"Economische sancties'; Ultimatum EG aan strijdende Joegoslaven

MAARSSEN, 7 OKT. De Europese Gemeenschap heeft de strijdende partijen in de Joegoslavische burgeroorlog tot middernacht de tijd gegeven om ervoor te zorgen dat het afgelopen vrijdag overeengekomen staakt-het-vuren in acht wordt genomen. Wordt het staakt-het-vuren daarna nog steeds geschonden, dan zullen economische sancties worden genomen tegen de partijen die in overtreding zijn.

Dat hebben de ministers van buitenlandse zaken van de EG gisteren besloten aan het eind van een informele bijeenkomst in het kasteel Haarzuilens bij Maarssen. In een scherpe verklaring over Joegoslavië veroordelen de ministers, zonder Servië met name te noemen, de machtsgreep in het federale presidentschap van Joegoslavië “door enkele leden” en tevens het “onevenredige en blinde gebruik van geweld” door het Joegoslavische federale leger. Dat leger is, zo wordt in de verklaring gezegd, niet langer “een neutrale en gedisciplineerde instelling”. Degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld zullen verantwoordelijk worden gesteld voor hun acties volgens internationaal recht.

De ministers nodigen de secretaris-generaal van de Verenigde Naties uit om een speciale afgezant naar Joegoslavië te sturen. Van haar kant zal de Europese Gemeenschap, als het ultimatum niet in acht wordt genomen, het samenwerkings- en handelsakkoord met Joegoslavië stopzetten en dat alleen vernieuwen met die partijen “die bijdragen aan het vredesproces”. De Europese Commissie en het politieke comité is gevraagd “verdere maatregelen, inclusief op economisch gebied”, te onderzoeken.

Minister Van den Broek, de Nederlandse voorzitter van het ministersoverleg, zei gisteren op een persconferentie dat de EG “de grenzen heeft bereikt van wat zij kan doen”. “Er zullen sancties genomen worden, inclusief economische. Wie verantwoordelijk is voor geweld zal internationaal aansprakelijk worden gesteld.”

Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie, wees er in dat verband op dat Joegoslavië 60 procent van zijn buitenlandse handel met EG-landen afwikkelt. Bovendien zijn er in het kader van het handelsakkoord financiële protocollen die bevroren kunnen worden: het tweede protocol omvat 100 miljoen ecu (230 miljoen gulden), het tweede 805 miljoen ecu (1,8 miljard gulden).

Douglas Hurd, de Britse minister van buitenlandse zaken, toonde zich uiterst somber over de toestand in Joegoslavië. Hurd meende dat wellicht moet worden gekeken hoe de oliebevoorrading van Joegoslavië kan worden gestopt. Een totaal handelsembargo was volgens Hurd echter “nauwelijks realistisch”.