Belastingamnestie moet Italiaans begrotingstekort pijnloos terugdringen; Ethisch en esthetisch is het pardon voor belastingontduiking een lelijke zaak

ROME, 8 OKT. Francesco is woedend. “Ik betaal ieder jaar weer, zo weinig mogelijk, maar ik betaal toch, zoals ieder beschaafd mens. Maar nu zegt de staat in feite dat ik een sukkel ben, want alle belastingontduikers krijgen de officiële absolutie. Alweer.”

Hij slaat boos een vuist in zijn andere hand en blijft zeker een kwartier nasputteren. Deze 42-jarige manager van een softwarebedrijf, die veel zaken doet met de overheid en daarom alleen met zijn voornaam in de krant wil, voelt zich voor de gek gehouden nu het kabinet heeft bekendgemaakt dat belastingontduikers voor een luttel bedrag kunnen ontkomen aan vervolging door de fiscus.

“Dit is in feite een premie op belastingontduiking,” zegt Francesco. “Je hoeft nooit bang te zijn als je zit te knoeien met je aangifte, want vroeger of later wordt het je toch wel vergeven.”

De belastingamnestie is paradoxaal genoeg gepresenteerd als een van de maatregelen om het begrotingstekort terug te dringen. Wie een aangifte heeft gedaan die nog niet is behandeld, kan tegen betaling van een extra kwart van de opgegeven belasting, ervoor zorgen dat hij niet meer wordt lastig gevallen door de inspectie - deze maatregel is een impliciete erkenning dat vrijwel iedereen te laag inzet.

Wie al wel bericht heeft gekregen dat zijn aangifte niet klopt, is via een ingewikkelde rekensom iets meer kwijt, maar in de meeste gevallen aanzienlijk minder dan hij volgens de regels zou moeten betalen. Wie helemaal geen aangifte heeft gedaan, krijgt nu de kans om een zware boete te vermijden, maar kan geen aanspraak meer maken op korting. Deze amnestie betreft de belangrijkste directe belastingen en de btw en geldt voor de periode 1986-1990.

Het is niet de eerste keer. Ook in 1982 werd een groot algemeen fiscaal pardon afgekondigd, en na 1986 was er voor afzonderlijke belastingen gemiddeld iedere negen maanden een amnestie. Na de kritiek hierop leken dergelijke maatregelen passé, herinneringen aan een tijd dat onbezorgder met de overheidsfinanciën kon worden omgesprongen. In maart had minister van financiën Rino Formica nog gezegd: “Ik wijs het idee categorisch af.”

In de wanhopige zoektocht naar pijnloze middelen om iets te doen aan het enorme begrotingstekort, waardoor Italië achterop dreigt te raken bij de andere EG-landen, is het middel toch weer uit de kast gehaald. Het extra geld dat zo wordt opgehaald, staat volgens minister Formica in geen verhouding tot de kosten van de juridische processen.

Bovendien krijgt de staat het geld meteen in handen, in plaats van aan het einde van een procesgang die al snel tien jaar duurt. Het kabinet hoopt zo volgend jaar twaalf biljoen lire extra op te halen, ruim achttien miljard gulden.

Het wetsvoorstel voor de belastingamnestie heeft veel boze reacties losgemaakt. “Ethisch en esthetisch is het pardon een lelijke zaak,” zei Fiat-president Gianni Agnelli. Het dagblad La Stampa noemde de maatregel “een klap in het gezicht van de eerlijken” en zei dat het “de grafsteen (was) op de pogingen in Italië een moderne belastingheffing te introduceren.”

Een belangrijk staatshuishoudelijk punt van kritiek is dat het kabinet het extra geld dat zo de schatkist in moet vloeien, wil gebruiken voor lopende uitgaven. De tijdelijke inkomsten worden gebruikt om de salarissen en rente op leningen te betalen. Dit zijn uitgaven waarvoor over twee jaar weer een nieuwe dekking moet worden gevonden.

