Veel aanvragen fonds journalistiek "We hebben ons heel open opgesteld'

Vorig jaar nam een aantal journalisten en auteurs het initiatief voor een fonds dat journalistieke projecten mogelijk moest maken die kranten, weekbladen, omroepen of uitgevers niet zelfstandig zouden kunnen financieren. Dat konden reisreportages zijn, maar ook tijdrovende onderzoeken. Het fonds kreeg een miljoen gulden subsidie per jaar.

Tien maanden later heeft Els Broeksma, directeur van de Stichting Fonds Journalistieke Projecten, de balans opgemaakt. Van een kleine honderd aanvragen werden 34 gehonoreerd en 46 afgewezen; de overige zijn nog in behandeling. Het bedrag van de gesubsidieerde projekten beloopt nu 600.000 gulden. “Wij ondersteunen alleen individuele journalisten en auteurs”, zegt Broeksma, “maar ze moeten wel van een krant of uitgever de toezegging hebben dat het resultaat wordt gepubliceerd.”

Het bestuur dat de aanvragen beoordeelt, wordt gevormd door H. Drion, G. Kemper, A.J. Heerma van Voss, R. Wester en J. Bank. Als resultaat van de inspanningen van het fonds is inmiddels "Verboden bestemming' verschenen, een boek van Hans Bouman over de schrijver Herman Melville. Binnenkort verschijnt "Over alles', een bundel met hoogtepunten uit het werk van Nico Scheepmaker, samengesteld door Tim Krabbé. De aanvraag van John Jansen van Galen voor een onderzoek naar de geschiedenis van het weekblad de Haagse Post werd eveneens gehonoreerd.

Er staan meer dan twintig boeken op stapel en het is de stellige overtuiging van Els Broeksma, dat die er zonder steun van het fonds niet gekomen zouden zijn. “Free-lancers krijgen per artikel betaald, de honorering is meestal bij lange na niet voldoende in verhouding tot het werk en de tijd die erin worden gestopt. Meestal gaat het zo: deelredacties zijn enthousiast over een voorstel van een medewerker, maar voor de uitvoering is onvoldoende geld. Dan komen ze bij ons terecht.”

Twee landelijke dagbladen, de Volkskrant en NRC Handelsblad, hebben besloten geen beroep te (laten) doen op het fonds. Artikelen die door free-lancers aan de krant worden aangeboden die toch mede door het fonds blijken te zijn (voor)gefinancierd, worden bij publikatie niet begeleid door een vermelding van de steun van het fonds. Reden: goed gedijende kranten moeten zelf in staat zijn journalisten voor langere tijd op pad te sturen danwel onderzoek te laten doen.

“Van dat besluit zijn lezers zowel als auteurs de dupe”, meent Broeksma, “want nu de deelredacties op de hoogte zijn van de bezwaren van de hoofdredacties van die kranten, heeft het voor de auteurs geen zin meer om iets aan te vragen voor die kranten; ze plaatsen het toch niet. Dan zoeken ze een andere publikatiemogelijkheid.” Broeksma zegt dat er geen andere media zijn die afzien van de steun van het fonds.

“Die resterende 400.000 gulden zullen dit jaar nog worden vergeven”, zegt Broeksma, “en we gaan toch buitengewoon verantwoord te werk; kwaliteit staat voorop. Je kan de gehonoreerde aanvragen indelen in financiële of politieke onthullingsjournalistiek, en de meer sociologisch of sociaal- of politiek-historisch georiënteerde verhalen.” Verder zijn er reportages gehonoreerd, alsmede een fotoserie met bijschriften. “We hebben ons in het afgelopen jaar heel open opgesteld.”

De clausule dat de aanvragers bij voorbaat hun publikatie bij een uitgever of blad zeker moeten hebben gesteld, voorkomt dat er beginnende journalisten op af komen, erkent Broeksma. “We hebben daarom een klein potje ingesteld om jong talent te stimuleren. Als beginners een aardig onderwerp hebben, dan geven we ze een kans; mondjesmaat, want we zijn heel kritisch. Maar de voorwaarde blijft dat iemand het artikel, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ook echt daadwerkelijk gepubliceerd krijgt. Zo houd je voeling met de lezersmarkt.”

Minister d'Ancona (WVC), die de eerste resultaten vorige week bekendmaakte op een congres over "onderzoeksjournalistiek' te Utrecht, wil het Fonds volgend jaar aan een evaluatie onderwerpen om te kijken of het na de experimentele fase van twee jaar nog moet worden voortgezet. De kritiek op het fonds, dat een journalist zijn onafhankelijkheid niet op het spel mag zetten door de hand bij de overheid op te houden, werd door de minister verworpen: “Het fondsbestuur is volstrekt onafhankelijk van de overheid en volledig autonoom in het behandelen van aanvragen.”

    • Tom Rooduijn