Tenlastelegging

De Nacht van Schmelzer is al vijfentwintig jaar een weerbarstige casus voor studenten in de politieke criminologie. Hoe moet de tenlastelegging tegen de KVP-fractie voor het delict gepleegd in de nacht van 13 op 14 oktober 1966 luiden? Mishandeling, zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebbend? Zware mishandeling, de dood tot gevolg hebbend? Mishandeling met voorbedachten rade? Of doodslag, met de nadere delictsomschrijving: opzettelijk een ander(en) van het leven beroofd hebbend?

Of was het, naar Vondelings gevleugeld woord (en pleonasme) uit diens boek Nasmaak en voorproef, moord met voorbedachten rade?

Maar als het moord was, dan heeft de KVP die niet alleen gepleegd doch in vereniging met de PvdA. Het heeft meer dan tien jaar geduurd voordat de partij van Vondeling zich van dat medeplegen rekenschap gaf, maar in de tumultueuze maanden na de Nacht gaf zij dat nog niet toe. Het heeft er daardoor lang naar uitgezien dat de PvdA als de vermoorde onschuld de geschiedenis in zou gaan en Schmelzer voor de rest van zijn leven beladen zou zijn door het odium dat hij de enige dader van het misdrijf was geweest. Pas toen de woede van de socialisten tegen de KVP tot bedaren was gekomen (en de KVP inmiddels ter ziele was gegaan) en Vondelings bestseller geheel was uitverkocht, werd Schmelzers schurkenrol geleidelijk in wat gedemptere tinten afgeschilderd.

Aan het einde van de jaren zeventig erkenden de socialisten dat ze zelf ook de hand hadden gehad in de aanslag op het kabinet-Cals en met de klaroenstoot die ze op de 1 mei-bijeenkomst in 1966 hadden laten horen ("De PvdA moet linksaf') de breuk met de eigen bewindslieden hadden ingeluid. Die strijdkreet, die vooral uit het kritische Amsterdamse element van de partij kwam, kon maar op één manier worden gelezen: uit het kabinet (aldus Ed van Thijn in een lezing voor de Universiteit van Utrecht in 1979).

Maar doet de naam er nog iets toe als de twee grootste coalitiepartijen uit het drama schuld bekennen - en Schmelzer (zie zijn reconstructie op de pagina hiernaast) met enig recht strafvermindering in de politieke geschiedenis verlangt?

Of toch iets? Vondeling mag er dan niet in geslaagd zijn het overtuigend bewijs van het aan de KVP tenlaste gelegde misdrijf te hebben geleverd, maar Jaap Boersma is dat wel. Hij is althans in de buurt van het bewijs gekomen. Boersma heeft de pech gehad dat zijn memoires pas uitkwamen toen de publieke belangstelling voor de Nacht van Schmelzer al voorbij was. Maar Boersma heeft een paar concrete bouwstenen voor een complottheorie aangedragen. Volgens de ex-antirevolutionair (intussen PvdA) was het inderdaad moord met voorbedachten rade (voor het Wetboek van strafrecht is "moord' genoeg) en kleefde het bloed van het kabinet ook aan de handen van zijn fractievoorzitter Roolvink.

Zijn bewijsconstructie steunt op eigen ervaring (hij was lid van de anti-revolutionaire fractie in de Tweede Kamer, die tegen de motie van wantrouwen stemde) en op eigen waarneming (achter de groene gordijnen aan de rechterzijde waar de aanslagen worden geregisseerd). Boersma's neus rook onraad, maar hij werd gehandicapt door politieke onervarenheid. Hij was er, blijkens zijn memoires, getuige van dat Schmelzer en Roolvink “gezamenlijk de samenzwering op touw zetten om de socialisten uit de regering te wippen”. De AR-fractievoorzitter moest zijn KVP-collega uiteindelijk alleen verder laten gaan (want Roolvink werd door de overige mannenbroeders tot de orde geroepen), maar de bedoeling was, volgens Boersma, dat KVP en ARP samen het kabinet naar huis zouden sturen.

Boersma slaagde erin die opzet te verijdelen door de fractie om te turnen en Roolvinks handtekening onder de motie-Schmelzer "weg te halen'. Roolvink beet in het zand, maar was niet echt verslagen. Hij kon zowel met links als met rechts regeren ("lood om oud ijzer'), maar Boersma wist dat Roolvink zich van de PvdA wilde ontdoen, omdat in een andere regeringscombinatie "zijn enige kans op een ministerschap' lag. Boersma had de Tweede Kamer voor die samenzwering willen waarschuwen, maar door pech (toen al) kwam hij aan de vervulling van dat historische voornemen niet toe. Als jong broekje was hij de één na laatste spreker in het Kamerdebat.

Tegen middernacht zou hij het spreekgestoelte hebben beklommen om zijn peroratie te houden als niet de onzalige boer Koekoek enkele minuten eerder een reusachtige rel had veroorzaakt. Hij beschuldigde de VVD-er Zegering Hadders op valse gronden van een fout oorlogsverleden, waarmee hij de Kamer zo in rep en roer bracht dat Boersma in de chaos van het woord afzag. Schmelzer en Notenboom die achter de groene gordijnen stonden te wachten, liepen, aldus Boersma, "opgelucht weg'.

Uit Notenbooms recente, op nauwkeurige begrotingsanalyse steunende boek over de val van het kabinet-Cals (deze week uitgegeven door de SDU) blijkt dat het dekkingsplan van de socialist Vondeling helemaal niet minder solide was dan de dekkingsplannen van zijn liberale voorganger Witteveen. Als Vondeling aan zijn oorspronkelijke dekkingsplan had vastgehouden en zich niet door Den Uyl in de ministerraad een herziening had laten aanpraten, had hij zelfs “in één keer zijn reputatie in de financiële wereld kunnen herstellen” (dr. J. Zijlstra).

Onder Witteveen stegen de uitgaven veel meer dan de coalitiepartijen lief was - en met hun budgettaire eer in overeenstemming. Waarom traden Vondeling en Cals dan niet assertiever tegen de KVP op, maar vlogen ze in de gordijnen over een motie van de KVP, die niet voldoende op haar zakelijke merites werd bekeken en alleen door de interpretatie van de PvdA de toevoeging van wantrouwen kreeg? Het gat in de begroting waar het kabinet over viel was immers lang niet groot genoeg om de tegenstelling tussen het kabinet en de KVP-fractie op de spits te drijven? Toch legden ze het hoofd in de schoot, omdat ze wel voelden dat er geen houden meer aan was. Niet de begrotingsuitgaven waren onbeheersbaar geworden maar de (twee grootste) partijen waarop het kabinet steunde.

De KVP was au fond nog de minst onhandelbare van de twee, want daarin hielden links en rechts elkaar wel min of meer in evenwicht. Het was veel meer de PvdA, die niet in staat was haar zegeningen te tellen en noch het mentale gedrag van een gedisciplineerde regeringspartij vertoonde noch het vermogen had in tijden van tegenslag langer dan een maand het hoofd koel te houden. Had ze in die tijd meer staatkundig vakmanschap getoond en wat beter de kunsten van de KVP afgekeken (die in de trefzekere omschrijving van oud-premier Biesheuvel als "geroutineerde verliezer' nooit het hoofd verloor) dan had ze haar levenskracht beter bewaard.

    • H.A. van Wijnen