Den Bosch wil concertzaal onder de grond

DEN BOSCH, 7 OKT. Den Bosch heeft plannen voor de bouw van een ondergrondse concertzaal. Die zou moeten komen onder het plein de Parade en zou aansluiting moeten hebben op de daar gevestigde schouwburg Casino. Het geheel zou volgens voorlopige berekeningen tussen de 38 en 41,5 miljoen gulden gaan kosten.

Probleem is dat de stad zelf niet meer dan 10 miljoen gulden op tafel kan leggen en dat de rijkssubsidiënten als WVC en Vrom al hebben laten weten dat van die kant niets mag worden verwacht.

Den Bosch heeft al lang plannen voor de bouw van een concertzaal. In Eindhoven wordt op het ogenblik ook een muziekcentrum gebouwd. Dat centrum zal Het Brabants Orkest (HBO) als vaste bespeler krijgen. Het HBO is nu nog in Den Bosch gevestigd, maar besloot tot de overstap naar Eindhoven omdat Den Bosch onder meer door geldgebrek maar niet kon besluiten tot de bouw van een concertzaal.

De plannen voor de ondergrondse concertzaal zijn, hoewel in Europa niet uniek (in Brussel bijvoorbeeld komt de uitbreiding van het Paleis der Schone Kunsten ook ondergronds), niettemin opzienbarend. De hal zou moeten komen in een caisson, een ronde betonnen bak, die 25 meter diep in de grond komt te liggen. De bak zal bovengronds worden gebouwd en later worden verzonken, wat met een snelheid van een halve meter per etmaal zal gaan. Met de bouw zou drie jaar zijn gemoeid. De zaal moet plaats bieden aan 1500 mensen. De ondergrondse concertzaal zal via lichtdoorlatende piramides vanaf de Parade te zien zijn.

De gemeente Den Bosch liet de afgelopen tijd door technici een haalbaarheidsonderzoek doen. Waar het daarbij vooral om ging was of men straffeloos onder de Parade een enorm gat van 75.000 kubieke meter kan graven zonder dat de eveneens aan het plein gelegen monumentale St. Jankathedraal er schade van ondervindt. Daarvoor hoeft volgens de technici geen vrees te bestaan. “Menselijkerwijs is er geen enkel risico”, zo wordt geconcludeerd.

Er zijn ook berekeningen gemaakt van de financiële haalbaarheid. In het maximum bedrag van 41,5 miljoen is alles meegerekend, behalve dan het effect van de inflatie, de kosten van het archeologisch onderzoek dat ter plaatse moet worden verricht, omdat vroeger op die plek een klooster heeft gestaan en de herinrichting van de Parade.

De grote fracties in de gemeenteraad van Eindhoven hebben totnogtoe weliswaar postief gereageerd op de plannen, maar zetten de nodige vraagtekens bij de financiële haalbaarheid. Bovendien vrezen ze dat ondanks de geruststellingen de St. Jan door het gegraaf toch wel eens schade zou kunnen oplopen. De kleinere fracties zijn vooral bang dat de bouwkosten niet in de hand gehouden kunnen worden en wijzen de plannen daarom af.

Ze wijzen op de gang van zaken rond het Eindhovense muziekcentrum in aanbouw, waarvan de kosten ook in een paar jaar tijd opliepen van 31,5 tot 64,5 miljoen gulden. Het gevolg daarvan is dat de gemeente Eindhoven jaarlijks waarschijnlijk met vele hogere exploitatielasten dan de geraamde 4,5 miljoen te maken zal krijgen. In Eindhoven wordt daarom al gesproken van een "Stopera-effect'.

De hoop in Brabants hoofdstad is onder meer gevestigd op de Bossche maecenas J. Stienstra, directeur van Brabants Vastgoed, die voorzitter was van een burgercomité dat eerder in het geweer was om Den Bosch aan een concertzaal te helpen, maar dat pas op de plaats maakte toen de gemeente te langen leste zelf met plannen kwam. Het is dezelfde Stienstra die evenwel van de gemeente Den Bosch in een al jaren slepende procedure ettelijke miljoenen guldens schadevergoeding eist omdat door het beleid van de gemeente een door hem ontwikkeld plan (Soete Lieve) niet op de schaal kon worden uitgevoerd als hij zich destijds had voorgenomen. Nochtans, zo liet Stienstra in de plaatselijke pers weten, is hij niet haatdragend en zou hij bereid zijn in de buidel te tasten.

    • Max Paumen