Akkoord over hulp aan daklozen in Rotterdam

ROTTERDAM, 8 OKT. Rotterdamse zorginstellingen gaan samenwerken bij de hulpverlening aan zogenoemde psychiatrische daklozen in de stad. De directeuren van de GG & GD, de sociale dienst en een aantal psychiatrische instellingen hebben daartoe gisteren, op de internationale dag van de daklozen, een overeenkomst getekend.

Rotterdam telt ruim duizend daklozen, van wie meer dan dertig procent ooit in contact is geweest met de geestelijke-gezondheidszorg. Op dit moment bereiken de instellingen slechts vijf procent van de "harde kern' van de daklozen, zo blijkt uit een vorig jaar gehouden onderzoek. In Rotterdam bestaat die groep uit ongeveer tweehonderd personen.

Dak- en thuislozen met psychiatrische problemen hebben de afgelopen jaren te weinig aandacht gekregen, zegt P.C.M. Vis van de Sector Dak- en Thuislozen van het Rotterdamse Centrum voor Dienstverlening. “Zij hebben de minste kans om in een dag- of nachtverblijf terecht te komen. Ze worden bedreigd als ze in de rij gaan staan bij het nachtverblijf, ze worden door anderen afgeperst als ze hun uitkering hebben opgehaald. Dit zijn letterlijk de eersten die nat worden als het regent.”

De GG & GD houdt sinds een half jaar een spreekuur voor daklozen in het nachtverblijf Havenzicht en in het passantenverblijf van het Leger des Heils, om actiever medische zorg te verlenen aan daklozen. Psychiatrische patienten verschijnen daar echter niet omdat zij uit zichzelf geen hulp zoeken. Met de nu gemaakte afspraken hoopt Vis dat artsen en hulpverleners vaker zelf op zoek gaan naar deze groep daklozen, die zelf niet in staat zijn hulp te zoeken. Alleen de hulpverlener die aanhoudt maakt een kans contact te krijgen. “Vorig jaar, toen het zestien graden vroor, kwamen ze ook niet om hulp vragen. Ik ben ze op gaan zoeken om een deken te geven. De hele eerste week krijg je geen contact, en op de achtste dag zeggen ze een keer "hm'. Als je blijft aanhouden gaan ze een keer mee.”

Degenen die wel hulp zoeken worden vaak afgewezen omdat de desbetreffende instantie slechts een deel van hun problemen behandelt. De versnippering van de vele instanties die zich met de problemen van kansarmen bezighouden is de belangrijkste reden geweest tot het initiatief, zegt Vis. Een dakloze drugsverslaafde met psychiatrische problemen moet zich melden bij huisvesting, de sociale dienst, het Riagg, het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD), het arbeidsbureau en mogelijk ook een crisiscentrum voor zijn psychiatrische problemen. Omdat hij die problemen heeft kan hij niet terecht bij het CAD, hij wordt niet bereikt door de RIAGG omdat hij dakloos is, bij de huisvestingsdienst moet hij vier jaar wachten en bij het crisiscentrum wordt hij niet geholpen omdat hij dakloos en verslaafd is, aldus Vis.

Dat samenwerking in de jaren tachtig niet tot stand kwam wijt hij aan het “territoriumgedrag” van ambtenaren en particuliere initiatiefnemers.