Het UQ van Nederland

De financieel-economische kabbalistiek kent een nieuw getal: het Uitkeringen-Quotiënt (UQ) van Nederland. Dit getal geeft de verhouding weer tussen het aantal ontvangers van een sociale uitkering en het aantal werkenden.

Anno 1991 staan tegenover elke honderd bij het produktieproces ingeschakelde inkomenstrekkers 85,8 mensen met een uitkering. Het UQ bedraagt dit jaar dus 85,8. Volgend jaar loopt het op tot 86,5. Anders gezegd, het aantal uitkeringsontvangers neemt in verhouding toe. De voor de uitkeringen benodigde middelen worden hoofdzakelijk door premieheffing vergaard. Wanneer het aantal werkenden in verhouding minder snel toeneemt dan het aantal mensen met een uitkering moeten de sociale premies omhoog.

Aan die ijzeren consequentie valt alleen te ontkomen, indien het gemiddeld uitgekeerde bedrag minder snel stijgt dan het gemiddeld verdiende loon. Daarom stipuleert het regeerakkoord dat de uitkeringen mogen worden losgekoppeld van de CAO-lonen, zodra het UQ stijgt tot boven de 86. Geheel conform de bij de formatie gemaakte afspraak gaan de uitkeringen volgend jaar met 3 procent omhoog, terwijl dat bij volledige koppeling aan de CAO-lonen 3,6 procent had moeten zijn. Deze ontkoppeling bedreigt de koopkracht van de sociale minima. Hun levensstandaard blijft echter min of meer in stand dankzij een extra verhoging van de belastingvrije voet.

De eind september verschenen Nota sociale zekerheid 1992 bevat onder andere ramingen van het toekomstige beloop van het Uitkeringen-Quotiënt. Door de geleidelijke vergrijzing van de Nederlandse bevolking neemt het aantal AOW-uitkeringen de komende drie jaar met honderdduizend toe. De banengroei stokt in 1992 door de lichte recessie waarin onze economie is beland. Het UQ dreigt hierdoor snel op te lopen. Vooral om deze reden heeft het kabinet krachtige maatregelen aangekondigd teneinde het "volume' van de sociale zekerheid in te dammen. Zo is het de bedoeling het ziekteverzuim met 63.000 uitkeringsjaren te doen krimpen en het beroep op de arbeidsongeschiktheids-verzekeringen met 60.000 uitkeringsjaren te beperken. Slaagt het kabinet in deze opzet, dan heeft het UQ in 1994 ongeveer de waarde van dit jaar (85,5). Het is echter zeer de vraag of de nu bekende maatregelen, waarmee het parlement overigens nog moet instemmen, tijdig de beoogde volume-effecten zullen hebben. Zo niet, dan loopt het UQ rap op tot in de buurt van de 90. In dat geval is het bijkans onmogelijk de uitkeringen even snel te laten stijgen als de CAO-lonen, tenzij men forse premieverhogingen voor lief neemt. Met het oog op de schadelijke gevolgen voor de economie wordt een verhoging van het collectieve-lastenpeil in het regeerakkoord afgewezen.

De koopkrachtgevolgen van de dan onvermijdelijke ontkoppeling kunnen naar verwachting niet steeds opnieuw door fiscale ingrepen worden verzacht. Het gevolg is dat de welvaart van de uitkeringsontvangers relatief zal achterblijven.

De Nota sociale zekerheid 1992 bevat hogelijk verontrustende vooruitberekeningen over het beroep op de sociale zekerheid tot diep in de volgende eeuw. De vergrijzing raakt tegen het jaar 2010 in een stroomversnelling, doordat dan de naoorlogse geboortegolf de AOW binnenspoelt (1945 + 65 = 2010). Al vanaf de eeuwwisseling leidt de vergrijzing van de beroepsbevolking tot een sterke stijging van het beroep op VUT en WAO. Van alle mannen van 55-59 jaar werkt thans nog slechts de helft, van de mannen uit de leeftijdsgroep 60-64 jaar arbeidt slechts één op de vijf. De overigen zijn al afgevloeid naar de WAO of regelingen voor werklozen. Veel anderen zijn vervroegd gepensioneerd via de VUT. Wanneer het niet gelukt om de deelname van oudere werknemers aan het arbeidsproces weer te doen toenemen, overschrijdt het UQ door de vergrijzing van de beroepsbevolking al rond het jaar 2005 de 1. Vervolgens loopt het UQ door het springtij van 65-plussers verder op, totdat dit tegen het jaar 2030 een hoogste stand van bijna 1,4 bereikt.

Bij andere in de Nota opgenomen scenario's wordt de soep wat minder heet gegeten. Ook dan komt het UQ door de vergrijzing op den duur boven de 1 uit. Dit maakt duidelijk dat de koppeling van de uitkeringen aan de CAO-lonen op de lange termijn volstrekt onhoudbaar wordt, tenzij economisch actieven de volgende eeuw een niet eerder vertoonde solidariteit met de groep van uitkeringsontvangers opbrengen. Wat moet een regering die werkelijk vooruitziet doen om het nationale UQ beter te beheersen?

Ten eerste moet de AOW-gerechtigde leeftijd geleidelijk worden verhoogd tot bij voorbeeld 67 of 68 jaar. Deze ingreep moet zo snel mogelijk een wettelijke basis krijgen, zodat individuen desgewenst tijdig voorzorgsmaatregelen kunnen nemen door zelf extra voor hun toekomst te sparen. Onrechtvaardig is de maatregel niet. Destijds ging de wetgever er vanuit dat mensen in de regel vijftig jaar zouden werken en premie betalen, voordat zij aanspraak op AOW hadden opgebouwd. Doordat velen tegenwoordig een opleiding volgen tot na hun twintigste, kan de AOW-gerechtigde leeftijd geleidelijk omhoog. De meest gehoorde tegenwerping is dat mensen dan langer een beroep zullen doen op de veel duurdere regelingen in het voorportaal van de AOW: VUT en WAO. Om dit te voorkomen moeten de bestaande VUT-regelingen binnen tien jaar verdwijnen. Zij kwamen destijds vooral tot stand om extra banen voor jongeren te scheppen. De omvang van de jeugdwerkloosheid is als gevolg van de ontgroening niet langer een brandend probleem. Tevens moet de toegang tot de AAW-WAO worden bemoeilijkt door veel striktere keuringen.

Zijn er straks echter wel voldoende banen voor alle oudere werknemers, die niet langer afvloeien in VUT en WAO? Jawel. Door de demografische ontwikkeling ontstaan in de volgende eeuw tekorten aan werknemers. Afschaffing van de VUT en beperking van de WAO-instroom verlagen bovendien de loonkosten, waardoor extra banen ontstaan.

Uitsluitend door een samenstel van de hier genoemde maatregelen kan het oplopen van de UQ tot boven de 1 worden voorkomen. Alleen zo blijft koppeling van de uitkeringen aan de CAO-lonen wellicht financierbaar.

    • Flip de Kam