Bianchi is niet bang meer voor een mes in zijn rug

De competitie in de hockeyhoofdklasse is gisteren begonnen met Rob Bianchi, de gewezen bondscoach, in de dug-out bij SCHC. De zon scheen op het kunstgras en de ploeg uit Bilthoven haalde met enig geluk een punt (1-1) tegen Klein Zwitserland. Een goedgeluimde Bianchi sprak na afloop van “een heerlijke dag in het bos”.

Als voetballer bij FC Amsterdam kroop Rob Bianchi regelmatig spontaan achter de piano. In zijn jaar als bondscoach van het nationale hockeyelftal trad hij echter niet een keer op. Daarvoor was de sfeer bij Oranje niet bepaald geschikt. Laatst op de bruiloft van ex-international Ric Volkers werd Bianchi eindelijk weer eens gevraagd piano te spelen. Hij voldeed met plezier aan het verzoek. “Het is op zo'n moment”, vertelt hij, “altijd afwachten of ik het een beetje in mijn vingers heb. Maar dit keer ging het uitstekend. En zo voel ik me momenteel ook.”

SCHC-coach Bianchi loopt er vlak voor de wedstrijd tegen KZ ontspannen bij. Met de handen in de zakken en de tas met de ballen om zijn schouder maakt hij wat opmerkingen naar de arbiters en begroet bekenden langs de kant. Natuurlijk is Fred Meijer er, Bianchi's manager bij Oranje. Hij laat er de eerste wedstrijd van zijn eigen club, Kampong, voor lopen. Meijer ziet het al voordat de eerste bal is geslagen. “Die gekke Bianchi creeert hier toch weer een speciaal sfeertje.” De coach zelf zegt het naar zijn zin te hebben bij SCHC dat afgelopen seizoen slechts op doelsaldo degradatie ontliep. “Iedereen is positief ingesteld. Ik hoef hier niet steeds achterom te kijken of iemand een mes in mijn rug wil steken.”

SCHC is, maakt Bianchi breed lachend duidelijk, bovendien in de hoofdklasse de vereniging die het dichtst bij zijn woning in Huizen ligt, hoogstens twintig minuten rijden. Dat is mooi meegenomen. Bianchi beweert dan ook geen moeite te hebben met de stap terug van de internationale top naar, waarschijnlijk, de onderste helft van de hoofdklasse. “Ik heb een jaar heerlijk in die BMW van de sponsor van de bond gereden. Maar ik rijd nu met net zo veel plezier weer in mijn Uno'tje, fluitend.” Hij was na een zeer bewogen half jaar bij het Nederlands elftal aan een rustigere omgeving toe, constateert hij.

Vrijwel dagelijks werd Bianchi geconfronteerd met de kritiek van zeven internationals die hem met name technische tekortkomingen verweten en hem wilden inruilen voor ex-coach Hans Jorritsma. “Zoiets hoort ook bij het baantje van bondscoach”, is ruim drie maanden na zijn vertrek zijn eerste reactie. Natuurlijk, bekent Bianchi, heeft hij ook moeilijke momenten gekend. Niet voor niets stond wekenlang bij hem thuis het antwoordapparaat aan. Dramatisch wil hij er echter niet over doen. “Weet je”, vraagt Bianchi dan, “voor wie ik veel respect heb? Voor Wim Kok. Die krijgt ook alles en iedereen over zich heen. Maar dan praat je wel over landsbelangen. Hockey is maar sport, een spelletje.”

Enkele vervelende ervaringen in het voetbal leidden er jaren geleden toe dat Bianchi die sport als trainer de rug toekeerde. Dat heeft hij na het afgelopen jaar nooit met het hockey overwogen. Hij spreekt van “een beperkte groep” die zich tegen hem had gekeerd. “Ik heb ook zo veel positieve reacties gehad.” Een nieuwe club diende zich ook weer heel snel aan. Al een dag voor het vertrek naar Parijs waar het Europese kampioenschap werd gespeeld kwam hij “binnen een half uur” rond met SCHC. “Dat is toch het mooie van hockey. SCHC maakte er geen enkel punt van wat er bij het Nederlands elftal was gebeurd. De voorzitter vertelde het een eer te vinden dat ik bij zijn club kwam werken. Welkom aan boord, zei hij. Bij voetbal ligt dat inderdaad anders. Daar heb je ook te veel trainers.”

