Stedelijk wil verbod op verkoop in Gedragslijn

AMSTERDAM, 5 OKT. Met de publicatie van de Gedragslijn voor Museale Beroepsethiek is geen einde gekomen aan de discussie die sinds 1989 in de Nederlandse Museumvereniging (NMV), over dit onderwerp wordt gevoerd. Dit bleek vrijdagmiddag op een bijeenkomst in het Amsterdamse Stedelijk Museum die ter gelegenheid van de verschijning van de Gedragslijn was georganiseerd. Ook al wordt deze gedragscode, het betreft een vertaling van de Code of Professional Ethics from the International Council of Museums (ICOM), door ruim tachtig procent van de musea onderschreven, de standpunten staan vaak lijnrecht tegenover elkaar.

Het meest omstreden is de kwestie van het afstoten van collecties. De Gedragslijn neemt in een toevoeging aan de oorspronkelijke Code een advies over van de Rijkscommissie voor de Musea aan de minister van WVC, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen wetenschappelijke verzamelingen en kunstmusea. In het eerste geval worden bij afstoting nauwelijks voorwaarden gesteld, omdat het hier veelal gaat om voorwerpen die in een veelvoud zijn vervaardigd. Bij kunstmusea is vervreemding volgens dit advies “alleen in zeer uitzonderlijke gevallen acceptabel”. Zoals bekend is het Stedelijk Museum, dat overigens wel de Gedragslijn onderschrijft, principieel tegenstander van elke vorm van afstoting. Rini Dippel, adjunct-directeur van het Stedelijk, riep op om dit punt op de Algemene Ledenvergadering van de NMV, die op 1 november wordt gehouden, in deze zin te wijzigen.

Over de status van de Museale Gedragslijn bleek onduidelijkheid te bestaan. Is het een richtlijn, waaraan sancties kunnen worden verbonden of is het alleen maar een handige "check-list' bij het ontwikkelen van beleidsplannen? Een gedragslijn zonder arbitragecommissie die op naleving toeziet is een vodje papier, zo werd gesteld. En voor wie is de code bestemd? Voor de museummedewerker, het museumbestuur, de politiek verantwoordelijke overheidsinstanties of gewoon het museum? In dit laatste geval is de Gedragscode een overbodig stuk, zo meende een bioloog die werkzaam is bij een natuurhistorisch museum: “Een konijn gedraagt zich, maar een konijnehol gedraagt zich niet”.

De voorzitter van de NMV, Willem Mörzer Bruyns, stelde een wijziging van de statuten in het vooruitzicht die het mogelijk moet maken dat de NMV-leden - personen en instellingen - de code op vrijwillige basis onderschrijven. Het bestuur heeft bij de invoering van de code bewust niet voor dwangmaatregelen (zoals royement) of actieve controle gekozen maar, mede met het oog op de kleine musea, voor de weg van de geleidelijkheid. Er zal een commissie worden ingesteld, die zich de komende twee jaar moet buigen over de vraag of verdere normering van het lidmaatschap van de NMV wenselijk is en of "museum' een beschermd begrip zou moeten worden.