Loven en bieden in ellende

DEN HAAG, 7 OKT. De trein naar de demonstratie zit vol mensen die nooit in de trein zitten en nooit demonstreren. Bejaarden in trainingspak, vijftigers met veel overgewicht, vrijwel geen jongeren. Veel WAO'ers. Dat leidt tot interessante discussies. “Na de oorlog kreeg je van die stimulanten. Die verpesten het voor iedereen”, zegt een man die de oorlog hooguit als kleuter heeft meegemaakt. Zijn betoog bestaat uit boerenwijsheid verweven met imitatie Kamerjargon. Hij is tegen de kabinetsplannen, want invaliden pakken is asociaal. Maar degenen die de boel belazeren om in de WAO te komen - de "stimulanten' - kunnen niet op clementie rekenen.

De vrouw tegenover hem blijkt in de WAO te zitten. Terecht of niet? “Ik was al veel ziek, hoge bloeddruk en zo. Maar vooral de sfeer op het werk was slecht. En zeg nou zelf, ik heb er toch lang genoeg voor gewerkt?” Ze vinden elkaar in dezelfde klagerige toon. Allerlei ziektes vliegen door de coupé, van henzelf, van familie, collega's en kennissen. Een loven en bieden in ellende.

Een blaasorkestje op het pleintje voor Den Haag Centraal probeert de drommen demonstranten op te monteren. Menigeen vergrijpt zich onmiddellijk aan de patat, de haring, de koeken en de koffie. Eindeloos braken de automatische schuifdeuren mensen uit. “Havenarbeiders verzameluh bij de petatkraam, bij rooie Joop”, schalt een megafoon. Bij de mannen uit de havens zit de stemming er al vroeg in. “Die grote Kok is veel te klein om Nederland te naaien. Dan gaan we met z'n allen naar de haaien”, zingen ze.

De bleke herfstzon voert haar eigen strijd tegen het grijze firmament. Vooralsnog weet ze een aangename warmte over het Malieveld te spreiden. Vooraan, op het podium, poogt Brabants oerrocker Peter Koelewijn de menigte te vermaken met Neerlandstalig repertoir." Mij o mij", "Angeline blonde seksmachine', "Kom van dat dak af', het klinkt allemaal bekend, maar ondanks Koelewijns enthousiaste pogingen het publiek te doen meezingen ligt een zwijgen als een dikke deken over het veld. De geluidsinstallatie is uitmuntend: tot in de verste uithoeken is alles goed te verstaan, zonder echo's en faseverschillen die een voorstelling op zo'n groot veld doorgaans tarten. Voor het podium vormt zich een drom toehoorders.

Pag 3:

Nauwelijks jongeren bij demonstratie op Malieveld

Langs de rand van het Malieveld wurmt men zich in lange slierten langs kraampjes voor petjes, stickers, posters, demonstratieborden, haarbanden en andere bondsparafernalia. De rood-witte AbvaKabo-petjes wedijveren met de Abop-haarbanden om de hegemonie. Menigeen heeft twee, ja zelfs drie petjes over elkaar op. Degenen die een bord met een affiche op een stok nonchalant over hun schouder meedragen, brengen anderen in levensgevaar door zich plotseling om te draaien. Maar iedereen deinst kennelijk op tijd terug, want het blijft rustig bij de ambulances aan de voorkant van het veld. Politiepaarden staan ernaast hooi te happen uit een open busje. Agenten kuieren ontspannen over het veld, de uniformjas vol kleurige buttons. Hollandser kan een demonstratie niet zijn.

Ongewoon is de demonstratie wel. In tegenstelling tot de vorige grote vakbondsdemonstratie in 1988 in Amsterdam zijn er nauwelijks buitenlanders. En anders dan bij vrijwel alle demonstraties zijn er nauwelijks jongeren. Het zijn mannen met strak achterovergekamd haar, de mannen van de Brillcream-generatie die het veld domineren, veelal in het zondagse pak. Zelden hebben zoveel stropdassen gedemonstreerd. Het is vooral een zwijgende demonstratie. Slechts hier en daar staat men in groepjes met elkaar te praten. Verder slentert men maar wat rond en haalt gratis koffie bij de kraam van de horecabond. Niets herinnert aan de verbroedering en het levendige gekeuvel van de kruisrakettendemonstraties.

Als de toespraken beginnen is het veld op zijn volst. Niettemin kun je op de achterste helft nog voetballen. Er zijn dan ook zeker geen 250.000 mensen, zoals de spreekstalmeester en in zijn kielzog de sprekers roepen. Misschien 150.000, misschien iets meer. Mogelijk zijn er wel een kwart miljoen demonstranten geweest, maar niet tegelijk. De toespraken van MHP-voorzitter Van Dalen - die zo schor is dat hij ondanks het fenomenale versterkervermogen nauwelijks te verstaan is - en CNV-voorzitter Hofstede vinden lauw onthaal. Geen massaal gescandeerde leuzen, nauwelijks gejoel. De menigte mag dan boos zijn, de menigte is vooral braaf. Alleen de havenarbeiders roeren zich: “Actie, actie, actie!” Slechts Johan Stekelenburg krijgt reacties los uit het publiek. Hij zegt de goede dingen, laat op strategische momenten een stilte vallen en verheft bij de juiste woorden zijn stem. Zelfs wie geen Nederlands verstaat weet wanneer hij moet klappen, wanneer hij moet joelen. En voor wie het wel verstaat maar niet kan horen, gebaart de doventolk op het podium mee.

Na Stekelenburg is het de beurt aan een swingende feestband, La Stampa. Maar het is geen publiek om te swingen. In hoog tempo stroomt de meute terug naar het station. “Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat er na deze manifestatie een demonstratie door de stad plaatsvindt”, voegt de spreekstalmeester er voor alle duidelijkheid aan toe. Even later komt er een stoet van met vlaggen zwaaiende Kroaten het veld op. Die kijken ook al niet vrolijk. Ze maken een rondje en vervolgen hun weg door de stad.

Ondertussen beginnen de bestuurders en vrijwilligers van de bonden hun kraampjes leeg te halen. Het publiek wordt verzocht de ruimte voor het podium vrij te maken, opdat de vrachtwagens en vorkheftrucks erbij kunnen. Even na vieren is het veld al bijna leeg. Althans, er rest slechts de gebruikelijke post-demonstratieve bende van strooibiljetten, geknakte borden met affiches en vooral veel vertrapte koffiebekertjes.

    • Dick van Eijk