Hij heeft bij SCHC een international in de ploeg, Bastiaan Poortenaar. Die speelde verleden maand een uitstekend toernooi om de Champions Trophy. Onder Bianchi droeg Poortenaar het oranjeshirt niet. De coach: “Ik heb hem destijds twee keer voor de selectie gevraagd, maar toen kon hij niet door zijn studie. Misschien is dat achteraf gezien ook wel prettig. Anders had hij ook partij moeten kiezen.” Poortenaar speelt bij SCHC rechtshalf. Bondscoach Jorritsma gebruikt hem in de verdediging. “Ik denk dat hij bij Oranje ook op het middenveld kan spelen”, aldus Bianchi. “Maar ja, wie ben ik, he?”

Het is Bianchi's cynisme dat af en toe toch nog de kop opsteekt. En dan kan hij soms flink uit de hoek komen. “Wie de schoen past likke mijn reet”, zei hij onlangs in een interview met De Krant op Zondag. Vele hockeyers zullen zo'n uitspraak als banaal kwalificeren. “Misschien is de manier waarop de hockeybond mij heeft behandeld ook wel banaal”, reageert Bianchi. “Ik heb die opmerking schertsenderwijs gemaakt.”

Bianchi denkt even na als hem wordt gevraagd of hij achteraf ergens spijt van heeft uit zijn periode als bondscoach. Dan antwoordt hij ontkennend. “Ik had voortijdig kunnen opstappen en een financiele regeling kunnen treffen, ja”, stelt hij. “Maar dat vond ik zonde. Ik wilde een EK meemaken. Dat is gebeurd. Hartstikke goed toch van me? Het bondsbestuur stond achter me. De spelers hadden toen zelf kunnen bedanken, maar dat deden ze niet omdat ze het leuk vonden om het EK mee te maken. Nou, dat vond ik dus ook heel leuk.” Hij is, achteraf, tevreden met de zilveren medaille van Parijs. “Ik heb daar natuurlijk een beetje afstand gehouden. Dat was wel tegen mijn aard in.”

“Laten we er maar over ophouden”, vindt hij dan zelf, “De internationals moeten zich nu gewoon heel goed gaan voorbereiden op de Olympische Spelen. Als er in Barcelona een medaille wordt gehaald hebben ze het uitstekend gedaan.” Bianchi zegt de opmerking dat hij iedereen, “van bobo tot doelman”, straks Olympisch goud gunt oprecht te menen. “Ik hoef daarvoor toch niet met iedereen bevriend te zijn.” Hij ontkent zich verleden maand bij de nederlagen van Nederland tegen Duitsland en Australie tijdens de strijd om de Champions Trophy vergenoegend in de handen te hebben gewreven. “Ik heb echt niet liggen rollen op de bank of zo”, vertelt hij. “Oke, af en toe een glimlachje misschien.” Nederland werd in Berlijn derde; een jaar eerder, met Bianchi als coach, nog tweede. “Daar wordt nu natuurlijk van gezegd dat dat niet zo'n zwaar bezet toernooi was.” Hij ziet niet op tegen de ontmoeting in de competitie met, bijvoorbeeld, HGC, de club van Marc Delissen, als woordvoerder van de ontevreden spelers Bianchi's grootste tegenstander. “HGC is hier van harte welkom”, zegt de SCHC-coach. “Ik vind het een uitstekende ploeg.”

Rob Bianchi wijst dan nog eens naar collega's in het voetbal. “Ab Fafie is bij Feyenoord ontslagen en keert ook weer snel terug uit Griekenland. FC Utrecht stelt hem aan en ineens gaat het daar lopen. En op de voorganger van Fafie, Cees Loffeld, is echt niets aan te merken, een uitstekende trainer. Maar die loopt nu wel bij FC Sloterplas rond.” Het kan raar lopen in de sport. Daarom verwacht Bianchi dat hij in de toekomst bijvoorbeeld nog weleens bij Kampong, zijn oude club, zal terugkeren. “En als ik ooit nog eens voor het bondscoachschap zal worden gevraagd, valt daarover altijd te praten. Waarom niet?”