Verlies niet je zelfrespect bij ontbrekend applaus

Het Nederlandse masochisme kent geen grenzen meer. Schande, weg met ons, parafraseerde Weisglas (VVD), sterk op de vierkante millimeter van het Binnenhof. "De Haagse zelfmoord' kondigde NRC Handelsblad afgelopen woensdag af in een lettertype dat gewoonlijk wordt gereserveerd voor de Troonrede of de geboorte van een kroonprins. Daarna werd het masochisme gevoed door betogen, ook in deze krant, over de Prinzipienreiterei van Nederland en het calvinistisch gehalte van de katholieke Van den Broek. De laatste moest gisteren ook nog de vernedering smaken voor een onderonsje van de Franse en Duitse ministers Dumas en Genscher aanstaande vrijdag niet te worden uitgenodigd.

In de boze wereld kent Nederland zijn plaats niet. "Eurozeloten' zijn blijkbaar dom aan het werk geweest. Meesmuilend zijn ze gadegeslagen door een ongenoemde hoge Britse diplomaat, die Rob Meines uitstekend voor zijn karretje weet te spannen om Nederland voor een land vol debielen uit te maken. De meest maffe details worden opgevoerd om het Nederlandse debâcle te verklaren. De tekst van het Nederlandse voorstel is - oh, schande - alleen in het Frans verspreid! Alsof het ooit een probleem is geweest om missieven van Mitterrand en Kohl uit het Frans te ontcijferen, alsof het Luxemburgse voorstel in een andere taal dan het Frans circuleerde.

Wat ik maar wil zeggen: alles wat de eerste de beste diplomaat in Den Haag opmerkt, wordt voor zoete koek geslikt, zonder dat de commentariërende gemeente enig zelfrespect kan opbrengen voor eigen standpunten en opinies. De spraakmakende gemeente in Nederland blijkt in deze zaken geen ruggegraat te hebben en bij de eerste de beste bries mee te deinen met de voorlopige winnaars. In al dat kabaal is het zinnig te bepalen waar het om gaat. Over gelijk hebben en gelijk krijgen, zoals Heldring terecht opmerkte in de krant van afgelopen vrijdag. En over de vraag hoe de schade nu kan worden beperkt, wanneer de minister van buitenlandse zaken als een schooljongen met een herexamen wordt behandeld.

Nederland wordt na de jaren van de kruisraket weer eens scherp gekritiseerd. Dat zou de goegemeente hier minder moeten opschrikken dan nu het geval is. Allereerst een les uit de buitenlandse politiek van andere, soms grotere landen: verlies niet je zelfrespect bij ontbrekend applaus. Zo doen veel van onze Europese partners dat ook, of het nu gaat om het taaie Luxemburgse verzet tegen het vervolgen van directe belastingfraude, de Italiaanse pathetiek over het gevaar van twee snelheden bij de monetaire eenwording of de Duitse Alleingang om Kroatië en Servië te erkennen. Deze les gaat vooraf aan Heldrings vraag: gelijk hebben of krijgen? Had Nederland gelijk om met een democratischer plan voor de Europese Unie te komen dan het Luxemburgse?

Ja natuurlijk, indien men overtuigd is dat de gemeenschap meer moet zijn dan een aangeklede vrijhandelszone. Daarbij komt, na de revolutie van 1989, dat een democratische EG meer dan enig ander internationaal verband in staat kan zijn de democratisering en integratie van Oost-Europa mee tot stand te brengen. Bovendien hebben kleine landen altijd meer belang bij geïnstitutionaliseerde politieke spelregels dan grotere landen als Frankrijk, Duitsland en Engeland, die meer mogelijkheden hebben voor pure machtspolitiek. Die constante blijft, ongeacht de Europese revolutie na het vallen van de Berlijnse muur. Die constante heeft een rol gespeeld bij het snel aanvaarden door Nederland van de Duitse eenwording. En met recht.

Er komt een belangrijk argument bij. Zonder doorbraak wordt de politieke besluitvorming in Europa steeds ondemocratischer. Wij zullen meer en meer wetten krijgen die in de achterkamers van de bureaucratie van de hoofdsteden zijn voorbereid zonder dat enig parlement daar veel over te zeggen heeft. De nu ten onrechte veel gesmade Piet Dankert had gelijk toen hij december 1989 uitriep dat Schengen eens maar nooit weer moest zijn. Door het huidige Euro-debâcle dreigen we wel op steeds meer Schengens af te stevenen. Dus is het argument niet gek om geen bevoegdheden over te dragen aan de gemeenschap zonder dat daar parlementaire controle tegenover staat. Mocht dat niet lukken, dan gaat de internationalisering van de markt verder zonder dat enige democratisch gelegitimeerde overheid daar nog veel over te vertellen heeft.

Het gaat in het huidige conflict dus niet alleen, of zelfs niet in de eerste plaats, om een machtsstrijd tussen landen. Centraal staat de vraag of beslissingen in 1991 op een negentiende eeuwse wijze door ongecontroleerde ambtenaren worden genomen, of dat er ook nog een parlement aan te pas komt. Dat nationale parlementen over Europese intergouvernementele beslissingen veel te zeggen zullen hebben, betwijfel ik. Ook als ze formeel dat recht nog hebben. Aan de orde is of we onze democratie feitelijk aan het oprollen zijn en overdragen aan bureaucraten van diverse pluimage. Dat is de machtsvraag die wordt uitgespeeld in deze dagen. Hopelijk komen de parlementen in andere hoofdsteden daar ook achter, zeker in Bonn en Rome. Zij hebben met evenveel zo niet meer bombarie voor een democratische EG gepleit als de Tweede Kamer.

