Portugal is te gezond voor verkiezingskoorts

LISSABON, 5 OKT. Verkiezingskoorts? Dat is overdreven, al was het maar omdat de Portugese democratie zichzelf niet meer als een patiënt beschouwt. Wanneer het grootste deel van de 8,3 miljoen kiesgerechtigden morgen naar de stembus gaat is het dan ook niet alleen om een nieuw parlement samen te stellen. Het is ook een beetje om te vieren dat voor het eerst sinds de Anjerrevolutie van 1974 een kabinet de rit uitzit. Het politieke leven in Portugal lijkt eindelijk genormaliseerd. Het paleis Sao Bento, de ambstwoning van de minister-president, heeft geen draaideuren meer.

En toch zijn de campagnes in deze laatste week voor de verkiezingen met de dag luidruchtiger geworden en neemt ook de spanning nog dagelijks toe. De zittende premier Anibal Cavaco Silva is immers in een nek-aan-nekrace om de macht verwikkeld. Bijzonderheid: zijn voornaamste tegenstander is hijzelf.

Cavaco Silva eist van de Portugezen dat zij hem opnieuw de absolute meerderheid geven, die hij in 1987 tamelijk onverwachts verwierf. De minister-president is niet beschikbaar voor een coalitieregering en al evenmin zal hij aan het hoofd staan van een minderheidskabinet. Liever nog leidt hij zijn centrum-rechtse Sociaal-Democratische Partij (PSD) naar de oppositiebanken om van daaruit het gestuntel van de concurrentie gade te slaan. Als het land niet dankbaar is voor de manier waarop hij in de afgelopen vier jaar leiding heeft gegeven, dan moet het land het verder zelf maar weten. Dan zoekt het maar een andere heer.

Het lijdt intussen geen twijfel dat de PSD morgen de grootste partij van Portugal zal blijven. In de vele opiniepeilingen van de laatste maanden spreekt gemiddeld 45 procent van de kiezers een voorkeur voor Cavaco uit. Dat is weliswaar vijf procent minder dan in 1987 maar dank zij het districtenstelsel is ongeveer 44 procent van de uitgebrachte stemmen al voldoende voor het veroveren van de helft van het aantal zetels plus één in het huis van afgevaardigden, dat straks 230 leden heeft. Cavaco heeft dus slechts een smalle marge, gezien de hoge eisen die hij stelt.

“Alleen een stabiele regering wekt het vertrouwen van de investeerders uit binnen- en buitenland die Portugal nodig heeft voor de groei van de economie”, betoogde hij met een al danig hese stem tijdens een verkiezingsbijeenkomst eerder deze week in Amaduro, een grijzige voorstad van Lissabon. “Ons land kan zich geen coalitieregering permitteren. Coalities zijn wankel, zwak en wrak.” Voor hij in 1985 premier werd, toen nog als leider van een minderheidsregering, had Portugal zestien kabinetten in elf jaar versleten, zo rekende Cavaco zijn aanhangers voor. Het land raakte steeds dieper in de schulden, de werkloosheid steeg, de sociale onrust werd almaar groter. In de afgelopen vier jaar was de Portugese economie echter met een groeipercentage van gemiddeld 4,5 procent de snelst groeiende van de EG, terwijl een tot 4,1 procent van de beroepsbevolking gedaald werkloosheidscijfer eveneens een Europees record betekende. “Als u wilt dat uw salaris ieder jaar moet blijven stijgen, moet de economie blijven groeien en dat kan alleen als we doorgaan op de ingeslagen weg”, riep de rijzige econoom dan ook tot zijn publiek. Dat publiek zwaaide enthousiast met de door PSD-medewerkers uitgedeelde vlaggen. Naast het podium stond een functionaris die de spreekkoren voorzei en na bijzonder indrukwekkende passages in de redevoering klonk uit de luidsprekers symfonische muziek met veel trompetgeschal en tromgeroffel waar de huid van tintelt.

Cavaco Silva voert een op Amerikaanse leest geschoeide campagne. De nadruk ligt in de eerste plaats op zijn persoon en op het belang van de natie. Het verkiezingsprogramma, als dat al ter sprake komt, is in zulke vage termen gegoten dat iedereen er iets van zijn gading in kan vinden en niemand er aanstoot aan neemt. Inhoudelijke verschillen tussen de PSD en haar belangrijkste concurrent, de Socialistische Partij, zijn er dan ook eigenlijk niet. Dat erkent men zelfs in het PSD-hoofdkwartier, een luxueus gemeubileerde villa in de ambassadewijk van Lissabon.

