Murphy boekt resultaat door Japanse leerschool

ROME, 7 OKT. Twee jaar geleden stelde Peter Murphy een beleidsplan op voor de vrouwenvolleybalploeg. Het telde twee ambitieuze doelstellingen. Te ambitieus in veler ogen. Murphy wilde met zijn meiden naar het A-wereldkampioenschap in China en naar de Olympische Spelen in Barcelona. Die Murphy. Nog voordat er een bal geslagen was, overheerste al het leedvermaak. Het orakel van Uden had weer eens zijn mond voorbijgepraat.

De inboedel was failliet. De vrouwenploeg had gefaald in La Coruña. Was "cum laude' gezakt voor het toelatingsexamen voor de eindronde van de Europese titelstrijd. En dan wilde Murphy drie jaar later naar de Olympische Spelen? “Ik heb er nooit aan getwijfeld”, zei Murphy vanmorgen in Rome na de verwezenlijking van zijn tweede doel. “Wij zijn de nummer twee van Europa. Dat wist ik. Ik moest het alleen op mijn ploeg overbrengen. Dat was mijn taak in de aanloop naar dit EK.”

Murphy nam in 1989 de ploeg over van Pang, zijn voormalige assistent en opvolger. In 1985 had Murphy Nederland in eigen land naar de derde plaats geleid. Hij werd technisch-directeur bij de bond, voerde allerlei meerjarenplannen in en miste achter het bureau het veldwerk. Pang ging op eigen kracht in La Coruña de mist in.

Crielaard zei hardop dat Pang de basis-technieken wel beheerste, maar het karakter miste om de ploeg mentaliteit bij te brengen. De spelverdeelster sprak voor haar beurt en werd verbannen. Tot februari van dit jaar. De kwestie Pang werd netjes opgelost. De Chinees werd assistent van Brokking, die bij zijn mannenploeg dagelijks stoeit met basis-technieken. En Murphy sprong in de vacature bij de vrouwenploeg.

Hij was nog niet terug of hij stuurde zijn ploeg naar de winst in het B-wereldkampioenschap in Jerez. “Daar werden wij winnaars”, merkte Cintha Boersma op. “Tot dat toernooi voelden wij ons geboren verliezers.” Murphy voldeed in Jerez aan zijn eerste doelstelling. Dat er geen sprake was van een toevalstreffer, werd duidelijk in China. Op het A-wereldkampioenschap werd het team negende. Als tweede Europese land achter wereldkampioen Sovje-Unie.

“Dat was voor mij een bevestiging, dat mijn doelstellingen niet wazig waren, maar realistisch. Het was geen utopie te veronderstellen dat wij op het EK in Italië tweede konden worden en ons daarmee konden plaatsen voor Barcelona. Het was alleen de vraag hoe ik dat mijn speelsters moest duidelijk maken. En hoe maakte ik van mijn selectie een hechte eenheid, een vechtmachine en een uitgebalanceerde ploeg?”

Hij haalde Piersma, Gleis en Crielaard terug. Piersma voor de stabiliteit en rust, Gleis als stabiele aanvalster met potentie en Crielaard als zijn verlengstuk in het veld. Een spelverdeelster met leiderscapaciteiten. Een kruidje-roer-me-niet, die regelmatig in aanvaring kwam met de teambelangen en moest leren zichzelf weg te cijferen. “Van Piersma en Gleis was ik zeker. Crielaard was een gok. Het kon positief en negatief uitpakken. Ik had vrij snel in de gaten dat het de positieve kant opging.”

In zijn hart was Murphy opgetogen over het materiaal. Alleen had hij te weinig tijd om het team op z'n gemak te laten groeien. “Het moest allemaal in zes maanden gebeuren. Binnen zes maanden moest ik een team bouwen dat er zou staan. Dat onder druk een eenheid bleef, dat onder de grootste pressie overeind zou blijven. Een team waarin iedereen elkaar accepteerde, waarin elkaars fouten werden gecorrigeerd. Normaal trek je daar twee jaar voor uit. Wij moesten het in een kwart daarvan doen. Ik koos voor de harde leerschool. De Japanse leerschool. De school van de confrontatie, van het conflict. Dat was hard, maar eerlijk.”

Het resultaat in Rome bewees het succes van de aanpak. “Dit is de gouden generatie in het vrouwenvolleybal. Met dit materiaal behoren we bij de eerste zes van de wereld”, schat Murphy in. “Als wij de aanpak van de mannen overnemen, worden we wereldkampioen. Maar zover zal het bij de vrouwen nooit komen. De huidige aanpak is voorlopig het hoogst haalbare.” Voor de Olympische Spelen wil hij zijn aanpak niet wijzigen. Zijn ploeg wel op een of twee plaatsen.

In de voorbereiding op Barcelona wil hij de wekelijkse training na overleg met de clubtrainers verdubbelen. Over zijn drie buitenlanders (Weersing, Boersma, De Jong) kan hij tijdens die trainingen niet beschikken. Daarom wil hij zes meiden van Jong Oranje overhevelen naar de seniorenselectie. En aanpakken op zijn harde wijze. “Wie afvalt, valt af. Jammer, niets aan te doen. Wie overleeft, heeft wat in zijn mars. Kan interessant zijn voor de toekomst. Een garantie voor opneming in de Olympische ploeg is het evenwel niet.”

Vanaf april wil hij een korte, krachtige voorbereiding op Barcelona. Met een overlevingskamp van twee weken in Scandinavië, met ongeveer hetzelfde programma dat naar de tweede plaats in Rome leidde. “Het was zwaar, dat geef ik toe. De meiden hebben mentaal op het randje gezeten, maar niemand is afgehaakt. Met z'n allen zijn ze doorgegaan. Daarvoor moet ik ze een groot compliment maken. Ik heb bewondering voor mijn speelsters. Voor wat ze in Italië gepresteerd hebben, en ook voor wat ze tijdens de maanden daaraan voorafgaand gedaan hebben.”

Van de huidige ploeg stopt Ingrid Piersma. De coach zal pogingen ondernemen zijn routinier terug te laten komen op haar beslissing. “De Olympische Spelen zijn toch een fantastische afsluiting van haar fantastische carrière?”