Emissies veroorzaken levendige obligatiehandel

UTRECHT, 7 OKT. De afgelopen week stond de Nederlandse obligatiemarkt in het teken van de nieuwe emissies. De heropening van de laatste staatslening werd geen verplicht nummer ter dekking van de resterende financieringsbehoefte van 3,25 miljard gulden, maar groeide uit tot een forse 6,5 miljard gulden.

Binnen- en buitenlandse beleggers, particulieren en instituten, van alle kanten was er animo om deel te nemen in deze tweede tranche van de 8,75 procent 10-jarige lening. Hierdoor is de totale lening uitgegroeid tot de recordomvang van 13,25 miljard gulden. In het begin van de week ondervond de staatslening concurrentie van een eveneens heropende 10-jarige Duitse Bundesbahn lening. Het renteverschil van bijna 40 basispunten (honderdste van één procentpunt) ten gunste van de Nederlandse lening gaf echter voor velen de doorslag, getuige de 1,9 miljard gulden die alleen al op de eerste dag van inschrijving door de Agent van Financiën kon worden geregistreerd.

De opbrengst van de tweede tranche zal gedeeltelijk worden aangewend ter dekking van de financieringsbehoefte van het lopende jaar. De naar schatting 3,5 miljard die dan nog overblijft kan voor de helft worden gebruikt voor het herfinancieren van kortlopende schulden die tegen het einde van het jaar aflopen. De andere helft zou dan besteed kunnen worden aan het vervroegd aflossen van hoogrentende leningen uit de jaren tachtig. Maar misschien is het allemaal anders en sluipen er dit jaar nog tegenvallers in de overheidsbegroting zodat het extra geld meer dan welkom is.

Ook op de onderhandse markt trok de overheid afgelopen week geld aan en wel voor dertig jaar zonder de mogelijkheid van vervroegde aflossing. De verzekeraars zullen blij zijn met de geboden gelegenheid om het risico van langlopende verplichtingen af te dekken. Tenslotte werd er ook nog ingetekend op medium term notes van de Bank Nederlandse Gemeenten.

Ondanks al deze activiteit op de primaire markt kon de lange rente toch nog dalen tot ongeveer 8,7 procent.

Internationale obligatiemarkten

Ook de afgelopen week kon de reeds enige tijd aanhoudende rally op de Amerikaanse obligatiemarkt voortduren. Gedurende de week waren de participanten op de treasury markt in de ban van de vrijdag bekend gemaakte werkgelegenheidscijfers over de maand september. Hieruit bleek dat het aantal niet-agrarische arbeidsplaatsen opnieuw een matige stijging vertoonde (plus 24.000).

Hoewel dit cijfer nauwelijks afweek van de verwachtingen en het werkloosheidspercentage zelfs een daling vertoonde van 0,1 procent tot 6,7 procent (in plaats van een stijging tot 6,9 procent) konden op de obligatiemarkt behoorlijke koerswinsten worden genoteerd. De markt concludeerde aldus dat de werkgelegenheidsgroei niet hoger was dan verwacht en bovendien dusdanig laag dat de Fed vooralsnog het pad van monetaire verruiming niet hoeft te verlaten. Het rendement op de 30-jaars treasury daalde hierdoor tot 7,79 procent, het laagste niveau sinds 4½ jaar.

In het kielzog van de Amerikaanse obligatiemarkt konden de meeste lokale markten de week met koerswinsten afsluiten. De Japanse obligatiemarkt kon hierbij nog bogen op stimuli van binnenlandse aard. Allereerst vond in het begin van de week een monetaire verruiming plaats door een vermindering van de tegoeden die de handelsbanken bij de centrale bank dienen aan te houden. Aan het einde van de week kregen de Japanse vastrentende waarden nog een valutaire impuls. Een vertegenwoordiger van het Japanse ministerie van financiën maakte bekend dat, vooruitlopend op de eerstvolgende G7 ontmoeting, de Japanse export bestand zal zijn tegen een opwaardering van de Yen. De koers van de dollar daalde hierdoor, evenals door gunstig uitvallende exportcijfers, met bijna vier Yen tot een niveau van ruim 129 Yen. Deze stijging van de Japanse munt werd weerspiegeld in de koers van Japanse obligatieleningen waardoor het rendement op de toonaangevende 10-jaars staatslening per saldo met zes basispunten daalde tot een niveau van 5,91 procent.

De Ecu-markt ging gebukt onder het nieuws dat Frankrijk en Spanje niet langer het plan van een harde Ecu steunen. Een harde Ecu zou ertoe leiden dat de laagste rente in een der lidstaten de basis vormt voor het rendement op Ecu-leningen. Het rendement op Ecu leningen steeg door dit nieuws met ongeveer 10 basispunten.

Bron:Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.