Concertgebouw vraagt meer geld voor artistiek beleid

AMSTERDAM, 7 OKT. Om de komende jaren een verantwoord artistiek beleid te voeren heeft het Concertgebouw in Amsterdam jaarlijks een half miljoen gulden nodig. Daarnaast is jaarlijks een bedrag noodzakelijk van een miljoen gulden voor het verrichten van achterstallig onderhoud.

Dat blijkt uit het beleidsplan voor de periode 1993-1996, dat het Concertgebouw onlangs bij de gemeente heeft ingediend. Het Concertgebouw wordt volgens directeur M. Sanders door de gemeente beschouwd als zaalverhuurbedrijf. Sinds het Concertgebouworkest in 1951 uit de NV van het Concertgebouw stapte, is dat ook de taak van het Concertgebouw, maar het voert ook een eigen artistiek beleid. Het programmeert met sponsorgelden, concerten die anders niet in Amsterdam te zien zouden zijn, zoals bij voorbeeld optredens van grote solisten als Jessye Norman en Kiri Te Kanawa. Voor de programmering van de hedendaagse muziek is echter geen geld. Het Concertgebouw zou ook een fonds willen instellen voor amateurs. Daarvoor is een ton nodig. “Op die manier kunnen we amateurkoren of -ensembles de mogelijkheid bieden in de grote zaal op te treden. Zo'n fonds bestaat ook bij Carnegy Hall in New York”, aldus Sanders.

Het geld voor achterstallig onderhoud is nodig voor een opknapbeurt van het plafond in de grote zaal, een schilderbeurt van de buitenkant en andere zaken waaronder vervanging van de luchtverversing.