Beide partijen zijn vóór de geleidelijke privatisering van het nog altijd immense aantal staatsbedrijven, beide erkennen de noodzaak van liberalisering en economische groei. De socialisten zouden alleen graag “een menselijk gezicht” aan de hervormingen willen geven, met extra aandacht voor de werkloosheid die het gevolg kan zijn van de noodzakelijk herstructurering in landbouw en textiel, zonder bezuinigingen op gezondheidszorg en pensioenen en met meer nadruk op sociale woningbouw en stadsherstel. De Socialistische Partij kan moeilijk ontkennen dat in Portugal een nieuwe middenklasse is ontstaan en dat men er nog nooit zo veel auto's en ijskasten heeft kunnen kopen. Maar die welvaart was er ook zonder Cavaco wel geweest, als gevolg van EG-subsidies en de instroom van buitenlands kapitaal, zeggen de socialisten. En is intussen de kloof met de achterblijvers in de Portugese maatschappij niet onnodig vergroot?

In de aanloop naar de verkiezingen haalt Cavaco nu eveneens het sociale bewustzijn van zijn regering naar voren. De man die bij zijn aantreden “de Portugese Thatcher” werd genoemd zei onlangs tot verbazing van zijn voor- en tegenstanders dat hij zijn premierschap als mislukt zou beschouwen wanneer hij niet in de eerste plaats iets voor de zwakkeren in de samenleving zou hebben gedaan. Het verwijt van een werknemersvereniging dat hij onvoldoende haast maakte met liberalisering van de arbeidsmarkt, pareerde Cavaco met een felle aanval op de Portugese ondernemersklasse, die zichzelf te veel tantièmes zou toekennen in plaats van te investeren in hun bedrijf. Dit sociale gezicht van de minister-president zal na de verkiezingen weer zijn verdwenen, voorspellen de socialisten. Dan worden de belastingen verhoogd en de uitgaven aan banden gelegd. Het is een beschuldiging die in het PSD-hoofdkwartier niet rechtstreeks wordt tegengesproken. “Een verkiezingsjaar is nu eenmaal niet geschikt voor grote bestuurlijke activiteit”, zegt men daar diplomatiek. Ook dat is een teken van normalisering: alle partijen dingen naar de gunst van de gematigde kiezer.

Voor de enigszins verrassende terughoudendheid die Cavaco tot dusver op het gebied van privatisering en liberalisering heeft betracht bestaan echter ook andere dan electorale verklaringen. Behalve liberaal is de premier namelijk ook nationalist. Hij heeft ervoor gezorgd dat buitenlandse beleggers geen meerderheidsbelang in voormalige staatsondernemingen kunnen krijgen en privatiseert daarom in een tempo dat te verwerken is voor de binnenlandse markt. Hij geeft niet graag toe dat zijn land veel te danken heeft aan de EG-gelden en vertelt zijn kiezers zelfs dat Portugal “geheel op eigen kracht bezig is een economisch wonder te verrichten”. Het land moet na eeuwen van malaise zijn “leidende rol op het wereldtoneel” weer hervinden en het naderende voorzitterschap van de EG (per 1 januari) is daartoe een “historische, eerste stap”. In het licht van deze ambitie is het niet verwonderlijk dat Portugal, met de Britten en de Ieren, bij de felste bestrijders hoort van federalistische neigingen binnen de Gemeenschap.

Binnen de PSD beschouwt men het imago van Cavaco Silva als de belangrijkste troef in de verkiezingsstrijd. Hij is een "Macher', een harde werker die zelfs zijn vroeger enigszins stijve optreden in het openbaar met behulp van acteerlessen en stemtraining heeft weten om te buigen. Cavaco is gegroeid in zijn rol, verzekeren waarnemers uit binnen- en buitenland om strijd. In zijn omgang met hoogwaardigheidsbekleders uit den vreemde spreidt hij een losheid en een humor ten toon die vier jaar geleden nog niemand voor mogelijk had gehouden. Op verkiezingstournee kust hij kleuters en visverkoopsters alsof hij ook buiten diensttijd werkelijk niets liever zou doen.