De meerderheid van de ministers van buitenlandse zaken, die het Nederlandse voorstel van tafel veegde, handelt niet in overeenstemming met haar parlementen. Ook het Europarlement maakt zijn faam als Straatsburgse debatingclub weer eens waar door niet Nederland te steunen maar een debatje aan te vragen over waarom het allemaal fout ging. Ze zouden daar in Straatsburg al lang op hun achterste benen moeten staan, de inktpotten door de vergaderzaal werpen en het politieke debat met de Raad van Ministers zoeken. Gebeurde dat alles dan zou nu het debat minder gevoerd worden in termen van Engeland tegen Frankrijk, Frankrijk tegen Duitsland en Nederland alleen maar met België. Alsof er tot nu toe geen integratie is geweest en wij nog met negentiende eeuwse buitenlandse politiek van doen hebben.

Natuurlijk is integratie veel moeilijker dan Europese federalisten ons willen doen geloven. Dat federalisme houdt geen rekening met de verschillen in taal, cultuur en geschiedenis. Die complexiteit impliceert dat Europese integratie via veel omwegen zal geschieden. Maar laat daar dan het debat over gaan en niet over de vraag of Haagse ambtenaar De V. wel op hoog niveau in Madrid is ontvangen. Heb nu ook het zelfrespect uit te maken wat de frase "een succes maken van de top in Maastricht' eigenlijk betekent. Dat houdt toch in dat democratisering vooruit wordt geholpen en niet achteruit. Aanvaarding van het Luxemburgse voorstel zou een stap terug betekenen.

Maar daarmee hebben wij nog geen gelijk gekregen. Voor een deel heeft Nederland dat aan zichzelf te wijten. Twee fouten springen in het oog. Ten eerste heeft de bureaucratie hier krachtig meegewerkt om niet tot een snel en duidelijk Nederlands standpunt te komen. Justitie en Sociale Zaken hebben hun eigen toko manmoedig verdedigd. Dat heeft mede verhinderd dat Nederland als voorzitter veel aan het internationale debat kon deelnemen. Ten tweede heeft Nederland op twee verschillende bondgenootschappen gewed. Dat zit zo. Van den Broek heeft Engeland als grote bondgenoot gekozen om een veiligheid te definieren waarin de NAVO in feite de hoofdrol blijft spelen. Kortzichtig, omdat Frankrijk en Duitsland daarmee niet wilden instemmen.

In het veiligheidsdebat koos Nederland samen met Denemarken en Portugal voor de periferie en niet voor het centrum van de EG. CDA en VVD steunden de minister van buitenlandse zaken daarin. Die opstelling was in tegenspraak met de wens een zo democratisch mogelijke Europese politieke unie te krijgen. Van Engeland was op dat punt immers niets te verwachten, zeker niet voor de komende Britse verkiezingen van volgend jaar. Een concessie van Van den Broek op het terrein van de buitenlandse en veiligheidspolitiek - in de richting van een eigen Europese identiteit - met meer krediet voor Parijs en Bonn - en iets meer risico ten opzichte van de Verenigde Staten - had Nederland betere kaarten gegeven voor de andere onderdelen van zijn voorstel. De irritaties tussen Van den Broek en Genscher over Joegoslavië zullen zeker niet geholpen hebben, maar zijn vuiltjes vergeleken bij de hierboven genoemde verschillen.

Mogelijk kunnen de Algemene Beschouwingen, deze week in de Tweede Kamer, hierover helderheid verschaffen voordat Dumas en Genscher aanstaande vrijdag de boel samen gaan bekokstoven. Wil het met het Nederlands voorzitterschap nog enigszins goedkomen, dan zal de regering voor de definitie van Europees veiligheidsbeleid moeten koersen op Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje. Nu kan men tegenwerpen dat ik mezelf tegenspreek. Op het terrein van de buitenlandse en veiligheidspolitiek stem ik wèl in met intergouvernementele constructies, die ik hiervoor hartstochtelijk heb afgewezen. (Bijvoorbeeld voor wetgeving op het gebied van vrij personenverkeer). Daar zit iets in, met één belangrijk verschil: bij het gezamenlijk veiligheidsbeleid gaat het niet om wetgeving. Ook staat een nationaal parlement in het veiligheidsbeleid geen rechten af die het nu heeft ten opzichte van organisties als NAVO en Westeuropese Unie. En: gelijk krijgen zal een concessie vergen. Dan het liefst op dit punt. Nederland kan niet op twee volstrekt verschillende paarden wedden. Daarvoor zijn we inderdaad te klein. Minister van financiën Kok heeft dat met de Europese Monetaire Unie juist op tijd ingezien.

Op het hoofdpunt: het democratische gehalte van het toekomstige Europa is de strijd nog niet gestreden. Veel zal afhangen van de parlementen en de publieke opinie in andere landen. Die zullen niet onder de indruk raken van het Nederlands masochisme dat ons de laatste week heeft toegewalmd. Dat leidt ook niet tot gelijk krijgen.

    • Maarten van Traa