TV-serie "Villa Borghese' als bron van gezondheidsvoorlichting; Fitness, glamour en chantage

De korte inhoud van de eerste aflevering doet nog niets ongewoons vermoeden. “Directeur Goudberg heeft er geen idee van dat over zijn toekomst wordt beslist als hij de nieuwe gast Maarten Hoogeboom begroet bij de receptioniste Katja van zijn gezondheidshotel Villa Borghese”, heet het in de AVRO-bode. “Op de plaats van de riante villa en de omliggende grond wil een projectontwikkelaar iets moderns neerzetten...” Vooral de puntjes duiden op het soap-genre, de tv-variant van Kasteelroman en Bouquetreeks. Verlekkerd belooft de AVRO de bekende ingrediënten: “intriges, ruzies, glamour, chantage, romances en wat al niet meer”.

In werkelijkheid is de twaalfdelige tv-serie Villa Borghese, die vanaf komende donderdag wekelijks wordt uitgezonden, een initiatief van de Nederlandse Hartstichting en het Landelijk Centrum Gezondheidsvoorlichting en -Opvoeding (LCG) - een poging tot gedragsbeïnvloeding onder het mom van amuserend drama. Van het budget is de helft gefinancierd door het Praeventiefonds en de Hartstichting, die elk zes ton bijdragen. Die sponsoring komt alleen tot uiting in het simpele m.m.v. op de titelrol; meer nadruk op het voorlichtende aspect zou, naar men meent, slechts averechts werken. De kijker dient allereerst mee te leven met schoonheidsspecialiste Roos, therapeute Letta, zakenman Alexander, rijke mevrouw Eva, voedingsdeskundige Laura, young executive Maarten, fysiotherapeut Tom en kok Luciano. Dat er af en toe wordt gesproken over gezond eten, stoppen met roken en nuttige lichaamsbeweging, mag de identificatie met deze nieuwe tv-personages niet in de weg staan.

Achter de schermen van Villa Borghese staan de betrokken gedragswetenschappers echter met argusogen naar het aanstaande publiek te spieden. De vraag luidt immers niet alleen of het "gezondheidsbewustzijn van de kijkers' wordt vergroot, maar ook in hoeverre tv-drama voor zulke doeleinden het geëigende promotiemiddel is. “Het is belangrijk dàt de serie effect heeft”, stelt drs. Liesbeth Wieberink, hoofd methodiekontwikkeling bij het LCG, “maar het is voor ons minstens zo belangrijk om te weten hóe die effecten ontstaan. Dat is een bijdrage aan de theorievorming in de voorlichting.”

Bij de Hartstichting gaat het uiteraard vooral om het eerste. Een deel van haar voorlichtende activiteiten over preventie van hart- en vaatziekten blijkt voorbij te gaan aan “mensen die niet direct informatiezoekers zijn en ook niet gewend zijn om te gaan met schriftelijk voorlichtingsmateriaal”. Hun media-consumptie bestaat nu eenmaal grotendeels uit tv-amusement. “Programma's met een duidelijk voorlichtend karakter trekken een beperkt publiek”, concludeert drs. Martine Bouman, voorlichtingskundig beleidsmedewerker van de Hartstichting. “Bij populair drama, dat juist door die groepen intensief wordt bekeken, heb je meer mogelijkheden. Als je kunt bereiken dat mensen zich gaan identificeren met bepaalde karakters, werkt dat veel beter.”

Het uitgangspunt voor de eigen dramaserie moest zijn dat kennis-overdracht niet het eerste doel is. Langzamerhand behoeft het geen betoog meer dat roken, stress en vette voeding slecht zijn voor de mens - van groter belang is nu dat die kennis ook tot gedragsverandering leidt. Of, in de taal van de gedragswetenschapper: dat "de vertaalslag naar het eigen gedrag' wordt gemaakt. Men besloot zich in verbinding te stellen met producent René Stokvis, niet alleen gespecialiseerd in amusement (Te land, ter zee en in de lucht), maar ook in medische programma's. Stokvis benaderde de AVRO, waar men het een aantrekkelijke gedachte vond dat er co-financiering beschikbaar was.

“De eerste zorg was dat het voor een groot publiek een aantrekkelijke serie moest worden”, zegt Liesbeth Wieberdink. “Er moest dus een mix ontstaan tussen de intriges die dramatechnisch interessant zijn en de motiverende elementen die wij verwerkt wilden zien.” Een ingewikkeld karwei, waarop eerst twee Nederlandse schrijvers en twee Nederlandse regisseurs zich de tanden hebben gebroken. “Het verminderen van vet in je voeding is natuurlijk geen dramatisch hoogtepunt”, erkent Martine Bouman. “En toch hebben we er een paar lijnen ingekregen die wèl met gezondheid te maken hebben.” Men week ten slotte uit naar de Britse scenarist John Brason (The Onedin Line, Who pays the ferryman?) en de Britse regisseur Roger Tucker (Bergerac, Shoestring), op wier routine het hele project uiteindelijk kon steunen.

Plaats van handeling werd een beauty farm, appellerend aan de hang naar glamour bij het beoogde publiek. Gaandeweg ontstaat daar het dilemma of men tot in lengte van jaren kan blijven doorgaan met het oplappen van rijken, die daarna gewoon weer ongezond verder leven, of een andere koers moet kiezen.

Wieberdink: “De vraag is of het publiek de verwijzingen naar de risicofactoren voor hart- en vaatziekten zal herkennen, of alleen maar napraat over de inbraak, de liefdes en de andere drama-onderdelen. In zoverre is het voor ons een risky project, we weten het niet. Daarom loopt er met alle uitzendingen straks een panel mee, dat na elke aflevering wordt ondervraagd. We zullen de scripts onderweg niet meer wezenlijk kunnen veranderen, maar we hopen toch nog iets te kunnen bijsturen als bijvoorbeeld een karakter dat volgens ons onsympathiek moet zijn, opeens heel sympathiek blijkt te worden gevonden. En verder moet het onderzoek antwoord geven op de vraag of dit een goede methode is. Zoiets kun je niet in een laboratorium-situatie ontwikkelen, je móet het in de praktijk testen. Het is dus heel spannend om te zien of we het bij het juiste eind hebben gehad.”

Reikhalzend ziet de gezondheidsvoorlichting daarom uit naar het resultaat van de effectmetingen, waarover op brede schaal zal worden gepubliceerd. Bijvoorbeeld door Martine Bouman, die op het onderwerp hoopt te promoveren.

    • Henk van Gelder