Volgens de PSD-strategen is de socialistische leider Jorge Sampaio vergeleken met Cavaco een grijze figuur die grote moeite heeft om niet in ingewikkelde abstracties te spreken en te veel intellectueel is om het "bad in de menigte' ooit met geloofwaardige vreugde te ondergaan. Een politicus uit de Den-Uyl-klasse, met andere woorden, en daarmee enigszins uit de tijd. Ondanks die handicaps is Sampaio erin geslaagd om zijn SP in enkele jaren te doen uitgroeien tot de enige serieuze uitdaging voor de regeringspartij. Stemde halverwege de jaren tachtig nauwelijks meer dan 20 procent van de Portugezen op de socialisten, volgens de jongste peilingen halen ze zondag zeker 36 procent. Bij gemeenteraadsverkiezingen in 1989 nam de SP de grote steden Porto en Lissabon van de PSD over. In de hoofdstad fungeert Sampaio nu zelf als burgemeester en wordt daardoor dagelijks geconfronteerd met de ranzige rand van de gestegen welvaart, met het groeiende aantal families dat in krottenwijken woont, met de verkeersopstoppingen, de vervuiling, de misdaad en het drugsgebruik.

De gemeenteraadsverkiezingen van december 1989 waren het voorlopige dieptepunt in de carrière van Anibal Cavaco Silva als minister-president en partijleider. Ze gingen vergezeld van corruptieschandalen waarbij ministers waren betrokken en hevige kritiek vanuit zijn eigen partij. Hij reageerde op de manier die men van hem gewend is en die alleen in verkiezingstijd wat op de achtergrond raakt: hard en eigengereid. Opstandige partijleden werden zonder vorm van discussie geroyeerd; ministers vlogen de laan uit, ook als ze konden bogen op een lange staat van dienst en groot gezag binnen de PSD. “Hij is nu eenmaal geen team-player, geen primus inter pares”, legt een buitenlandse diplomaat uit, “maar de absolute nummer één. Competentiekwesties zoals tussen Lubbers en Van den Broek zijn in Lissabon ondenkbaar. De ministers kennen hun plaats: ze zwijgen en voeren orders uit”.

Een hoge medewerker van de PSD-campagnestaf zegt dat hij persoonlijk ook liever in dienst was geweest van een politicus die “iets meer bereid is tot het aangaan van een dialoog”, maar aan de andere kant heeft het Portugese volk misschien wel behoefte aan een autoritaire figuur. “In Mario Soares, de vroegere leider van de socialisten, hebben we een vriendelijke, vaderlijke president die uitstraalt dat hij van het leven geniet en best iets door de vingers wil zien. Hij is vooral een ceremoniële figuur, maar onbewust zoeken we wellicht zijn tegendeel in een harde eerste minister, zodat de balans wordt hersteld. Dat klinkt onvolwassen, maar in sommige opzichten zijn we dat ook nog. Veertig jaar dictatuur heeft ons natuurlijk grondig geïmpregneerd.”

In de autoritaire stijl die de premier in het openbaar natuurlijk vooral door de oppositie wordt verweten, past ook zijn weigering om in debat te gaan met andere kandidaten. Dergelijke discussies ontaarden naar zijn mening al snel in retorische spelletjes en hebben voor de kiezer “geen enkel opvoedkundig belang”. Een typisch voorbeeld van Cavacocratie, vinden zijn politieke tegenstanders.

Of de bezwaren die vooral door intellectuelen, journalisten en politici tegen Cavaco Silva worden uitgebracht ook bij de kiezers gehoor vinden, is pas zondagavond definitief bekend. Voorlopig lijkt vooral een lage opkomst, misschien wel ingegeven door de verwachting dat de minister-president toch gaat winnen, voor de PSD een gevaar. Alleen wanneer de regeringspartij onverwachts haar absolute meerderheid zou verliezen en de socialisten op zoek moeten naar een coalitiegenoot, doen straks ook de kleine oppositiepartijen van zich spreken: de tot minieme proporties teruggebrachte Christen-Democratische Partij van Freitas do Amaral en de Communistische Partij van de inmiddels 78-jarige stalinist Alvaro Cunhal, in de peilingen nog altijd goed voor een kleine tien procent van de stemmen.

    • H.M. van den Brink