvlakte een kolengestookte centrale verrijst. De milieubeweging, de provincie Zuid-Holland en de Amerikaanse multinational Texaco verzetten zich daartegen. Zij verwijzen onder meer naar het alternatief van kolenvergassing, waarbij minder milieugevaarlijke stoffen vrijkomen.

Andriessen meldde de Kamer vorig jaar december dat hem uit onderzoek was gebleken dat een kolenvergasser technisch nog onvoldragen is. Hij verwees daarbij naar een in opdracht van zijn departement vervaardigde externe studie van het Amerikaanse ingenieursbureau Fluor Daniel, dat aanbeval de techniek van kolenvergassing eerst te demonstreren alvorens haar grootschalig op de Maasvlakte toe te passen. Fluor Daniel liet onlangs in deze krant weten dat het deze conclusie niet langer deelt; zij zou hem door het ministerie zijn opgedrongen.

Ook kritiek op De Korte en de Kamer

Volgens Brenninkmeijer verzweeg minister Andriessen vorig jaar in de Kamer een andere conclusie van de externe studie, waarin het departement werd aangegeven dat het via het intensief onderhouden van contacten met buitenlandse deskundigen op korte termijn niettemin tot de bouw van een grootschalige kolenvergasser kon overgaan. “De vraag rijst of de minister de Kamer (-) wel volledig heeft ingelicht”, schrijft Brenninkmeijer in het NJB. In een toelichting zegt Brenninkmeijer dat hij er “op dit moment van overtuigd” is “dat de informatie aan de Kamer op een cruciaal punt onvolledig is geweest”.

Hij heeft het sterke vermoeden dat de zaak door het ministerie is voorgekookt. “Het ene deel van de conclusie is de externe adviseur door het ministerie opgedrongen, het andere werd door de minister verzwegen toen hij door de Kamer ter verantwoording werd geroepen. Hier is sprake van een dubbele moraal”, aldus Brenninkmeijer in zijn toelichting. In het Kamerdebat van december vorig jaar stond de eerdere informatievoorziening van Andriessen in deze zaak al ter discussie. Toen meende de Kamer dat de door het Kamerlid Tommel (D66) dienaangde geuite beschuldigingen onvoldoende hard waren.

Brenninkmeijer heeft ook zware kritiek op Andriessens voorganger De Korte en het parlement. Volgens de rechter heeft De Korte het parlement voorjaar 1989 ten onrechte voorgehouden dat een toen Kamerbreed gesteunde motie, die zich uitsprak voor kolenvergassing op de Maasvlakte, uitvoerbaar was. Op het moment dat de minister dat verklaarde, had hij al besloten de besluitvorming te sturen in de richting van een kolengestookte centrale op de Maasvlakte, aldus de rechter, die de informatie van de bewindsman aan de Kamer “onjuist” noemt. Tegelijk meent hij dat de controle van het parlement ernstig tekort heeft geschoten. “Een slag in de lucht, meer was het niet”, meent Brenninkmeijer.

Verwacht wordt dat minister Andriessen binnenkort definitief beslist welk type centrale op de Maasvlakte komt. Eerder dit jaar werd hij op last van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven gedwongen een reeds genomen besluit voor een kolengestookte centrale te schorsen en de produktie van een Milieu Effect Rapport (MER) in te lassen. Daarin worden alle alternatieven voor kolenstook - ook kolenvergassing - tegen het licht gehouden. De uitkomst van het MER is onlangs vertraagd doordat een commissie van deskundigen een eerste versie van het rapport, waarin kolenvergassing opnieuw als een nog onvoldragen alternatief werd betiteld, heeft afgekeurd omdat het onvoldoende was beargumenteerd. Volgens Brenninkmeijer is er in deze eerste versie “gesjoemeld met cijfers” om het alternatief van kolenvergassing zo ongunstig mogelijk over het voetlicht te brengen.