Bovendien vinden sommigen het kabinet te optimistisch. Een fiscaal pardon van vorig jaar stond voor 10,2 biljoen lire op de begroting, maar heeft de schatkist nog geen vijfde daarvan opgeleverd. Veel belastingbetalers maken er geen gebruik van. Zij hopen de dans volledig te ontspringen en vertrouwen erop dat de problemen bij de belastingdienst nog wel even voortduren.

Minister Formica heeft zich verdedigd door te zeggen dat het fiscaal pardon “een morele basis” heeft doordat het een nieuw belastingtijdperk inluidt. Hij wees er daarbij op dat het kabinet heeft voorgesteld het bankgeheim op te heffen voor de belastinginspectie - een maatregel die overigens nog op fel verzet kan stuiten in het parlement.

Dat zou een belangrijke verandering zijn, waarvoor ook mafiabestrijders vaak hebben gepleit. Maar een aantal andere problemen zijn verder van een oplossing. De belastingdienst heeft een chronisch tekort aan inspecteurs en aan computers, is gebrekkig georganiseerd, en zo weinig onafhankelijk dat ze vaak terugschrikt voor controles op politici en machtige ondernemers die problemen kunnen maken.

Formica heeft wel plannen gepresenteerd om de beroepsprocedure te vereenvoudigen. Nu kent die nog vier instanties, meer dan in het strafrecht. Het gevolg is dat een definitieve uitspraak vaak jaren en jaren op zich laat wachten. Het ministerie van financiën heeft voorgerekend dat er drie miljoen fiscale zaken lopen.

De Centrale fiscale commissie, de op een na hoogste beroepsinstantie, kan ongeveer 12.000 zaken per jaar behandelen en heeft een achterstand van 200.000 zaken.

Het zijn vooral de bedrijven, groot of klein, en de vrije beroepen die van deze gebreken in de belastinginning profiteren. De belastingontduiking hier heeft een enorme omvang aangenomen. De loontrekkers met hun automatisch ingehouden loonbelasting zijn goed voor zeventig procent van de inkomsten uit directe belastingen - een onrechtvaardig percentage in een land met zoveel zelfstandigen. Terwijl een van de doelen van belastingheffing een rechtvaardiger inkomensverdeling is, werkt het systeem in Italië in dit opzicht averechts omdat enorme inkomens van zelfstandigen vrijwel buiten schot blijven.

Eerdere maatregelen hebben daarin niet veel verandering gebracht. In 1984 werd de controle op kleine winkeliers verscherpt, wat erin heeft geresulteerd dat je nergens meer de winkel uit mag lopen zonder de kassabon, als bewijs dat de betaling is geregistreerd.

Maar daarvoor zijn allerlei "oplossingen' gevonden. Hoe omvangrijk de ontduiking is, blijkt uit de lijst die het ministerie van financiën in juli publiceerde: hierop stonden 270.000 belastingontduikers, samen goed voor vijftig miljard gulden aan achterstallige belasting, ongeveer een kwart van het begrotingstekort dat het kabinet voor dit jaar verwacht.

Belastingontduiking is in Italië een sport, met meer actieve beoefenaren dan het voetbal. Een cultuur van de staat, waarin mensen de belasting zien als een prijs voor collectieve goederen, bestaat hier niet. In de filosofie van de bar of van de directiekamer komen belastingcenten terecht op de bankrekeningen van politici of worden ze vermalen in de alleen voor zichzelf draaiende molens van de overheidsbureaucratie - een opvatting die vrijwel iedere dag vers voedsel krijgt.

Uit een recent onderzoek naar het normbesef bleek dat belastingontduiking laag op de lijst van zondes staat. Terwijl 85 procent van de ondervraagden zei dat geweld zondig is, en tegen de zestig procent drugsgebruik en laster verwierp, zei dertig procent dat het niet betalen van belasting niet meer dan een makkelijk te vergeven misstap is. Met het algemene fiscale pardon sterkt de staat hen nu in deze overtuiging.

    • Marc Leijendekker