Wie heelt mijn breuk? (2)

Wie vandaag zijn vijfentwintigste verjaardag viert en maandag voor 60.000 gulden per jaar gaat werken bij een bedrijf met een eigen pensioenregeling, weet dat hij op 5 oktober 2031 waarschijnlijk via het beeldscherm uitgelogd zal worden door de collega's in de provincie Nebel en zijn chef in Barcelona die hem ook nog via de satelliet zal bedanken en uitzwaaien.

In 2031 met pensioen? Over een half mensenleven? Moet je daar al aan denken op je vijfentwintigste? Dat is niet nodig als in die veertig jaar alle omstandigheden die invloed hebben op de hoogte en de waarde van het pensioen niet veranderen. In dat geval zal het pensioen, volgens de thans gebruikelijke regels, 42.000 gulden bedragen; 70 procent van 60.000 zonder rekening te houden met vakantiegeld en winstuitkering. Maar zo rimpelloos zal het niet verlopen.

Het pensioen wordt in de loop van de toekomstige veertig dienst- of bedrijfsjaren opgebouwd of gespaard door ieder jaar een deel van het salaris opzij te leggen in de pensioenpot. In die nationale pot met geld, voor later en voor noodgevallen als overlijden en invaliditeit, hebben alle huidige en toekomstige pensioentrekkers honderden miljarden guldens gespaard. Een reusachtige korf met honing waaruit bijen in ruste af en toe een likje mogen nemen en werkbijen zorgen voor nieuwe honing.

De Pensioen- en Spaarfondsenwet (sinds 1954) is bedoeld om de toegezegde pensioenaanspreken te beschermen tegen misbruik door werkgevers (de gelden als goedkoop bedrijfsvermogen) èn door werknemers, die hun ouderdomspensioen bij voorbeeld willen afkopen als ze hun pensioen niet denken te halen.

De eerste zorg van een nieuwe deelnemer in een regeling, ook als je vijfentwintig bent, is na te gaan hoe die bescherming geregeld is. Dat kan op verschillende manieren. Meer dan honderd grote bedrijven hebben aparte ondernemingspensioenfondsen, in 78 bedrijfstakken zijn aparte bedrijfs(tak)pensioenfondsen en meer dan 20.000 bedrijven hebben een collectief contract met een levensverzekeringmaatschappij. Daarnaast kunnen pensioenen in eigen beheer worden opgebouwd.

De pensioenberekening houdt nu al rekening met de wettelijke uitkering van AOW. Over dat deel van het loon, de franchise, wordt geen pensioenpremie geheven en geen pensioen opgebouwd. Het resterende loondeel, na aftrek van de franchise, heet de pensioengrondslag (pg). In het voorbeeld is de franchise 24.477 en de pg 35.523; samen 60.000 gulden. In veertig jaar wordt 70 procent van de pg (24.866) opgebouwd als pensioen; ieder jaar 1¾ procent (70 gedeeld door 40). Aan het eind van de rit, in het jaar 2031, bedraagt het volledige pensioen 24.866 en de AOW (zoals nu verondersteld) 17.134 gulden; samen is dat 42.000, ofwel 70 procent van 60.000 gulden.

Een tweede punt van belang is de betaling van de jaarlijkse pensioenpremie. Het pensioenreglement of andere reglementen moeten aangeven wie wat betaalt: de werkgever, de werknemer of beiden een deel. Die bijdragen vormen samen een loon dat pas in de toekomst, vermeerderd met rente en andere voordelen, in de vorm van pensioen wordt uitgekeerd als de werknemer de eindstreep haalt. Uitgesteld loon dus. Veel mensen hebben dat niet in de gaten en kijken bij een nieuwe baan uitsluitend naar het directe loon. Daarmee doe je jezelf tekort.

Pensioen is een punt van onderhandeling. Een bedrijf dat uit kostenoverwegingen geen (dat is niet verplicht) of een beperkt toegankelijke pensioenregeling heeft, kan best wat extra loon geven aan niet-deelnemers om zelf wat te regelen door middel van een individueel afgesloten lijfrente-pensioenverzekering waarvan de premie (tot een bepaald bedrag) aftrekbaar is van het belastbare inkomen.

Uit het voorbeeld volgt dat je veertig jaar onafgebroken bij een bedrijf met een pensioenregeling moet werken om aan een volledig pensioen toe te komen. Lukt dat? Niet altijd. Er zijn bedrijven waar je op 60 jaar of nog eerder met pensioen gaat en de jaarlijkse pensioenopbouw hoger ligt dan 1¾ procent. Die regelingen geven geen problemen. Maar hoe zit het als je in de loop van een werkleven een poosje gaat werken bij een bedrijf dat geen passende pensioenregeling kent of je begint pas te werken op je dertigste of je gaat vrijwillig eerder met pensioen? Je komt dan niet aan een volledig pensioen en een volledig nabestaandenpensioen. Zo'n pensioentekort, een van de vele pensioenbreuken, is geen punt van zorg als je dertig bent. Het schijnt dat men pas wakker wordt op latere leeftijd, maar dan is het erg duur om een tekort nog bij te verzekeren. Met andere woorden: de oude dag moet je jong regelen. Ieder jaar een slokje premie, is over veertig jaar een fles vol pensioen. Iedereen is verantwoordelijk voor dit soort pensioenbreuken.

    • Adriaan Hiele