Poncke Princen; Landverraad

In de drie artikelen die Wiecher Hulst aan Princen heeft gewijd ontbreekt een woord dat niet vermeden had mogen worden: landverraad.

De Grote Winkler Prins geeft aan dat degene die opzettelijk, in tijd van oorlog, hulp aan de vijand verleent, landverraad pleegt. Dat Princen aan deze omschrijving voldoet blijkt overduidelijk uit de artikelen.

Bij een overval op een ondernemingswacht verovert hij 17 Mauserkarabijnen. De Indonesische brigade-generaal Hadiprawira: ""Later heeft Princen erg veel wapens voor ons veroverd.'' Die waren niet bepaald bestemd om in een Indonesisch legermuseum te worden tentoongesteld. Princen - tweemaal gedeserteerd in tijd van oorlog - geeft zelf aan: ""Wat er tijdens gevechten met Hollandse patrouilles is gebeurd, dat weet ik niet. Daarbij kunnen best doden zijn gevallen.''

De heer Hulst glijdt volkomen uit als hij in het laatste artikel schrijft dat Princen ""het doelwit is van perscampagnes en veteranenacties, op grond van nooit bewezen beschuldigingen''. Desertie, hulp aan de vijand, overvallen, wapens buit maken, gevechten met Nederlandse militairen zijn geen "nooit bewezen beschuldigingen', maar feiten.

Het is modieus in sommige linkse kringen om het verleden van Princen zo niet te ontkennen, dan toch te negeren. Minister Pronk: ""Met het verleden van Princen heb ik niets te maken.'' Columnist Jansen van Galen in NRC Handelsblad (15 juni van dit jaar): ""Dat gewetensconflict'' - bij het verdedigen van moslims die opruiende redevoeringen hadden gehouden - ""nam mij voor hem in.'' De IKON in een gefilmd portret van Princen deze zomer, had het over rehabilitatie. De Tweede-Kamerleden Verspaget (PvdA) en Beckers (Groen Links), op bezoek geweest bij Princen, negeren zijn vroegere daden.

Is een bankovervaller die een bankmedewerker doodschiet, naar het buitenland vlucht en daar met levensgevaar iemand uit een brandend huis redt, niet langer een moordenaar? Moeten we de moord daarna maar negeren?

Princen paradeert als democraat die opkomt voor de mensenrechten. In 1946 heeft het Nederlandse kabinet, met instemming van de Staten-Generaal, besloten Nederlandse militairen uit te zenden naar Indonesië. De overgrote meerderheid van de Nederlandse dienstplichtigen heeft dit destijds aanvaard, ook als zij het er politiek niet mee eens waren. Zo hoort het ook in een democratie.

Wat blijft er over van de democratie als militairen de politieke beslissingen van de regering weigeren uit te voeren. Als het hoge militairen zijn, leidt dit tot een militaire dictatuur. Als het soldaten zijn, moeten wij het maar vergeten? Princen was een slecht democraat. Overigens, wie de uitzending van de IKON heeft gezien, zal niet onder de indruk zijn gekomen van Princens Instituut voor de Verdediging van de Mensenrechten (LPHAM), noch van de leiding door directeur Princen.

De televisiecommentator van NRC Handelsblad schreef in juni dat de IKON-uitzending eenzijdig was. Dat kan zeker ook gezegd worden van de artikelen van Wiecher Hulst.

De tekst bevat ook onnauwkeurigheden. Ik meen vrijwel zeker te weten dat Princen niet is opgekomen bij de geneeskundige troepen in Ede. Die waren daar toen niet gelegerd. Princen is, als ik mij goed herinner, in mei 1946 opgekomen in de Bergansiuskazerne in Ede bij I-1 RATA (Regiment Anti Tank Artillerie). Voorts is het generaal-majoor b.d. Christan, en niet brigade-generaal, zoals Hulst schrijft.

Het is een speling van het noodlot dat Princen waarschijnlijk onverdiend langdurig in Indonesische gevangenissen heeft gezeten, een tijd die hij door zijn landverraad verdiend in een Nederlandse gevangenis had behoren te boeten.

Naschrift Wiecher Hulst:

In het eerste Princenverhaal schreef ik: ""Een deel van de Nederlandse pers beschuldigde hem - en beschuldigt hem nog steeds - van landsverraderlijk optreden''. Overigens is landverraad, anders dan desertie, een subjectieve term. Princen is twee keer gedeserteerd. De eerste keer is hij tot twaalf maanden (waarvan acht voorwaardelijk) veroordeeld. Voor de tweede desertie is volgens gegevens van het ministerie van defensie ""het recht tot strafvordering vervallen door verjaring m.i.v. 28 september 1960''. Volgens diezelfde gegevens is Princen op 7 mei 1946 ""ingelijfd bij de eerste geneeskundige afdeling te Ede''.

De ""nooit bewezen beschuldigingen'' betreffen de bewering dat Princen ""liftened in Nederlands uniform volgens ooggetuigen minstens dertig dienstplichtigen in dodelijke hinderlagen lokte''.

G.H. Christan is inderdaad generaal-majoor b.d. In '49 was hij kapitein op het hoofdkwartier KNIL-KL West-Java te Bandung.