Ot en Sien

Het is niet nodig op Jan Ligtharts grote verdiensten als pedagoog en als auteur van J.B. Wolters af te dingen om desondanks te menen, dat zijn rol bij het ontstaan van de herziene versie van Hoogeveens Leesplankje te vaak wordt overschat.

Dat doet onbedoeld ook G. Everts (NRC Handelsblad, 3 oktober) als hij stelt dat Ligthart in dit verband terecht wordt geprezen om zijn literaire kwaliteiten. Of hij die had kan onbesproken blijven als maar wordt onderkend, dat het grootste deel van de Aap-noot-mies -Ot en Sienverhalen niet door hem werd geschreven.

Deze zijn in hoofdzaak van de hand van H. Scheepstra (1859 -1913), uit Roden, later te Groningen. Het Drentse landschap met zijn dorpjes en landerijen vormt het herkenbare decor van menig verhaal in de boekjes.

Uit de (schaarse) bewaard gebleven correspondentie blijkt eveneens dat de versjes in Ot en Sien wel door Ligthart zijn gemaakt. Het komt mij echter voor dat deze leesdidactisch noch literair bepalend zijn voor de hoge kwaliteit van dit zo bijzondere oeuvre.

Overigens steunt het succes van hun gezamenlijke werk natuurlijk ook op de tekenpen van C. Jetses, en op de begaafde hand van de uitgever die dit sterke trio wist te formeren, nu bijna honderd jaar geleden.