STEFAN KISIELEWSKI 1911 - 1991; Een vinnige radikaal

De Poolse schrijver en componist Stefan Kisielewski is onlangs in Warschau overleden. Een leven lang is hij een eenling geweest, een zonderling zelfs. Hoewel hij doorging voor een van 's lands belangrijkste schrijvers, beschouwde hij zichzelf in de eerste plaats als componist: daarvoor had hij voor de oorlog (aan het conservatorium van Parijs) gestudeerd. Niet voor niets was zijn activiteit als schrijver begonnen met muziekrecensies en had hij zijn eerste schreden op het pad van de politieke journalistiek en de literatuur aanvankelijk bedoeld ter financiering van zijn activiteit als musicus en componist. Hij doceerde van 1945 tot 1949 aan de muziekhogeschool van Kraków. Kisielewski schreef vier symfonieën en een groot aantal werken voor (kamer)orkest. Deze herfst nog werd een van zijn composities voor piano op het programma van het Warschause muziekfestival gezet.

Toch heeft de in 1911 geboren Kisiel, zoals de Polen hem noemden, naar het pseudoniem dat hij na de oorlog ging gebruiken, heel wat meer bekendheid geoogst met zijn literair werk, aanvankelijk alleen voor het gerenommeerde tijdschrift Tygodnik Powszechny, dat hij tot zijn dood is trouwgebleven. Zijn eerste roman, Sprzysiezenie (De samenzwering), verscheen in 1947. Sindsdien zijn van zijn hand, deels onder het pseudoniem Tomasz Stalinski, vijf romans en tientallen andere literaire werken gevolgd. Een groot aantal daarvan verscheen eerst in het Westen en pas daarna bij ondergrondse uitgeverijen in Polen.

De verstandhouding tussen Kisielewski en het communistische bewind is er steeds een van wederzijdse ambivalentie geweest: het regime droeg hem als een stille last, maar greep van tijd tot tijd hard in. Weinig schrijvers in Polen zijn zo vaak getroffen door een tijdelijk publikatieverbod als de radicale (zelfs fanatieke) liberaal Kisielewski. Hij werd in 1957, tijdens de dooi die onder Wladyslaw Gomulka werd ingezet, namens de katholieke groepering Znak lid van het Poolse parlement, maar hij was te eigenzinnig om dat lang te kunnen blijven: in 1968 verdween hij uit het parlement en in hetzelfde jaar kreeg hij een publikatieverbod dat drie jaar zou duren wegens zijn verzet tegen de grote anti-semitische campagne van het bewind.

Kisielewski's handelsmerk was zijn onconventionaliteit en zijn onvoorspelbare radicalisme: kritiek kon bij hem alle kanten uitgaan, inclusief de meeste onverwachte. Zijn laatste boek, Alfabet Kisiela (Het alfabet van Kiesiel), bestond uit een collectie kisieliaanse commentaren op prominente land- en tijdgenoten, onveranderlijk vinnig en zelfs venijnig van aard. Het boek werd een ongekende bestseller. De eenling Kisielewski schokte - eveneens vorig jaar - zijn mede-intellectuelen door zich in de forse ruzie tussen Walesa en de intelligentsia van Solidariteit achter de latere president te scharen. Hij werd ervoor beloond met een pasje dat hem op elk gewenst tijdstip toegang tot Walesa verschafte. Hij herhaalde zijn onconventionele optreden dit jaar door zich achter de Unie voor Reële Politiek van Korwin-Mikke aan te sluiten, een van de meest omstreden rechtse politieke partijen van Polen.