Intel: "De beste hardware zal winnen'; Directeur Grove van Intel niet bang voor alliantie IBM-Apple

Het lijkt erop dat hardwarefabrikant Intel het slachtoffer is van de samenwerking tussen IBM en Apple. In de plannen van de twee giganten is de rol van hofleverancier voor aartsconcurrent Motorola gereserveerd. Maar president-directeur Andrew Grove van Intel vreest de strijd niet.

LONDEN, 7 okt. “Bezorgd? Welnee!” Andrew Grove, president-drecteur van Intel, de Amerikaanse fabrikant van de microprocessor die in 99 van de 100 IBM en IBM-achtige PC's zit, zegt dat hij juist blij is met de vorige week aangekondigde IBM-Apple alliantie. In de toekomstplannen van de vroegere aartsrivalen is voor Intel geen vooraanstaande positie gereserveerd - en wel voor Motorola, Intels belangrijkste concurrent - maar dat baart Grove geen zorgen.

In het weelderige Savoy-hotel in Londen legt hij het accent liever op een ander punt. “Wat wij belangrijk vinden, is dat er nu een paar honderd getalenteerde mensen gaan werken aan programma's die voordien alleen op Apple-computers konden draaien. Straks zullen die ook op alle PC's met een Intel-processor kunnen werken. Die PC's zijn nu verreweg in de meerderheid en dat zal zo blijven.”

Andrew Grove (55) is een strijdlustig man. Van origine een fysicus, richtte hij samen met Robert Noyce en Gordon Moore in 1968 Intel op. Ze legden zich toe op het maken van geheugenchips en het ging het bedrijf goed. In 1971 ontwikkelde Intel voor een rekenmachine een programmeerbare chip, een chip die in zijn eentje een computer kon besturen. De "microprocessor' was geboren. Tien jaar later koos IBM een Intel microprocessor, de "8088', uit als het hart van zijn nieuwe personal computer. Intel werd van een kleine een grote fabrikant en heeft zich tot op de dag van vandaag weten te handhaven als verreweg de belangrijkste leverancier van microprocessors, de "motor' van elke PC. In 1990 maakte het bedrijf bij een omzet van bijna 4 miljard dollar een winst van 650 miljoen dollar.

Die toppositie kon Intel behouden door twee factoren. Ten eerste slaagde het bedrijf er steeds weer in tijdig opvolgers te ontwikkelen voor de 8088. De tweede factor was dat IBM, en in zijn kielzog de gehele PC-industrie, steeds weer voor Intel koos. Samen met Microsoft - de leverancier van het besturingssysteem van de PC's - vormden IBM en Intel het ijzersterke en schijnbaar onafscheidelijke binnentrio van de PC-industrie.

Maar de ontwikkelingen in de computerwereld zijn moeilijk te voorspellen. Vijanden worden deze dagen vrienden en vrienden vijanden. Microsoft en IBM raakten van elkaar vervreemd - eerst door het gebrek aan succes van het door IBM en Microsoft gezamenlijk ontwikkelde besturingssysteem OS2, later door Microsofts Windows 3, dat zo'n succes had dat Microsoft nauwelijks nog aandacht aan OS2 besteedde.

Ook Intel zal zijn vanzelfsprekende plaats in het trio waarschijnlijk kwijtraken. De aankondigingen van Apple en IBM dat zij een computer gaan maken die gebaseerd is op een RISC-processor wijzen in die richting. RISC (Reduced Instruction Set Computing) is een techniek waarbij de microprocessor een kleinere hoeveelheid ingebouwde software heeft. De huidige generatie Intel-processors wordt wel met CISC aan geduid (Complex Instruction Set Computing). Het nadeel van RISC is dat de programma's die op de computer draaien ingewikkelder worden - ze kunnen immers niet terugvallen op de uitgebreide voorzieningen die een CISC-chip aan boord heeft - maar het grote voordeel is dat RISC-computers sneller kunnen werken. Vooral in de wetenschap en de industrie wordt op grote schaal gebruik gemaakt van op RISC-chips gebaseerde "werkstations': zware computers met een scherm van hoog oplossend vermogen.

