Ondanks spectaculair tilwerk overheerst de plichtmatige routine; Bolshoi is niet langer de onbetwiste top

Gezelschap: Sterren van het Bolshoi Ballet met de tweede acte uit Het Zwanenmeer en duetten en solo's uit het klassieke repetoire. Gezien: 15-10 Schouwburg Het Park in Hoorn. Nog te zien: 13-10 Rotterdam, 15-10 Nijmegen, 16-10 Utrecht, 17-10 Scheveningen, 18-10 Venlo en 27-10 Amsterdam.

Het befaamde Bolshoi Ballet uit Moskou stuurt sinds de perestrojka steeds meer kleine groepjes de wereld in om de glorie van de Russische traditionele, klassieke danskunst te propageren. Maar ook, zo lijkt het, om het grote geld binnen te halen dat nu niet langer automatisch in de staatskas terecht komt. Bij een gezelschap van driehonderd dansers is die afsplitsing in groepjes niet zo'n probleem. Een van die sterrengroepen wordt gevormd door de 27 dansers, onder wie vijftien met een solistenstatus, die nu Nederland bezoeken.

Het programma dat zij hier brengen, bestaat uit de tweede acte uit het ballet Het Zwanenmeer, pas de deux uit Giselle, La Fille Mal Gardée, Les Sylphides, Spartacus, Le Corsaire en de Notenkraker. Een divertissement uit Paquita, een duet Dvorak Meldy, een variatie uit Taras Bulba en de beroemdste solo ooit gemaakt, De Stervende Zwaan. Allemaal fragmenten die voor Russische dansers vanaf het moment dat zij op negenjarige leeftijd als leerling de school binnenkomen tot aan het eind van hun carrière dagelijkse kost zijn.

In deze groep worden de werken in steeds eenzelfde rolbezetting uitgevoerd. Een voor Westerse begrippen nogal griezelige gedachte om jarenlang alleen maar dat ene pas de deux of die ene solo te moeten dansen. Hoe goed die Russische dansers dat ook allemaal doen, het kan toch niet ontkend worden dat de plichtmatige routine eraf straalt. Er zijn weliswaar de te verwachten prachtige lijnen, de lyrische armvoering, de perfecte naaldscherpe, sterke benen, de flitsende veelvuldige draaien en de hoge sprongen. Er is ook het acrobatische spectaculaire tilwerk dat de Russen ontwikkeld hebben. En er is de ware koninklijke allure in houding.

Toch ontbrak bij al die virtuositeit het echt opwindende element. Daarvoor wordt het allemaal te gladjes en met een te opgelegde expressie uitgevoerd. En bovendien heeft het lang niet altijd de foutloze precisie. Het aandeel van de mannelijke dansers blijft beperkt. Zij zijn er vooral om de danseressen te ondersteunen en in de enkele solo's maakten zij noch technisch, noch in hun presentatie een overweldigende indruk.

De jongere generatie komt nog het sterkst voor de dag. Zo valt Natalia Lapitskaya in het Giselle-pas de deux op door haar pittige spiritualiteit en Igor Yurlov in zijn solo uit Taras Bulba door zijn aanstekelijke, jeugdige bravour. Ronduit teleurstellend was het optreden van Natalia Bessmertnova, de vijftigjarige prima ballerina van het Bolshoi Ballet, die ondanks haar lichtheid en haar kwijnende lyriek eigenlijk op alle fronten het van haar jongere collega's verliest. De artistieke rijpheid die een oudere danseres dikwijls zo interessant maakt is blijkbaar aan haar voorbij gegaan, want geen van haar drie optredens - De Stervende Zwaan, het duet uit Les Sylphidesen Odette in het Zwanenmeer - droeg een spoor van overtuigingskracht. Haar volkomen onterechte uitmelken van het applaus wekt eerder irritatie dan bewondering op.

Wat er trouwens in Het Zwanenmeer gebeurde met die wezenloos ronddwalende prins en dat op niets slaande gedoe van de tovenaar van Rothbart maakt het volkomen begrijpelijk dat zo veel danskunstenaars en dansminnaars een weerstand hebben gekregen tegen het klassieke ballet. Op zo'n manier gepresenteerd is het ook niet te pruimen. De Bolshoi-sterren laten nog steeds zeer fraaie dingen zien. Maar de tijd dat zij te allen tijde aan de absolute top stonden wat brille, technische afwerking en expressiviteit betreft, is duidelijk voorbij.