Fishbone: van strakke doowop tot hectische rap-improvisaties

Concert: Fishbone. Bezetting: Angelo Moore (zang, sax), Walter Kirby (zang, trompet), Chris Dowd (toetsen, trombone), John Fisher (bas), Fish (drums), Kendall Jones en John Bingham (gitaren). Gehoord: 7-10 Paradiso, Amsterdam.

Weinig popgroepen maken een even stormachtige ontwikkeling door als Fishbone, een zevental uit Los Angeles dat enkele jaren geleden nog doorging voor een opgeruimd ska-revivalgroepje in de trant van The Specials of stadgenoten The Untouchables. Langzaam maar zeker verbreedde Fishbone's muzikale horizon zich in bijna alle denkbare richtingen, van funk tot hardrock en van ouderwetse soul tot moderne hiphop-invloeden. In Nederland werd de naam in korte tijd gevestigd door middel van enkele succesvolle festival-optredens en een willekeurige voorronde van de Grote Prijs van Nederland leert, dat Fishbone's funky ratjetoe niet onopgemerkt is gebleven bij jonge muzikanten.

Terwijl Eric Clapton zijn zoveelste live-album met gierende gitaarsolo's doet verschijnen, tekent zich een nieuwe rockgeneratie af die hard bezig is om al het oude achter zich te laten. Met geestverwanten als Living Colour en de Red Hot Chili Peppers heeft Fishbone gemeen, dat ze de invloed van funkmuzikanten als Sly Stone en George Clinton tot uitgangspunt kiest voor een breed uitwaaierende cocktail van stijlen. Zanger Anthony Moore zou met zijn zoete falsetstem een waardig opvolger voor Smokey Robinson kunnen zijn, ware het niet dat hij zich van tijd tot tijd met veel stemverheffing kwaad maakt. Het vierde en meest recente album heet niet voor niets The Reality Of My Surroundings, want onderwerpen als racisme, drugsproblematiek en oorlogsprotest komen op niet mis te verstane wijze aan de orde. Vergeleken bij de voorlaatste plaat Truth And Soul is het een hectisch, moeilijk te doorgronden album dat de luisteraar geen moment rust biedt.

Op het podium klinkt Fishbone minstens zo hectisch, met scherpe blazersaccenten en meerstemmige zang die binnen hetzelfde nummer kan variëren van strak georganiseerde doowop tot wilde rap-improvisaties. Zelfs de soulklassieker Freddie's Dead van Curtis Mayfield heeft een metamorfose ondergaan in onrustige heavy metal. Terwijl de ritmesectie vasthoudt aan repeterende en aanstekelijke funk-patronen, is er alle ruimte voor instrumentale en vocale variaties op bekende en ter plekke verzonnen thema's. Het lome basritme van Pray To The Junkiemaker leunt op authentieke Jamaicaanse dub-reggae, terwijl het grimmige Fight The Youth aanleiding geeft tot heftige gitaar-escapades. Na bijna drie uur in een dampende, deinende en op commando meebrullende zaal is er nog geen moment rust geweest. De oorstrelende ballade Change, waarmee toetsenman Chris Dowd de optredens altijd placht te besluiten, bleef ditmaal achterwege. "Fishbone is red hot," luidde het inmiddels welbekende spreekkoor. Ook het publiek zag er op dat moment behoorlijk verhit uit, na een energiek concert uit duizenden.

    • Jan Vollaard