Grove is niet overtuigd van de superioriteit van het RISC-principe: “Er wordt wel gepraat over een "RISC versus CISC' kwestie alsof er een gevecht aan de gang is. Dat is een verzinsel van journalisten. De waarheid is dat er in het midden van de jaren tachtig een paar belangrijke verbeteringen in de opbouw van microprocessors zijn ontwikkeld die het eerst in RISC-chips werden toegepast. Maar in onze 80486 en in de komende 80586 zijn die principes ook te vinden.”

Toch hebben IBM en Apple voor een RISC-processor gekozen en die zal niet bij Intel of IBM, maar bij Apple's huisleverancier Motorola worden gemaakt - ongetwijfeld op aandringen van Apple, dat niet van IBM-produkten afhankelijk wil zijn. Maar Grove blijft onverstoorbaar: “De Engelsen hebben een spreekwoord: Sticks and stones may hurt my bones - Woorden doen geen pijn. Ik ben een technicus en technici houden van feiten. De feiten zijn dat er in de wereld op dit moment bijna honderd miljoen computers staan die voorzien zijn van een Intel-processor. Daar komen er per jaar circa 25 miljoen bij, terwijl er per jaar ongeveer 250.000 computers met een RISC-architectuur bijkomen - één procent van onze afzet! Men zegt dat de RISC-chip van IBM en Apple in het midden van de jaren negentig beschikbaar zal komen. Op dat moment zal er een kwart miljard computers met een Intel-processor zijn. ”

Grove haalt voorlopig dus zijn schouders op. Jim Norling, president-directeur van Motorola kondigde in de Financial Times aan: “Wij zullen de belangrijkste leverancier van microprocessors worden”, Grove stelt daar sarcastisch tegenover: “De prestaties van Motorola in de jaren tachtig waren verre van indrukwekkend en ik begrijp hun verlangen om het beter te gaan doen. Voorlopig zijn wij meer dan tien keer zo groot.”

Maar alle bravoure van Grove kan niet verhelen dat de situatie in de computerwereld drastisch aan het veranderen is. Misschien wel de belangrijkste verandering is de trend naar de overdraagbaarheid (portability) van software. Tot nu toe is elk computerprogramma gebonden aan het besturingssysteem van de computer. Het besturingssysteem is op zijn beurt weer gebonden aan de gebruikte microprocessor.

Die vaste verbindingen worden door computergebruikers in toenemende mate als een bezwaar gezien. Ze verlangen "Open Systemen': met uitwisselbare hard- en software. De Apple-IBM alliantie kan voor een belangrijk deel worden geïnterpreteerd als een tegemoetkoming aan dat verlangen: Apple- en IBM-computers zullen in de toekomst met elkaars gegevens overweg kunnen.

Dat streven zal een krachtige stimulans krijgen als nog een ander doel van de alliantie wordt bereikt: de ontwikkeling van een besturingssysteem dat hardware-onafhankelijk zal zijn en dus kan draaien op zowel de nieuwe nog te ontwikkelen RISC-computers, de Motorola-processors en de Intel-processors. Dat nieuwe besturingssysteem - codenaam Pink - zal "object-georiënteerd' zijn. In tegenstelling tot de gewone besturingssystemen, die alleen maar het "bestand' als werkbare eenheid kennen, kan zo'n programma omgaan met allerlei eenheden: met data en teksten, maar ook met een stukje video, een ingesproken boodschap, of zelfs een gedeelte van een ander programma. Met een object-georiënteerd besturingssysteem heeft de gebruiker dus veel meer mogelijkheden tot zijn beschikking en multi-media computergebruik komt binnen bereik. Misschien nog belangrijker is dat het schrijven van programma's wordt vereenvoudigd. Blokken programmacode kunnen opnieuw worden gebruikt en de software kan modulair worden opgebouwd.

Wat de consequenties van al deze ontwikkelingen zijn is nog zeer moeilijk te overzien, geven alle computeranalysten toe. Wel lijkt vrij zeker dat monopolies, zoals die van Intel, onder druk van de open systemen-beweging zullen verdwijnen. Maar Grove is er niet bang voor. “Als de gebruikers kunnen kiezen zal de beste hardware winnen. Als er straks meer programma's voor onze hardware toegankelijk zijn, kunnen we voor nog meer mensen bewijzen dat wij de beste zijn.”

    • Warna Oosterbaan