Grote sprongen, maar dan vooral terug in de tijd; Wynton Marsalis: net echt

Concert: De Amerikaanse trompettist Wynton Marsalis en zijn septet. Gehoord: 6-10 Tuschinski, Amsterdam (nachtconcert).

Miles Davis is dood, leve... Ja, wie oh wie kan Miles Davis opvolgen? Wallace Roney misschien, afgelopen vrijdag nog op Nederland 3 te zien, zittend naast de grote meester? Nee, de als een devote koorknaap naar Davis opblikkende Roney speelt goed trompet maar is voor het leiderschap voorlopig nog veel te bescheiden. De uit New Orleans afkomstige Terence Blanchard dan, ook nog onder de dertig? Ook al niet erg waarschijnlijk: iemand die al tien jaar veelbelovend is, lost zijn beloften maar zelden in.

De enige hoop lijkt Blachards stadsgenoot Wynton Marsalis, gepushed door Sony, bejubeld door critici en bemind door alle moeders die nog een schoonzoon behoeven. Met bijna twintig platen op eigen naam èn nog een aantal als sideman bij anderen, doet hij in produktiviteit niet onder voor Miles Davis dertig jaar geleden. Dat beide trompettisten op Columbia verschijnen (vroeger van CBS, nu van Sony) is een ander punt van overeenkomst.

Laten we deze feitelijkheden voor wat ze zijn en vergelijken we de trompettisten als mens en als musicus, dan ontdekken we vooral verschillen. Beperkte Davis zich vooral tot de muziek van zijn tijd, Marsalis wijdt zich ook aan Haydn, Tomasi en andere klassieken. Blikte de altijd veranderende Davis pas kort voor zijn dood twee keer voorzichtig terug, Marsalis heeft met terugkijken tot nu toe zijn carrière gevuld. Vergeten we Marsalis' klassieke concerten en luisteren we naar de jazzmuziek, dan wordt het verschil tussen de beide musici extra opvallend. In de jaren tachtig begon Marsalis tot ergernis van Davis met de muziek die hij, Davis zelf, al twintig jaar achter de rug had. Wie mocht denken dat deze stap terug bedoeld was om een des te grotere sprong voorwaarts te kunnen maken, raakte snel uit de droom. Marsalis maakte wel grote sprongen maar uitsluitend terug in de tijd, van de jaren zestig naar de Ellington-sound uit veertig en vervolgens naar de New Orleansstijl van de jaren twintig. Wie dit als een grap opvat, vergist zich. Wynton Marsalis zag en ziet de jazz als "black American classical music' en daar past absoluut geen spot of scherts bij.

Tracteerde Marsalis het Tuschinski-publiek in 1989 op een hoogverheven versie van het vaudeville-niemendalletje Big butter and Egg Man, zondagochtend stond in diezelfde zaal de Jungle Blues van Jelly Roll Morton op het program. In quasi krakkemigge New Orleans-stijl, compleet met afterbeat-rolls van slagwerker Herlin Riley en tailgate-bewegingen van trombonist Wycliff Gordon, werd dit kunststuk in vijf minuten voltooid, iets langer dan het origineel uit 1927. Dat pianist Farid Barron in zijn hoogst authentieke solo twee bliksemsnelle citaten van Thelonious Monk wist te verstoppen (Trinkle tinkle en Locomotive) moet als een poging tot insubordinatie worden opgevat. Volkomen vermetel, zo bleek al snel, want Marsalis hield het historische vaandel goed in het oog. In Stardust en het knap omgebouwde Embraceable You schitterde hij zelf, in Stars of Alabama en All of me mochten altsaxofonist Wes Anderson en bassist Reginald Veal zich laten horen. En toen de laatste aan het eind van zijn solo zijn snaren tegen de kast liet slappen was de goede oude tijd helemaal terug.

Ook met zijn eigen stukken, zoals bijvoorbeeld Black Codes, deed Marsalis het nostalgische Tuschinski-décor geenszins geweld aan. De inhoud leek dan soms wel nieuw, de vorm was echter heel vertrouwd. Het koesteren van het uiterlijk is Marsalis grootste kracht. Het jazzpubliek, hopeloos hunkerend naar helden is hem er dankbaar voor, misschien niet voor eeuwig maar zeker voor een nacht. En misschien wel begrijpelijk, want waar vindt je een trompettist die in het middenregister bijna net zo romig speelt als Miles Davis toen die dertig was? Of een trompettist die soms net Clark Terry is, zij het zonder diens humor? En die, zoals in de toegift blijkt, een solo bijna net zo helder en logisch weet op te bouwen als de in 1931 overleden Bix Beiderbecke? Wynton Marsalis, binnenkort wordt hij dertig, maakt jazzmuziek die net echt is.

    • Frans van Leeuwen